Alleen de gastronom is belangrijk

MOSKOU, 19 DEC. De buschauffeur spant zijn rechterarm in een hoek van 45 graden en slaat vervolgens krachtig met zijn linkerhand in de holte van de andere elleboog. De finishing touch is uiteraard zijn vuist: die priemt hij in één vloeiende beweging fier omhoog. Dat vindt hij, de buschauffeur van lijn 38, ervan. Niets meer en niets minder. De oude Unie van Socialistische Sovjet-Republieken, de nieuwe Unie van Soevereine Staten of het Gemenebest van Onafhankelijke Staten, het zal hem allemaal een rotzorg zijn.

Viktor is ver over de vijftig. Voor hem is er nooit iets veranderd en zal er nooit iets veranderen. Hij was reeds onder de USSR maar met één ding bezig, zou daarmee doorgegaan zijn als het tot een USS was gekomen en weet nu al zeker dat hij zich daar ook door het GOS niet vanaf zal laten brengen. Maar wellicht dat het nu beter wordt, oppert de enige passagier in de bus die in politiek geïnteresseerd moet zijn. “Ach, jongmens. Ik heb nooit goed geleefd. Hoe kan ik dan weten of het nog slechter kan of misschien wel beter wordt?” Is hier een leerling van Socrates aan het woord die beseft dat het is “als twee kruinen op één hoofd” omdat alleen hij die het ongeluk kent ook het geluk kan kennen? Viktor wacht de vraag niet af: “Voor mijn geluk is maar één ding belangrijk: of de vrouwtjes me nog wel een beetje willen. Als er maar geketst kan worden”. Waarna de armbeweging zijn diepere drijfveer nader illustreert.

In het gangpad van bus 38 is het niet anders. “Popov (de burgemeester van Moskou, red.) heeft ontslag genomen”, roept een oudere vrouw. “Zozo, waarheen is hij dan vertrokken? Morgen komt hij gewoon weer terug. Je kan toch niemand meer vertrouwen”, weet de leeftijdgenote die naast haar staat onmiddellijk. “Maar ze zeggen wel dat er nu eieren in de stad zijn”, valt een derde in. “Oh ja, niks van gemerkt. Ik heb alleen gehoord dat er worst te koop is.” “Waar?” “In de gastronom in de Bogdan Chmelnitskistraat.” De vragensteller noteert het adres meteen in zijn handpalm. Een bejaarde dame mengt zich plots beschroomd in het wederzijdse gegrom. “Nou, ik red me wel”, stelt ze tevreden vast. “Ik heb nog drieduizend roebel op de spaarbank.” “Hahahaha, dat is morgen drie roebel waard.”

Pag 5:

De vox pop zit niet met Gorbatsjov

We stappen maar uit, verder op weg naar het Kremlin waar de ondergang van de Sovjet-Unie over dertien dagen haar beslag moet krijgen in het strijken van de rode vlag. Op het Rode Plein is Igor bezig zijn fotospullen uit te pakken. Hij maakt hier dagelijks kiekjes van toeristen die vereeuwigd willen worden voor de Heilige Basiliuskathedraal, de beroemde kerk met zijn acht bolle suikerzoete torentjes die het aantal mollahs symboliseren dat in 1552 bij de verovering van het islamitische chanaat van Kazan door de orthodox-christelijke troepen van Ivan de Verschrikkelijke is gedood.

De laatste weken is er echter een opvallende hausse van mensen die voor de rode vlag op Gorbatsjovs residentie willen poseren. Nee, niet bij wijze van curiositeit, vermoedt Igor, maar uit nostalgie-avant-la-lettre. Hij heeft er geen bezwaar tegen dat die vlag op 31 december wordt gestreken. “De Sovjet-Unie bestaat toch al lang niet meer. Dat is straks gewoon een constatering van een feit. Er moet maar zo'n soort vlag voor in de plaats komen als Europa heeft. Het volkslied zou nu ook moeten worden afgeschaft”.

Igor, die duizend tot drieduizend roebel per maand verdient maar zich nu toch geen eenvoudige auto (kosten: 300.000 tot 400.000 roebel) kan permitteren, maakt zich desondanks zorgen. “De militairen zelf zouden die vlag wel eens kunnen komen halen. Zijn ze gelijk in het Kremlin. Want het volk wil nu een sterke arm. Dan kost een brood weer 40 kopeken en een kilo vlees twee roebel, denken ze”.

Een tiental meters richting muur staan twee mannen van in de dertig. Ze komen uit de Oekraïne, om precies te zijn uit Dnepropetrovsk. “Bestaat de Sovjet-Unie niet meer? Kom nou, allemaal onzin. Er is niet eens een plan. Het gaat toch alleen maar om de produktie. Wij hebben olie en gas nodig en de Russen ons eten. Als er hier weer gevochten moet worden, komen wij ook hoor. Is de vlag ook afgeschaft? Maakt mij wat uit. Van mijn part zetten ze er een groene neer. Hoewel, een blauw-gouden vlag (de Oekraïense tweekleur, red.) zou beter zijn. Vot tak, voilà”. En weg strompelen deze twee dagjesmensen die onmiskenbaar een slok teveel op hebben.

Mismoedig over zo weinig enthousiasme voor hun eigen bevrijding lopen we richting staatswarenhuis GOeM. Binnen zijn alleen nog maar wat lappen stof, voetbal-vaantjes (onder andere van Ruud Gullit), oude grammofoonplaten en donkere-kamerspullen (zonder filmpjes) te koop. En uiteraard Lego-speelgoed, Benetton-kleding, Christian Dior-cosmetica, Tefalpannen en strijkbouten, Bauknecht-wasmachines alsmede grote witte Wolga-automobielen. Zwijgend als in een kerk schuifelt het publiek langs de waar. Het lijkt een overdaad van aanbod. Er kleeft echter één bezwaar aan: hard currency only, alléén voor valuta. Die witte Wolga bijvoorbeeld kost 17.771 dollar, hetgeen omgerekend tegen de koers die eergisteren op de beurs van Tallinn (Estland) werd genoteerd gelijk staat aan 5.437.926 roebel, een bedrag waarvoor een gewone academicus op een wetenschappelijk instituut momenteel 817 jaar en 5½ maand moet werken, natuurlijk zonder in die periode zijn geld aan iets anders uit te geven.

Twee jonge vrouwen komen het warenhuis uit, twee van die typische Russische meisjes van in de twintig uit de betere kringen - gekleed in bontjas, op modieuze laarsjes en fijne sjaal om het hoofd of charmant bontmutsje op - waarmee sommige Westerse jongens zich niet altijd raad weten. Een van de twee wenst niet over politiek te praten, de ander is nieuwsgierig. Je weet immers nooit. “Journalist? Te gek zeg! Wie daar straks in het bureau van Gorbatsjov komt te zitten? Jeltsin waarschijnlijk. En wie in Minsk? Hoe bedoel je Minsk?” Dat wordt de nieuwe hoofdstad. “Lieve hemel, dat wist ik niet”.

Wederom blijven we alleen achter met onze prangende vragen. Want in het Leninmuseum is weliswaar een pittige discussie mogelijk (“Tegen wie het leger zou kunnen optreden? Nooit tegen het volk, alleen tegen de leiders. Maar ja, dat is de tragiek van de soldaten, he, bevelen doen er in het leger tegenwoordig niet meer toe”) doch die komt uit de bekende koker: de partij en haar belangenverstrengeling.

Stroomopwaarts dus maar langs de Tverskajastraat, de voormalige Gorkistraat. De schitterende winterse zonsondergang is reeds voorbij. Het is tegen vieren. Op het Poesjkin-plein tegenover de Izvestia en MacDonalds staan de groepjes zoals gebruikelijk te discussiëren. Het interesseert de passanten niet echt. De sprekershoek daar op Poesjkinplein is een ritueel geworden. Cynisme en rabiaat extremisme concurreren hier met elkaar. De een vraagt zich af of het waar is dat de metro straks bij de prijshervorming op 2 januari maar liefst dertig kopeken gaat kosten. De ander geeft Gorbatsjov de schuld van alle onheil en in het bijzonder het zijne. De derde verdedigt Jeltsin tegen de sceptische omstanders. En de laatste, een vrouw van 64, voorspelt me enthousiast dat het na Nieuwjaar een “bloedbad” wordt. Zij is nooit lid geweest van de partij maar nu steunt ze de stalinisten van de Leningradse communiste Nina Andrejeva. “Ik heb twee oorlogen meegemaakt, de Finse en de Grote Vaderlandse, en twee hongersnoden. Maar nu komt er echt een grote revolutie”, weet ze al. Waarna ze me verder probeert te overtuigen van “arbeidslievendheid van de Russen” en het “speculatieve karakter” van al die andere volkeren in de Sovjet-Unie die “niet van werken houden”. Welke dat volgens haar zijn, willen we eigenlijk niet weten maar krijgen we desondanks in onze oren getoeterd.

Een vader met een jong dochtertje aan de hand lijkt zich te schamen. Maar het wordt ze wel makkelijk gemaakt, zegt hij. “Heb je de laatste uitzending gezien van het programma In het teken van zodiac? Daar waren zangeressen, dansers en andere artiesten uitgenodigd om over de toekomst te praten. Heb je gezien wat daar gebeurde? Die gasten kregen er voor het oog van de camera gewoon champagne, cognac en kaviaar, zwarte nog wel. Ik heb horen zeggen dat hun familie later alleen maar wilde weten of ze goed gevoederd waren en helemaal niet hoe het programma was geweest”.

Ineens komt er een cameraploeg van een Amerikaans televisienetwerk de hoek om lopen. Op zoek naar de “vox pop”, zoals het in het jargon heet. Omdat, zoals CNN-correspondente Eileen O'Connor recentelijk in een interview voor het Moskouse tv-kanaal uiteen heeft gezet, de televisie juist geïnteresseerd is in de “gewone mensen”. En dan, dan gaan de discussianten er in het licht van de halogeenlampen even voor staan. In een twee versnellingen hogere graad van opwinding begint nu voor het oog der wereld alles opnieuw. Passanten mengen zich nu wel in het gesprek, alsof het een screentest betreft.

Eén Moskoviet houdt zich afzijdig. Hij denkt dat wij bij de crew horen en voegt ons met ingehouden ergernis én verbazing toe: “Waarom willen jullie zo graag weten wat wij van die Gorbatsjov en Jeltsin vinden? We zijn geen beren in een dierentuin. We hebben wel wat anders aan ons hoofd”.