De inzet op de nationale Conventie

De twee hoofdrolspelers in de Conventie voor een Democratisch Zuid-Afrika (Codesa): de regerende Nationale Partij (NP) en het Afrikaans Nationaal Congres (ANC), gaan met grondwetsvoorstellen de onderhandelingen in, die op onderdelen sterk van elkaar afwijken. De belangrijkste punten zijn: DE NATIONALE PARTIJ wil een verenigde, democratische en non-raciale republiek Zuid-Afrika met een gedecentraliseerd bestuur en sterke nadruk op bescherming van minderheden. Het is niet duidelijk of de huidige thuislanden deel zullen uitmaken van de nieuwe eenheidsstaat.

Het land wordt bestuurd door een uitvoerend comité, bestaande uit de leiders van de drie grootste partijen in het parlement. Zij bekleden om beurten het presidentschap. Coalitievorming wordt als regel vastgelegd. Het uitvoerend comité benoemt een kabinet, waarin meer partijen zijn verenigd.

Het parlement bestaat uit twee Kamers (Houses). De Eerste Kamer wordt gekozen op basis van evenredige vertegenwoordiging. Besluiten van de Eerste Kamer kunnen worden geblokkeerd door de Tweede Kamer. Deze wordt gekozen in negen regio's. Iedere partij die een minimaal aantal stemmen behaalt in een regio krijgt een even grote vertegenwoordiging in de Tweede Kamer.

Op deze manier garandeert de NP de minderheden invloed op het landsbestuur en wordt een zwart meerderheidsbewind in zijn macht beperkt. Individuele rechten worden vastgelegd in een Bill of Rights, die onderdeel is van de grondwet.

De NP wijst een gekozen grondwetgevend vergadering van de hand. De Conventie moet de grondwet schrijven. De NP wil officieel geen interim-regering, maar "overgangsmaatregelen', om de andere partijen tijdens de onderhandelingen te betrekken bij het landsbestuur.

HET ANC wil een verenigde, democratische, non-raciale en niet-seksistische republiek Zuid-Afrika met een sterker centraal bestuur en geen speciale grondwettelijke bescherming van minderheidsbelangen. De thuislanden worden weer opgenomen in de eenheidsstaat.

De republiek wordt geleid door een president en een kabinet, onder leiding van een minister-president. Deze is ondergeschikt aan de president en wordt, evenals de ministers, benoemd door de president.

Het parlement moet volgens het ANC bestaan uit twee Kamers (Houses). De Eerste Kamer is de "National Assembly', gekozen op basis van evenredige vertegenwoordiging. De wetgevende arbeid van de Eerste Kamer wordt voorgelegd aan de Tweede Kamer (Senaat), die wetten wel kan ophouden, maar geen vetorecht heeft. Ook de Senaat wordt op basis van evenredige vertegenwoordiging gekozen, maar met meer invloed van regio's (niet van minderheden).

Het ANC wil op korte termijn verkiezingen voor een grondwetgevende vergadering en vergaande invloed in het landsbestuur via een interimregering van beperkte duur.