Juichende molens

Films van Alfred Machin (1877-1929). In: Amsterdam, Nederlands Filmmuseum.

La fille de Delft, za 19u, ma 21u30; Maudite soit la guerre, za 21u30, zo 19u; De molens die juichen en weenen + Dramatique passion d'Algabert et Elisabeth + De medeminnaars + Joachim Goethal et le secret de l'acier, zo 21u30, ma 19u; Il gattopardo, vr 19u, di 19u. Zo 15u vindt een discussie plaats met filmfragmenten over de conservering van de films van Alfred Machin.

Rond 1910 begon de Franse firma Pathé Cinéma in verschillende Europese landen eigen produktiemaatschappijen op te richten. Boven de Pathé-bioscoop in Amsterdam (Kalverstraat 122) werd in 1911 De Hollandsche Film gevestigd. Wie kon beter leiding geven aan het Nederlandse filiaal dan de in Frans Vlaanderen geboren Alfred Machin (1877-1929), die als cameraman in dienst van Pathé grote faam verworven had, vooral door vele films over de jacht op groot wild in Afrika?

Met gebruikmaking van voornamelijk Franse technici en acteurs maakte Machin in de periode 1911-1912 een tiental "Nederlandse' speelfilms. De meeste werden opgenomen in Volendam, zelfs de als verloren beschouwde De ontsnapping van Hugo de Groot uit het slot Loevestein. Molens en vissers spelen een voorname rol in de produkties van De Hollandsche Film. In De molens die juichen en weenen- L'âme des moulins neemt een verjaagde zwerver wraak op de molenaar door eerst de strooien speelgoedmolen van diens zoontje kapot te slaan en vervolgens de echte molen in vlammen te doen opgaan. Het is een spectaculaire aanblik, zoals die wel vaker voorkomt in het werk van Machin.

Zijn meesterwerk, het in 1912 in België opgenomen maar pas in juni 1914 in Frankrijk uitgebrachte pacifistische epos Maudite soit la guerre, bevat luchtopnamen uit een vliegtuig (ook daarin was Machin een pionier), veldslagen, ontploffende luchtballonnen en weer een brandende molen. Het feit dat Machin ondanks al dat spektakel grote aandacht heeft voor psychologische details, verleidt Filmmuseumconservator Peter Delpeut tot een vergelijking met Luchino Visconti. In dat kader wordt het programma van zes Machin-films dan ook ingeleid en afgesloten met een vertoning van Visconti's Il gattopardo (1963); hoe aangenaam het ook moge zijn die film weer eens terug te zien, de vergelijking Machin-Visconti gaat me iets te ver. Je zou hem eerder in een adem kunnen noemen met Giovanni Pastrone, in de categorie Europese voorlopers van Griffith; Machin maakte dan ook in 1917 opnamen aan het Franse front voor Griffiths Hearts of the World.

Niet alleen de curieuze gebruikmaking van elementen die buitenlanders als typisch Hollands beschouwen en Machins positie als eerste filmimmigrant in Nederland, maken zijn films bezienswaardig. Het Filmmuseum herstelde, in samenwerking met de Brusselse Koninklijke Cinematheek, de oorspronkelijke kleuren die soms waren getint, vaak ook ingekleurd. Het is een verbazingwekkende ervaring om ineens een fel groen gazon, omlijst door seringen, te zien in kleuren die de vergelijkbare oude ansichtkaarten doen verbleken. De aanblik van een piloot, die voorzichtig met de hand bommen aanpakt, ze los aan zijn voeten neerlegt en ze vervolgens ook met de blote hand afwerpt, is een simpele en plastische verbeelding van de oorlogsgruwelen, die twee maanden na de première los zouden barsten.