Franse platteland leerschool voor hopeloze probleemjeugd

SERVIERES LE CHATEAU, 19 DEC. Boer Claude Gane heeft geen idee van de achtergronden van Richard S., een achttienjarige Nederlandse jongen die hij drie maanden als knecht in huis heeft gehad. “Een jongen met sociale problemen die is vastgelopen”, heeft hij te horen gekregen. Over beroving met gewelddadige bedreiging, mishandelingen, inbraken, heling en drugs is hem nooit iets verteld.

Gane vond het vooruitzicht van een onbetaalde kracht voor drie maanden op zijn veeteeltbedrijf in het Middenfranse departement Corrèze aantrekkelijk. Dat hij daarbij een bijdrage zou kunnen leveren aan het op de been helpen van een in moeilijkheden geraakte Brabantse jongen kwam mooi uit. Omdat hij alle vertrouwen had in Jan Klamer, een in de buurt woonachtige Nederlandse welzijnswerker, stelde hij verder geen vragen naar de persoon van Richard S.

Onlangs, toen de drie maanden bijna voorbij waren en Richard voldoende Frans had geleerd om iets over zichzelf te kunnen vertellen, kreeg Gane te horen dat de jongen een alcoholistische pleegmoeder had gehad. Ook zou de vader van zijn vriendin hem niet accepteren zolang hij geen beroep had. Vandaar dat hij via een hulpcircuit voor een opfrisser naar een Franse boerderij zou zijn gestuurd. “Is dat het echte verhaal”, vraagt Gane nu.

Hij heeft er geen idee van dat Richard S. als gevolg van een beslissing van de rechtbank in Den Bosch bij hem in huis kwam. Hij kan niet bevroeden dat Richard S. vandaag voor de rechtbank is verschenen, waarbij zijn verblijf bij Gane is aangevoerd als een indrukwekkend teken dat hij radicaal met zijn criminele verleden wil breken.

Maar Gane is niet de enige die niet alles overziet. Jan van Osch, reclasseringswerker bij de stichting Oost-Brabant in Den Bosch, heeft ook maar een beperkt overzicht. Hij heeft zich in drie gevallen met succes ingespannen om officier van justitie en rechtbank te enthousiasmeren voor het tijdelijk verwisselen van een voorlopige hechtenis van een jongere voor boerenwerk in Frankrijk.

Hij is ervan uitgegaan dat zo'n Franse boer precies te horen heeft gekregen hoe hij aan de Nederlandse reclassering meewerkt. Ook neemt hij - ten onrechte - aan dat de gendarmerie in het plaatsje Saint-Privat, ervan op de hoogte is gesteld dat Nederlandse rechters al drie keer nog niet berechte jonge Nederlandse delinquenten naar hun gebied hebben gestuurd.

Pag 3:

Boeren kennen achtergrond jongeren vaak niet

Gevraagd wat hij zou doen als er iets misgaat met een "justitie-jongere' bij een boer, reageert welzijnswerker Jan Klamer met het kloppen op blank hout. Nooit is er bij dit werk in Frankrijk iets misgegaan, waarom zou het met de nieuwe categorie "justitie-jongeren' wel gebeuren?

Klamer is al elf jaar betrokken bij het zogenaamde "ervaringsleren' in Frankrijk dat jonge criminelen op het rechte spoor moet brengen. Nederlandse jongeren moeten zo ver worden gebracht dat ze discipline opbrengen, zelfvertrouwen winnen en aan een toekomst met een beroep gaan werken.

Het betreft meestal jongeren die door de jeugdhulpverlening als vrijwel hopeloos worden beschouwd. Doorgaans gaat het om jongens - in een enkel geval een meisje - die bij herhaling uit tehuizen en pleeggezinnen zijn weggelopen en die veelal ook met justitie in aanraking zijn geweest.

Klamer ziet geen reden om de nieuwe categorie jongeren, die door rechters worden gestuurd nog vóórdat ze een straf opgelegd hebben gekregen, als speciale gevallen te presenteren. De jongens zijn in Nederland door de reclassering in handen gegeven van De Vliert, een centrum voor jeugdhulpverlening in Den Bosch. Die instelling werkt al langer samen met Klamer en heeft de justitie-jongeren gewoon samen met andere zogenaamde randgroepjongeren naar Frankrijk gebracht. De Vliert zorgt ook voor intensieve begeleiding van de jongens na terugkeer in Nederland.

Klamer, een met veel enthousiasme over zijn werk pratende vijftiger, kwam elf jaar geleden naar de Corrèze om in het gehucht Aurillac ruïnes te verbouwen tot woonhuis en een huis voor groepen jongeren. Hij had ervaring met het werk in instellingen van de kinderbescherming. Klamer ging voor het Franckenhuis, een Rotterdamse instelling voor jongeren die in pleeggezinnen en tehuizen zijn vastgelopen, met groepen door de bergen trekken, kano-varen en bij boeren werken.

Twee jaar geleden werd Klamer ontslagen omdat er bezuinigd moest worden. Maar ook, zoals hijzelf zegt, omdat er in Nederland onvoldoende nazorg was, zodat jongeren de discipline die ze in Frankrijk hadden geleerd dikwijls spoedig weer kwijt waren.

In het begin keek de plaatselijke bevolking wat wantrouwend naar de onderneming met die Nederlandse jongeren. Geruchten over teelt van hasjies deden de ronde. Maar nadat gendarmerie en maatschappelijk werksters van de Franse kinderbescherming de zaak hadden onderzocht, was er geen probleem meer. Nu kent iedereen in de streek Klamer en zijn vrouw. Zestien boeren zijn bereid zonder verdere informatie jongeren van hem drie maanden in huis te nemen.

Het zijn kleine boeren, die zeggen de hulp tegen betaling van kost en inwoning en een zakgeld van ongeveer vijftien gulden per week, goed te kunnen gebruiken. Ze zijn er bovendien van verzekerd dat ze altijd Klamers hulp kunnen inroepen. Hij komt trouwens twee keer per week langs om met de jongeren te praten. De 17-jarige Wilbert W. kwam zelfs naar de boerderij van Jean-Louis en Claudette Brousse, omdat een Franse maatschappelijk werkster vond dat dit kleine boerenbedrijf dringend hulp nodig had om te kunnen overleven.

Richard S., onlangs teruggekeerd na een verblijf van drie maanden in Frankrijk, vertelt hoe hij, geboren in een crimineel gezin, als tweejarige in een tehuis werd geplaatst. Hij heeft een leven van weglopen uit tehuizen achter de rug. Hij kreeg pleegouders toegewezen van wie de vrouw aan alcohol en drugs verslaafd raakte. Richard, die alleen zijn lagere school afmaakte, ging in een kraakpand wonen, gaf de medebewoners aanwijzingen waar gestolen moest worden, zorgde voor de doorverkoop van de goederen, liep bij onderlinge vechtpartijen vele littekens op, gebruikte drugs en paste zijn op straat geleerde kickboksen zonder schroom toe.

Hij leefde van de misdaad; een uitkering krijgen jongeren zonder officiële verblijfplaats niet. Afgelopen voorjaar werd hij opgepakt. Op 1 augustus besloot de rechtbank in Den Bosch dat hij tijdelijk op vrije voeten kon komen om naar Frankrijk te gaan. De rechtszaak zou worden aangehouden tot zijn terugkeer. Hij vertelt dat de officier van justitie heeft toegezegd geen onvoorwaardelijke celstraf te zullen eisen die langer is dan zijn voorarrest al was. Als Richard de kracht zou kunnen opbrengen om drie zware maanden op een Franse boerderij door te brengen, zou dat ertoe kunnen leiden dat hij niet in de cel terechtkomt. Als hij in Frankrijk zou weglopen, zou er onmiddellijk een opsporingsbevel tegen hem komen en kon hij rekenen op een eis van ten minste een jaar gevangenisstraf.

Richard, nu ondergebracht bij een Brabants pleeggezin, vertelt trots hoe hij de zware tijd in Frankrijk heeft doorstaan. Hij sprak geen woord Frans, maar leerde zich met behulp van een boekje verstaanbaar te maken. Hij stond 's morgens om vijf uur op om tot laat in de avond het boerenwerk te doen. Hij liet als teken van verandering zijn tatoeages verwijderen. Hij is van plan geen contacten met het criminele milieu meer op te nemen, noch met vrienden, noch met familie. En hij heeft het voornemen opleidingen te gaan volgen om hulpverlener te worden, omdat de meeste hulpverleners volgens hem te weinig van criminaliteit afweten.

Rogier M. en Willem V., twee 21-jarige jongens die zo'n vijftig inbraken in Oss hebben bekend, zijn ook in Frankrijk geweest. Ze hebben op dit ogenblik hun specialiteit, het volledig leegslepen van woningen, afgezworen. Zij hebben een aanmoediging van de rechtbank in Den Bosch gekregen: slechts respectievelijk zeven en acht maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en twee jaar proeftijd.

De betrokken welzijnswerkers zijn enthousiast over de goede voornemens van de jongeren die door de rechtbank in Den Bosch naar Frankrijk zijn gestuurd.

Definitieve resultaten verwachten zij pas op lange termijn te kunnen bekijken.