"Kijk je toon na, alsof je op draden naar het raam toe zingt'

Door de hoge gangen van het 17e eeuwse herenhuis aan de Utrechtse Plompetorengracht zweven de ijle tonen van een engelenkoor. In de grote zaal waar alleen een vleugel staat en een kroonluchter aan het plafond hangt, staat een dertigtal kinderen in een halve cirkel. Ze oefenen het magnificat van Hendrik Andriessen. Dirigent Gerard Beemster houdt beide handen in de lucht en zegt: "Ik speel de tenor en de bassen mee op de piano en jullie proberen daar je eigen partij tegenin te zingen.' De sopranen en de alten zetten meerstemmig in. "Doen we dat wel goed luitjes?', vraagt de dirigent na een paar maten en tikt zachtjes op de vleugel. "Hoofden omhoog en rechtop staan. Kijk je toon na, alsof je op draden naar het raam toe zingt.' "Oh, nóg een keer...', kreunt een van de kinderen.

Het is half negen 's morgens en groep zeven en acht van de Koorschool staan in de aula te repeteren voor de kerstvieringen in de Utrechtse kathedraal. Kerstmis is altijd een hoogtepunt in het schoolleven van deze kinderen. Samen met het mannenkoor, dat de bassen en tenoren voor zijn rekening neemt, zingen ze in de kerstnacht de Missa Brevis, KV 65, van Mozart. Daarnaast staan er motetten van Sweelinck en Andriessen op het programma en natuurlijk worden ook de bekende kerstliederen ten gehore gebracht.

Het zijn drukke tijden. Elke donderdagavond wordt samen met het mannenkoor geoefend en nu, ter voorbereiding van kerstmis moet er vaak ook in het weekend gerepeteerd worden. Naast de nachtmis en de hoogmis op eerste kerstdag geeft het koor nog twee concerten in Velp en Utrecht. Dan pas kunnen de kinderen van hun vakantie gaan genieten.

De kathedrale Koorschool is een basisschool, maar geen gewone. Het begint er al mee dat de school maar drie klassen telt met in totaal 57 kinderen en dat leerlingen er pas vanaf de vijfde groep terecht kunnen. Ze zijn dan een jaar of acht. De school heeft een personeelsbestand van vijf leerkrachten, onder wie muziekleraar Gerard Beemster, die ook de dirigent van het Utrechts Kathedrale Koor is.

De jongste kinderen krijgen dagelijks een half uur muziekles van Beemster. Stemvorming, gehooroefening, samenzang, ritme en improvisatie. De kleintjes zijn in opleiding voor het koor, de oudere kinderen zijn volwaardig lid. Zij zijn elke dag behalve woensdag een half uur eerder op school voor de repetities in de aula en in de loop van de dag krijgen ze nog een uur muziekles. Elk najaar gaan ze met het mannenkoor op studieweekend om het kerstrepertoire te oefenen. Groot en klein zingt elke zondag gekleed in rode toog en witte superplie tijdens de hoogmis in de kathedraal en één keer per jaar wordt er voor allemaal een concertreis georganiseerd naar België of Duitsland.

Ieder kind moet een instrument leren bespelen en de lessen daarvoor vallen meestal onder schooltijd. Het oefenen gebeurt thuis. "Het eerste wat ouders altijd vragen, is of de kinderen het schoolwerk wel af kunnen krijgen als er zoveel muzikale vorming wordt gegeven', zegt directeur J. Sijbers, die al meer dan 25 jaar aan de school verbonden is. "Het is heel merkwaardig', legt hij uit, "het muziekmaken vergt veel tijd, maar die tijd zijn we niet kwijt. De kinderen zijn door het samen zingen gewend zich op elkaar in te stellen, en dat doen ze vervolgens ook op andere gebieden. Er wordt hard gewerkt, maar er is ook veel aandacht en zorg voor de leerlingen. De prestaties liggen zelfs wat hoger dan op de gemiddelde basisschool.'

Wel is het zo dat veel leerlingen uit academische milieus komen, en als dat niet het geval is komen ze uit gezinnen waar veel aandacht voor muziek is. Muzikale wonderkinderen hoeven het volgens Sijbers niet te zijn. Ze moeten over een aardige stem beschikken en plezier in zingen hebben. Alle kinderen doen auditie voordat ze op de Koorschool worden toegelaten. Daar ademen de hoge marmeren gangen, de gewelven in de kelder waar de jassen hangen en het even oude als vervallen koetshuis achter in de diepe tuin een sfeer van vervlogen tijden. Hoepels, koetsjes en Couperus. Maar de kinderen lopen gewoon op Nike-air schoenen en komen met de mountainbike naar school.

In het muzieklokaal zitten inmiddels twaalf kinderen van groep vijf rond de piano. Jessica houdt een spreekbeurt over haar blokfluit. Ze legt uit hoe de fluit wordt gemaakt en hoe hij werkt. Muziekleraar Beemster is tevreden, ze krijgt een acht. Net als Stijn, die een prachtig gedicht voordraagt over zijn viool. Als ze teruggaan naar hun lokaal, staat groep zeven op de gang al te trappelen van ongeduld. Met hen repeteert Beemster een Gregoriaanse advent-hymne die ze moeten zingen als ze de kerk binnenkomen.

Wandelend zingen moet ook geoefend worden en daarom lopen de kinderen achter elkaar in een cirkel om de tafels heen. Beemster slaat met zijn hand de maat op tafel. "Hoofden recht houden en rustig ademhalen', zegt hij. De gezichtjes staan op ernstig. Nog even iets leuks tot slot. Een bewerking van Stille Nacht, Heilige Nacht. Zelf zingt Beemster de baspartij, de alt-en sopraanpartijen worden er door de heldere kinderstemmetjes tegenin gezongen. Even gaat het mis bij de sopranen en een van de meisjes trekt een boos gezicht: "Die G is toch zo rottig soms', moppert ze.

Sigaretten weggegooid