Het risico van een Joegoslavië met nukes

Het verval van een supermogendheid verloopt in fasen. De ambivalentie ten opzichte van het langzaam ineenzakken van de Sovjet-Unie kan daaruit worden verklaard.

Er zijn geen overwinnaars in traditionele zin want het communistische imperium is vooral aan zichzelf te gronde gegaan. Ideologisch, economisch, sociaal, moreel en dus politiek is de Sovjet-Unie aan haar einde, maar militair - zeker nucleair - resteert een, politiek verweesde, macht die nog steeds de wereld kan verpletteren. Dat is niet alleen een probleem voor de vroegere tegenstanders, maar evenzeer voor de erfgenamen. De geschrokken reactie van minister Baker na het "Slavische' akkoord van Brest liet niets aan de verbeelding over: we lopen het risico van een Joegoslavië - met "nukes'.

Het beslissende verschil tussen de crisis in Joegoslavië en die in het Gemenebest van soevereine republieken komt tot uitdrukking in de mate van Amerikaanse bemoeienis, in de bezoeken die de Amerikaanse bewindsman deze week bij de belangrijkste leiders van het Gemenebest aflegt. De boodschappen die hij meekrijgt zijn op hoofdpunten gelijkluidend, maar in hun uitwerking laten zij interessante en niet altijd geruststellende nuances zien. Eensgezindheid is er wat betreft het verscheiden van de Sovjet-Unie, inclusief van Gorbatsjov als president van de Unie, èn over de gevoelde noodzaak dat er een zekere samenhang tussen de republieken blijft bestaan. Maar vervolgens klinken de verschillen door. Volgens de Oekraïne, Wit-Rusland en Kazachstan mag de samenwerking niet uitmonden in een nieuw centrum. Het Rusland van Jeltsin daarentegen werpt zich op als de kern waar de andere republieken, en het buitenland, niet omheen kunnen.

Voor de buitenwereld, de Verenigde Staten voorop, heeft Jeltsins optie een grote aantrekkelijkheid. Als verreweg grootste en belangrijkste deel van de voormalige Sovjet-Unie biedt Rusland zich aan als voornaamste erfgenaam - met wie zinvol over de boedel kan worden gesproken. Het gaat daarbij in de eerste plaats om de naleving van de verdragen tot vermindering van de nucleaire en conventionele strijdkrachten en de voorziene controle daarop. Jeltsins aankondiging dat alle nucleaire wapens onder centraal militair beheer blijven, heeft Baker gerustgesteld. Maar tijdens het vervolg van zijn reis heeft de Amerikaan te horen gekregen dat de andere republieken met kernwapens op hun grondgebied die daar willen houden, ook al wordt eraan toegevoegd dat zij uiteindelijk vrij van kernwapens willen zijn.

De voorlopige conclusie moet luiden dat op die manier de voormalige Sovjet-kernwapens een nieuwe rol krijgen toebedeeld: als statussymbool in de onderlinge betrekkingen van de republieken. Het aan Jeltsin toegeschreven idee dat als die wapens dan al niet in Rusland kunnen worden geconcentreerd, de wapens buiten Rusland als eerste in aanmerking komen om ingevolge het verdrag met Washington te worden vernietigd, lijkt daarom moeilijk voor verwezenlijking vatbaar. In het gunstigste geval ziet de militaire leiding van het Gemenebest kans een schema voor de uitdunning van het gezamenlijke arsenaal te ontwerpen dat met de wensen van de diverse republieken rekening houdt en toch de internationale verplichtingen helpt inlossen. In het ongunstigste geval ontstaat er een impasse wat betreft de toepassing van het verdrag tot vermindering van strategische wapens.

Hiermee is vanzelfsprekend niet het hele verhaal verteld. Ondanks Bakers in Moskou uitgesproken tevredenheid tekent zich een panorama af waar in de plaats van de Sovjet-Unie ten minste vier nieuwe nucleaire mogendheden toetreden tot het bestaande atomaire gezelschap. Gehoord wat er van de kant van de leiders van die mogendheden wordt gezegd, klinkt het alsof hun vingers zich dichter in de buurt van de veiligheidspal dan van de trekker bevinden: zij willen immers alle vier zeggenschap over een eventuele aanwending van de strategische wapens als aanvulling op het voorziene centrale militaire beheer.

De Amerikaanse regering zal zeker meer inzicht willen hebben hoe zoiets in de praktijk wordt geregeld. Maar ook dan blijft er een flinke marge van onzekerheid omdat lang niet op alle kernwapens het elektronische slot is aangebracht dat slechts vanuit de beruchte "voetbal' kan worden geopend. Alle "tactische' wapens vallen erbuiten evenals alle raketten die op onderzeeërs zijn gestationeerd. Ook op dat punt zal er het nodige moeten worden verhelderd.

Van een geheel andere orde is de vraag of de republieken zich als nucleaire mogendheden willen blijven ontwikkelen, al dan niet onder centraal beheer. En als zij - in navolging van hun erflater - zullen overgaan tot ondertekening van het non-proliferatieverdrag, het verdrag tegen spreiding van kernwapens naar niet-nucleaire mogendheden - een Amerikaanse eis - doen zij dat dan als atoommogendheid of als staat die afstand doet van de nucleaire optie? Uitsluitend in het eerste geval zouden zij gezamenlijk aan de modernisering van hun geïntegreerde arsenaal kunnen blijven werken. Een dergelijke ontwikkeling zou dan bovendien onderworpen zijn aan de goedkeuring van de andere deelnemers aan het verdrag. Gezien de onderlinge technologische en economische afhankelijkheid van de republieken zou anderzijds een nucleaire "Alleingang' van Rusland op den duur waarschijnlijk de nodige fysieke beperkingen met zich mee brengen.

Het ziet ernaar uit dat de Verenigde Staten bij dit alles de rol van toeziend voogd krijgen toebedeeld. De onmiddellijke bereidheid van de nieuwe leiders om Baker te ontvangen en hem inzicht te verschaffen in hun beweegredenen, vormt een aanwijzing dat de presidenten van de republieken zich, ondanks hun imponeergedrag, van de risico's van de toestand bewust zijn. Zelfs tijdens de coup deze zomer troffen hoge Sovjet-militairen maatregelen om de Amerikanen gerust te stellen. Strategische raketten werden in een herkenbaar lagere alarmtoestand gebracht. Het zijn vermoedelijk opnieuw hoge officieren die de nieuwe en op strategisch gebied onervaren politieke leiders wijzen op de gevaren die op de loer liggen.

Op zichzelf zou het hier om een voortzetting kunnen gaan van de bestaande toestand. Sinds de coup tegen Gorbatsjov is er veel gepubliceerd over hoe de controle op kernwapens in de oude Sovjet-Unie was georganiseerd. Het beheer zou al vele jaren lang evenwichtig verdeeld zijn geweest over de politieke en de militaire leiding van het rijk. De gijzeling van Gorbatsjov zou dan ook geen strategisch risico hebben opgeleverd omdat er van een dubbel slot sprake was. (Hoe dat precies in elkaar heeft gezeten, gezien het feit dat minister van defensie Jazov zich onder de coupplegers bevond, vertelt het verhaal niet.) Hoe dan ook, de militaire greep op het strategische arsenaal is waarschijnlijk altijd veel krachtiger geweest dan bijvoorbeeld in de Verenigde Staten het geval is. Wie over dreigend "bonapartisme' in Moskou sprak en spreekt, heeft daarvoor misschien te weinig oog gehad.

Of continuering van die toestand als positief moet worden beoordeeld, is bepaald onzeker. Het vaak aangeroepen en veroordeelde militair-industriële complex is na de jaren van glasnost en perestrojka wellicht even rijk geschakeerd als de rest van de voormalige Sovjet-samenleving. Op de militaire top wordt de wacht zo vaak gewisseld dat ook daar van stabiliteit niet meer kan worden gesproken. Maar politieke labiliteit behoeft niet automatisch te leiden tot strategische labiliteit - zoveel is de afgelopen maanden ten minste duidelijk geworden.