Eeuwenoud kerkasiel nog springlevend

DEN HAAG, 19 DEC. De Franse revolutie, die het idee van de scheiding tussen rechtelijke macht en regeringsmacht en de scheiding tussen Kerk en Staat in Europa vestigde, maakte een einde aan het principe van vrijplaatsen, waar vervolgden konden schuilen voor de wraak van de heersers. Voortaan werden burgers door de rechterlijke macht beschermd tegen mogelijke misstappen van het staatsgezag.

Volledige en automatische immuniteit verkregen de asielzoekers echter nooit. Bescherming in kerken en op andere plaatsen (ook de steden Culemborg en Vianen golden tot de negentiende eeuw als "vrijplaatsen') was meestal afhankelijk van de politieke situatie van het moment.

Volgens de wet mag de politie in Nederland tegenwoordig geen "lokaal voor de godsdienst bestemd' betreden "gedurende de godsdienstoefening'. Ook de koninklijke paleizen, de vergaderzalen van de Staten-Generaal, provinciale staten en gemeenteraden, en rechtszalen tijdens de zitting gelden als vrijplaats. Maar asielzoekers hebben daar hun heil tot nu toe niet gezocht.

Mr. P.L. Muller, voorzitter van de werkgroep Vluchtelingen van de Raad van Kerken, erkent dat het kerkasiel oorspronkelijk middeleeuws is, zoals Kosto gisteren zei in de Tweede Kamer. “Maar het is nog steeds springlevend. Er krijgen voortdurend allerlei groepen asielzoekers onderdak bij plaatselijke kerkgemeenschappen.” Hij vreest dat “de harde en onverzoenlijke opstelling” van Kosto zal uitlopen op confrontaties met de politie.

De Raad van Kerken heeft de aangesloten genootschappen een aantal richtlijnen verstrekt voor het verlenen van kerkasiel. De belangrijkste zijn dat het verblijf alleen in uiterste noodzaak wordt toegestaan, dat het kortdurend moet zijn en dat de asielzoekers perspectief moeten hebben op een aanvaardbare oplossing. “Anders worden er alleen verwachtingen gewekt die niet kunnen worden waargemaakt”, aldus Muller.

Als politiek signaal is het zwaaien met het recht van kerkasiel tot nu toe vrij effectief geweest. Het leidt de laatste jaren meestal tot grote discussies over de aard van het asiel- en vreemdelingenbeleid en slechts sporadisch is de Nederlandse politie daadwerkelijk een kerk binnengegaan om personen die daar hun toevlucht hadden gezocht te arresteren. Dat gebeurde bijvoorbeeld in 1984 toen in Middelburg een Turkse familie uit een katholieke kerk werd gehaald en opgesloten op het politiebureau en vervolgens werd uitgewezen.

In 1978 zochten de beroemd geworden "182 kerk-Marokkanen' hun toevlucht in de de Amsterdamse kerk "De Duif'. Zij konden, na langdurige onderhandelingen, de kerk verlaten met een verblijfsvergunning op zak. Een jaar later werd de Sint-Janskathedraal in Den Bosch overspoelt met honderden christen-Turken. Zij verlieten uiteindelijk de kerk nadat het bisdom Den Bosch en hun eigen kerkelijke leiders hen ervan overtuigd hadden dat hun beroep op kerkasiel niet geldig was.

In 1980 veroorzaakte de dreigende uitzetting van illegale gastarbeiders een golf van kerkasiel. Met steun van het grootste deel van de Tweede Kamer hield de toenmalige staatssecretaris Haars van justitie zich het recht voor de illegalen in de kerk te arresteren. Tegen die opvatting demonstreerden toen meer dan 10.000 mensen in Amsterdam. Het kwam er echter nooit van. In 1986 laaide de kwestie weer op toen de Groningse Raad van kerken als "signaal tegen het tekortschietende vluchtelingenbeleid' in twee Groningse kerken een tiental met uitzetting bedreigde vluchtelingen onderbracht. Op een kerkelijk asielrecht beriep men zich toen niet. Ook in Lochem bevond zich een aantal Tamils in een kerk. Na twee maanden onderhandelen met de staatsecretaris verlieten de vluchtelingen hun "vrijplaats'.

In 1988 zochten dertig Koerdische hongerstakers bescherming in de Rotterdamse Pauluskerk. In 1989 deed een zestigtal Assyrische christenen hetzelfde in tien kerken in het hele land. Hoewel een politie-optreden door de staatssecretaris in beide gevallen niet werd uitgesloten maakten ook hier onderhandelingen een einde aan het "asiel'.