Het relaas van een babyboom-baby

“Ik kwam bij toeval tot de ontdekking dat mijn geboorte niet uniek was. Ik ben onderdeel van een golf baby's die de laatste twee maanden van dit jaar over ons land spoelt. De golf is zo groot dat de verpleegsters van de Kruisvereniging niet eens tijd hadden om mijn baby-uitzet te controleren.Deze kenaus - uit de zwangerschapsverhalen kwamen geen andere vrouwtypen of mannen naar voren - schijnen menige trotse aspirant-ouder te krenken door te bitsen: "Wanneer u nu niet snel zes navelbandjes, dito omslagluiers en twee navelklemmen in uw voorraad opneemt, kom ik niet.'

Met spanning keek ik wat de hellevegen van de kraamvereniging over mijn olifanten-behang zouden zeggen, maar de Kruisvereniging liet niets van zich horen. Nadat mijn moeder 75 gulden inschrijfgeld had betaald, kregen wij alleen een brief waarin stond: "In verband met het grote aantal aanvragen kan het zijn dat wij u niet de zorg kunnen bieden waarom u verzoekt.'

Die toevoeging was niet voor niets. Pas vorige week belde de Kruisvereniging op of ze langs konden komen voor controle van de kraamuitzet. Nota bene, ik ben al ruim drie weken oud en heb nu helemaal geen kraamzorg meer nodig, laat staan dat ze moeten controleren of er voor mij navelklemmen gereed staan. De vereniging was overvallen door de drukte, zo excuseerde een medewerkster van de Kruisvereniging.

Ik lig er zo goed bij, omdat een kordate baker van een particulier bureau in allerijl is ingeschakeld. De drukte op het babyfront baart me zorgen. Mijn ouders moesten ook al wachten om mee te doen aan een zwangerschapscursus. Toen zij met enige weerzin op de mat plaatsnamen voor de ontspanningsoefeningen dacht ik nog: dit uitstel is geen ramp.

Tijdens mijn bevalling ontdekte ik dat de cursus geen overbodige luxe was voor mijn onwetende ouders. Ik had in mijn onschuld gedacht dat zij tijdens een bevalling wel permanent adviezen zouden krijgen van een deskundige op de rand van mijn kraambed. Mij is tenslotte verzekerd dat Nederland in Europa per hoofd het meeste uitgeeft aan medische zorg, maar dat geld vloeit blijkbaar niet naar baby's.

Dat een verloskundige mij gehaald heeft en geen arts, schijnt typisch Nederlands te zijn. Huisartsen "halen' maar tien procent van de baby's. Het is misschien wel beter, maar volgens mij speelt ook een economisch motief mee. Beroepen met overwegend vrouwen zijn volgens mij gewoon goedkoper, zeker in vergelijking met artsen. Mijn bevalling kostte, inclusief zo'n 16 consulten waarvan een deel aan huis, nog geen 800 gulden.

Door het enorme aanbod van baby's kreeg ik voor dat geld een doe-het-zelf-bevalling. Mijn ouders hadden de omvangrijke lectuur "om de tijd tussen de weeën door te komen' al direct terzijde moeten schuiven. Mijn vader repeteerde op den duur alleen de handleiding voor noodgevallen uit Een beetje zwanger - handboek voor vaders, een weinig geruststellende gedachte. Een paar uur voor mijn geboorte kwam de verloskundige langs, maar ze moest meteen weer naar een concurrent van mij die met het persen een voorsprong had genomen. Eindelijk, een half uur voor de bevalling stond ze op de stoep om het karwei te klaren.

Bij zo'n bevalling heb je als baby last van plankenkoorts. Voordat je het weet lig je in het felle licht van video-lampen en als alles dan tegen zit toont je vader onder het motto "puur natuur' aan de kraamgasten je bebloede begin in combinatie met je onorthodox gepositioneerde moeder. Door de nieuwe preutsheid van de jaren negentig plus de ontreddering van zijn eerste kind bespaarde mijn vader mij de eerste tijd de fotocamera.

Spannend was of mijn vader het in zijn hoofd zou halen om zelf de navelstreng door te knippen. Het handboek voor vaders houdt een pleidooi voor een soort rituele doorsnijding van mijn "levensader'. Aangezien ik mijn navelstreng twee keer om mijn nek had, was er voor rituelen geen tijd.

Toen ik lag te genieten van een prachtig rapport van mijn snelle reflexen, dacht ik aan de opvoeding. Zouden mijn ouders kiezen voor het vooroorlogse principe van de drie R's: reinheid, regelmaat en rust? Dat betekent volgens mij dat hoe je ook schreeuwt, je geen extra eten krijgt, want dat is in strijd met de regelmaat. Sla je alarm dan loop je het risico met dooddoener "goed voor je longen' in een uithoek van het huis te belanden.

De kans is ook groot dat ik te maken krijg met doctor Spock, wiens ideeën een deel van de na-oorlogse generatie schijnen te hebben benvloed. Je krijgt dan tenminste eten wanneer je erom vraagt. Vaders die de oude druk van doctor Spock hanteren komen er goed van af, zo vind ik. Ik heb begrepen dat doctor Spock vaders pas wil inschakelen als babysitter wanneer de buurvrouw het laat afweten.

De Britse arts Hugh Jolly met zijn Book of Child Care deed het ook goed in de zwangerschapsgesprekken die over mijn hoofd heen zijn gevoerd. Van hem mag ik bij mijn ouders in bed slapen. Hij zegt dat ouders over natuurlijke reflexen beschikken, zodat ze niet op mij gaan liggen. Ik ben daar niet zo voor, omdat hij niet zegt hoeveel baby's hij heeft gecontroleerd op kneuzingen.

Met zoveel concurrentie vraag ik mij af wat voor opleiding ik kan krijgen. Als de Kruisvereniging mij geen kraamhulp kan geven, rijen voor de babywinkel staan en de zwangerschapscursussen zijn volgeboekt dan zal mijn basisschool straks ook wel een numerus clausus kennen.

Ik ben niet voor niets bezorgd. Ik heb vernomen dat het Centraal Bureau voor de Statistiek nu al zes procent meer baby's telt dan vorig jaar en ik word pas over een paar maanden verwerkt in de cijfers.

Het CBS weet nog niet dat de golf waarschijnlijk veel groter is in de laatste twee maanden van het jaar. Mijn verloskundige zegt - en ze zegt dat ze haar bevindingen heeft gestaafd bij collega's - dat de babyboom samenhangt met de Golfoorlog, die negen maanden geleden was uitgewoed. Veel mensen hebben met de beslissing voor kinderen gewacht op de goede afloop, zo zegt ze. Mijn ouders zeggen echter van niets te weten.''