Fundamentele kritiek Europese Hof zware tegenvaller voor Commissie; EG poogt verdrag met EVA te redden

BRUSSEL- ROTTERDAM, 19 DEC. De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Gemeenschap, is vandaag overleg met de Europese Vrijhandels Associatie begonnen om het verdrag over de nieuwe "Europese Economische Ruimte' te redden. De Commissie hoopt dat binnen een paar weken de bezwaren van het Europese Hof in Luxemburg kunnen worden weggenomen. Ondertekening in februari zoals gepland moet nog mogelijk zijn, zo zegt een woordvoerder van de Commissie. Maar tegelijk is duidelijk dat de fundamentele kritiek die het Hof dit weekend publiceerde, een zware tegenvaller is. De juridische dienst van de Commissie is maandag koortsachtig begonnen met zoeken naar een uitweg: hoe kan het delicate bouwwerk van compromisafspraken variërend van transitorechten over de Alpen tot Spaanse visrechten in de Noordzee in stand blijven, en het Hof tegelijk tevreden worden gesteld?

Aan het akkoord is twee jaar gewerkt - de ondertekening is verscheidene malen uitgesteld, maar altijd om handelspolitieke redenen. Eind oktober werd in Luxemburg overeenstemming bereikt; de vorming van de grootste markt ter wereld leek onder handbereik. In het "advies' van het Hof dit weekend is echter de vloer aangeveegd met de manier waarop de rechtspraak was geregeld in het nieuwe samenwerkingsverband. De gedachte om het verdrag open te breken en opnieuw te onderhandelen met de EVA-landen, bezorgt menige diplomaat intussen rillingen. Als uit een doos van Pandora zouden de individuele wensen weer omhoog schieten - het diplomatieke handjeklap zou er van voren af aan door beginnen. Is het dat wel waard, nu van de zeven landen uit de Vrijhandelsassociatie er twee, Oostenrijk en Zweden, al het lidmaatschap van de EG hebben aangevraagd, en Finland, Zwitserland en Noorwegen er serieus over denken, zo vraagt men zich bij de Gemeenschap af. Het ligt dan meer voor de hand om per kandidaat-lidstaat te onderhandelen en de Europese economische ruimte te laten voor wat die is. Alleen Liechtenstein en IJsland vallen dan uit de boot. “Weer een afkorting minder, en nog een lelijke ook”, zegt een betrokkene. Kandidaten genoeg, ook buiten de EVA, om lid van de EG te worden.

Maar lukt het toch nog, dan ontstaat er al per 1 januari 1993 een vrije markt met 380 miljoen consumenten: de zeven Vrijhandels-landen verkrijgen dan vrij verkeer van goederen en personen met de twaalf lidstaten van de EG. Handelsgeschillen binnen de nieuwe "Economische Ruimte' zouden moeten worden opgelost door een nieuwe rechterlijke instantie, een gemeenschappelijke tribunaal van rechters van EVA en EG. Deze nieuwe "EER-rechtbank' zou bemand moeten worden door vijf rechters uit Luxemburg en drie uit de EVA-landen. In principe is er EG-recht van toepassing, maar de zeven nieuwkomers blijven op cruciale punten toch buiten bereik van het Hof in Luxemburg. Onder meer Zwitserland wenste niet dat dit Hof via de omweg van het communautaire recht bevoegd zou worden voor het Zwitserse rechtsgebied. Tegelijk wilde de Commissie weer niet dat er straks twee soorten EG-regels in de praktijk zouden groeien. Er is daarom afgesproken dat de nieuwe rechter rekening zou houden met bestaande EG-jurisprudentie. Maar tegelijk werd het weer overgelaten aan de zeven landen of zij het de nationale rechters zou toestaan om zogeheten prejudiciële vragen aan het Hof voor te leggen. In deze vragen plegen lagere rechters uit de huidige lidstaten het Hof om uitleg te vragen over communautair recht. De antwoorden uit Luxemburg zijn bindend. Maar welk gewicht deze uitspraken straks in de voormalige EVA-landen zullen hebben, is in het verdrag niet geregeld. Evenmin is er iets geregeld over het gewicht van toekomstige uitspraken van het Hof - aan de bestaande jurisprudentie moet de nieuwe rechter zich houden, maar daarna kan ieder zijn eigen weg kiezen. Over deze hybride constructie is het Hof gestruikeld. Vooral Spanje heeft er tijdens een hoorzitting alles aan gedaan om het Hof op de juridisch zwakke punten te wijzen. Deze lidstaat voelt zich enigszins bedreigd nu in één klap allerlei rijkere landen de facto aansluiting bij de EG krijgen. De Commissie laat twee concurrerende rechters op hetzelfde communautaire terrein los, zo is (vrij vertaald) de kritiek van het Hof, hoewel in het Verdrag van Rome waarmee de Gemeenschap is opgericht, duidelijk staat dat het Hof exclusief bevoegd is voor de "begeleiding en toepassing' van het communautaire recht.

Daarnaast brengt de Commissie die Luxemburgse rechters die in de nieuwe rechtbank plaats mogen nemen in een onmogelijke positie. Wie namens de Twaalf moet "zitten' in de nieuwe rechtbank kan na terugkeer bij het Hof onmogelijk meer objectief oordelen over hetzelfde type geschillen. Volgens het reglement moet zo'n rechter zich dan zelfs onbevoegd verklaren, waardoor in theorie het quorum bij het Hof kan komen te vervallen.

Het Hof heeft één maal eerder de EG af weten te houden van het oprichten van een nieuwe rechtbank met vergelijkbare competenties. In 1976 sloot de Gemeenschap met Zwitserland een overeenkomst over de sanering van de binnenvaart op de Rijn en Moezel. Er zou een gemeenschappelijk fonds moeten komen en een tribunaal met Zwitserse en EG-rechters. Voor de bezwaren van het Hof is de Commissie toen geweken.

Veel juristen menen dan ook dat er niet veel anders op zit dan de onderhandelingen over het hele EER-akkoord maar te heropenen. Hoewel het niet gaat om een uitspraak van het Hof maar meer om een "advisory opinion' zoals bij voorbeeld ook het Internationaal Gerechtshof in Den Haag wel verstrekt, kan het advies niet zomaar worden genegeerd, zo meent mr J.J. Feenstra, specialist op het gebied van het Europees recht bij advocatenkantoor Nauta Dutilh in Rotterdam.

Een oplossing uit de nu ontstane juridische impasse zou ook het openbreken van het Verdrag van Rome kunnen zijn. Juristen achten dat echter zo kort na de ingrijpende wijzigingen die er al in Maastricht zijn aangebracht niet denkbaar. De Europese rechters in Luxemburg lijken er volgens jurist Feenstra nu op aan te dringen dat uitspraken van het Hof van justitie ook bindend worden verklaard in de Vrijhandels-landen. “Je kan je dan toch de vraag stellen of de EVA-landen niet beter meteen tot de EG kunnen toetreden”, meent hij. Hij wijst erop dat de zeven anders zowel bij de besluitvorming als bij de rechtspraak in de EG buitenspel komen te staan. In het principe-akkoord over de Economische Ruimte is immers afgesproken dat alle communautaire afspraken over vrij verkeer van goederen, harmonisatie van belastingen e.d. per 1 januari 1993 integraal van toepassing zullen zijn op de voormalige EVA-landen. Een EER-Hof dat uitsluitend vragen uit die landen zou behandelen biedt volgens Feenstra nauwelijks een oplossing, omdat dan toch verschillende interpretaties van voorschriften en besluiten blijven bestaan.

Het gevolg is dat de Tunesische hoop een all-round textielindustrie binnen zijn grenzen op te bouwen een fata morgana dreigt te worden. Niet alleen de rollen textiel en de patronen worden uit Europa aangeleverd. Het komt steeds meer voor dat de hele boel kant en klaar door robots geknipt, bij de Tunesische ateliers wordt afgeleverd, inclusief de naai-en persmachines, de naalden en het garen. Het enige werk dat de Tunesische textielarbeiders moeten doen is het tijdrovende - en dus arbeidsintensieve - stikken. De ultramoderne spin- en weefgetouwen, de knoopmachines, de ontwerpateliers, ze blijven allemaal achter in Europa, samen met het grootste deel van de toegevoegde waarde.