Voorstel: mentorschap in plaats van curatele

UTRECHT, 18 DEC. Voor meerderjarigen die wegens psychische of lichamelijke stoornissen hun eigen belangen niet kunnen behartigen, kan over enige tijd een mentor worden benoemd. Deze wordt verantwoordelijk voor zaken zoals verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding. Dat is de kern van het wetsvoorstel mentorschap voor meerderjarigen dat door minister Hirsch Ballin (justitie) en staatssecretaris Simons (volksgezondheid) vanmorgen naar de Tweede Kamer is gestuurd. Het mentorschap - dat in principe iedereen kan uitoefenen, behalve de direct betrokkenen - moet worden gezien als een alternatief voor de curatele.

De mentor heeft niet, zoals de curator, zeggenschap over het vermogen van de patient. Voorwaarde voor het mentorschap is dat de betrokkene allerlei zaken in het dagelijks leven niet zelf kan regelen wegens zijn geestelijke of lichamelijke toestand. Dat zijn niet alleen geestelijk gehandicapten, psychiatrische patiënten en comateuze patiënten maar ook psychogeriatrische patiënten, zoals demente bejaarden.

De mentor treedt op in de plaats van de betrokkene als het gaat om beslissingen over zijn verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding. Hij moet de betrokkene zoveel mogelijk bij zijn taak betrekken en bevorderen dat de patiënt zelfstandig kan optreden. Verder moet de mentor adviseren en de belangen van de betrokkene in de gaten houden. De kantonrechter stelt het mentorschap in.

Volgens het wetsvoorstel kleven aan de curatele enkele nadelen. Zij is bevoogdend van karakter en beschermt de betrokkene soms te veel waardoor die handelingsonbekwaam wordt, geen kiesrecht meer heeft en geen testament mag maken.