Vrees voor bureaucratie en overregulering; Olieconcerns bemoeilijken uitvoering van plan-Lubbers

DEN HAAG, 18 DEC. Met een zwarte, goudgeringde vulpen van het merk Waterman hebben negen ministers uit het voormalige Sovjet-rijk gisteren in de Haagse Ridderzaal hun handtekening gezet onder het Energie-Handvest. Ze mochten hun nationale vlaggetjes mee naar huis nemen. Acht republieken en de oude Unie van president die op sterven na dood is, waren in Den Haag vertegenwoordigd om het plan-Lubbers te omarmen en daarmee het Westen tot investeringen in hun rijke olie- en gasvelden te verlokken. De overige republieken lieten zich vertegenwoordigen door Kazachstan.

Minister Andriessen haalde de politieke winst voor Nederland binnen. Nog net tijdens het Nederlandse EG-voorzitterschap is het gelukt de steun van bijna vijftig landen en zeven internationale organisaties voor het plan-Lubbers vast te leggen. De fraaie vulpen ging naar mr. Charles Rutten, voorzitter van de intergouvernementele conferentie die de komende maanden nog heel wat moet schrijven om het Handvest met bindende internationale verdragen handen en voeten te geven.

Rutten zei in de ministersconferentie “een algemeen gevoelen van urgentie” te hebben geproefd, reden waarom hij verwacht tegen eind juli overeenstemming te kunnen bereiken over de basis-overeenkomst, die dan mogelijk al vóór eind 1992 in werking kan treden. “Nog nooit heb ik zo'n positieve conferentie meegemaakt”, zei minister Andriessen, die de feestvreugde niet wilde laten verstoren door de kritiek van Greenpeace op het plan-Lubbers. “In het algemeen heb ik veel waardering voor Greenpeace, maar hier zijn ze toch echt misleid. Dat verhaal van een olie-bonanza is echt onzin want het milieu is een van de belangrijkste steunpilaren in dit Handvest.”

Het Energie-Handvest is voor Andriessen en Lubbers als een begeerlijke vrouw. Maar vooral ambassadeur Rutten krijgt de komende maanden te maken met een ontsierend plekje in de hals van deze fraaie venus dat bij de opstelling van de basis-overeenkomst (het verdrag dat de deelnemende landen juridisch aan hun verplichtingen moet gaan binden) moet worden weggewerkt.

Kern van het plan-Lubbers is de uitvoering door de Westerse oliemaatschappijen door investeringen in de olie- en gasindustrie in Oost-Europa. Premier Lubbers probeerde hen maandag in zijn openingstoespraak voor de ministersconferentie aan te moedigen uiterlijk over een jaar met de eerste projecten te beginnen. Maar het zijn juist deze machtige olieconcerns die scherpe kritiek uiten op het eerste ontwerp voor de basis-overeenkomst. Het gaat hier om de coördinatie, door het secretariaat van het Handvest, en waar mogelijk de harmonisatie van "veiligheidsregels en richtlijnen' bij de uitvoering van energieprojecten, en een verbetering van de milieubescherming en energiebesparing in Oost-Europa.

Vuurbang zijn de oliemaatschappijen, dat ze net als in West-Europa aan alle kanten met vergunningsvoorwaarden en regels worden bestookt. Tijdens de ministersconferentie bleek echter dat de Oosteuropese landen wel degelijk behoefte hebben aan regels, omdat ze zelf op het gebied van milieu, energiebesparing en veiligheid onvoldoende kennis in huis hebben.

Pijnlijk voor premier Lubbers is dat juist de grootste oliemaatschappij, de Nederlands-Britse Koninklijke Shell-Groep met zijn majestueuze hoofdkantoor in Den Haag, openlijk opponeert tegen de basis-overeenkomst. Shell-directielid Mark Moody-Stuart uitte vorige week vrijdag op een conferentie in Den Haag de vrees van zijn concern voor "excessieve regulering en standaardisatie' in het kader van het Lubbers-plan. “Het zou tragisch zijn als het Handvest zou leiden tot gedetailleerde voorschriften, vooral als die worden gecontroleerd door een nieuwe bureaucratie.” Eerder had Shell een dergelijk overheidstoezicht zelfs als "onacceptabel' omschreven. Shell is vooral bang dat de uitvoering door een nieuw onbeheersbaar ambtenarenapparaat in Brussel zal worden gecontroleerd.

De opmerkingen van Moody-Stuart kwamen direct nadat ambassadeur Rutten de conferentie had verzekerd dat hij overbodige regelgeving en bureaucratie wil vermijden. Rutten deed een beroep op de olie-industrie om op te houden met het uiten van vage kritiek en loyaal mee te werken. “De reactie van Moody-Stuart viel mij tegen. Ik had gehoopt dat Moody-Stuart na mijn verhaal zou zeggen: ik ben nu gerustgesteld”, zei Rutten gisteren.