Bij kankerpreventie moet voeding een hoofdrol spelen; Voeding en kanker horen bij elkaar

Het onlangs in boekvorm verschenen rapport, Retrospectief onderzoek naar de effectiviteit van de Moerman-therapie is in NRC Handelsblad van 2 december uiterst negatief beoordeeld door Wim Köhler. Met zijn beschouwing heeft hij olie op het vuur gegooid van de al meer dan vijftig jaar durende, zinloze controverse tussen reguliere "genezers' van kanker en aanhangers van de Moerman-benadering terwijl juist nu steeds duidelijker wordt dat voeding een belangrijke rol speelt bij het voorkomen van kanker.

Köhler verwijt de onderzoekers vooral dat zij zich niet aan het schatten van succespercentages van de Moerman-behandeling hebben gewaagd. Vervolgens komt hij met eigen berekeningen op ontoelaatbare wijze tot de conclusie dat de verhouding tussen moeite en opbrengst van de Moerman-behandeling zo absurd scheef ligt dat er geen denken aan is dat deze methode ooit voor genezing mag worden gepropageerd en stelt dan dat bij de reguliere kankerbehandeling vandaag de dag veertig procent resultaat wordt verkregen.

Reeds in 1905 kwam Steinthal tot de slotsom dat overleving van kankerpatiënten hoogstwaarschijnlijk afhing van de mate van verspreiding van de ziekte in het lichaam op het moment van de diagnose. In 1987 kwam het General Accounting Office, een soort Amerikaanse rekenkamer in een kosten-baten analyse van de kankerbestrijding voor het Congres tot een soortgelijke conclusie. Niet de behandelingsmethoden, maar vervroegde ontdekking blijken voor de meeste vormen van kanker de winst te zijn die de afgelopen eeuw werd geboekt. Welk een wijsheid van de Moerman-onderzoekers dat zij zich niet tot het uitspelen van succespercentages hebben laten verleiden. Temeer daar de betreffende patiënten vrijwel alle pas in een (zeer) laat stadium van de ziekte tot de Moerman-behandeling overgingen. Het grote belang van het gepubliceerde onderzoek is enerzijds dat werd aangetoond dat kankerpatiënten door toepassing van de Moerman-therapie wel degelijk kunnen genezen en dat anderzijds is gebleken dat deze behandelingsvorm die de betrokkenheid, overtuiging, wil en actieve inzet van de patiënt mobiliseert in ongeneeslijke gevallen kan bijdragen aan een menswaardige afloop.

De unieke ervaringen met de Moerman-therapie zijn een goed uitgangspunt voor de ook in ons land broodnodige discussie over de rol van voeding bij ontstaan en preventie van kanker. In Amerika waar vierhonderdvijftig miljard dollar per jaar aan eten wordt uitgegeven, hetgeen de bevolking valt aan te zien, is voeding het centrale thema geworden van de kankerpreventie in de jaren negentig en van de strategie, de Great American Food Fight Against Cancer. Het National Cancer Institute (NCI) kwam namelijk tot de conclusie dat bij vijfendertig procent van alle kankers het typische Amerikaanse dieet een rol speelt. Door dieetmaatregelen zou een reductie van acht procent van de sterfgevallen in het jaar 2000 kunnen worden bereikt. Ook het vermaarde tijdschrift Cancer van de American Cancer Society hield dit jaar een krachtig pleidooi voor betere voedingsvoorlichting ter preventie van kanker. Dit betekent dat de ideeën waar Moerman zijn hele leven vergeefs voor heeft gevochten, nu door alle Amerikaanse topinstituten worden omarmd.

Maar in ons land zijn we aan dergelijke gezondheidsmaatregelen kennelijk nog niet toe terwijl bezinning op preventie dan wel andere behandelingsvormen van kanker dan de reguliere, juist meer en meer noodzakelijk noodzakelijk zijn. In Amerika zit men op het spoor van het milieu en voedingsgewoonten. Wij kunnen ons gelukkig prijzen met het Moerman-onderzoek dat precies op tijd kwam. Het is een integer rapport waarin geen valse illusies worden gewekt of onjuiste conclusies worden getrokken. Het zet zich niet af tegen de reguliere behandelingsvormen, integendeel, de onderzoekers zijn voorstanders van samenwerking. Het rapport verdient dan ook alle aandacht en de gedane aanbevelingen, met name vergoeding van behandelingskosten door de ziekenfondsen verdienen brede maatschappelijke steun.