Rolfe Johnson lieflijk en bezwerend

Concert: Anthony Rolfe Johnson (tenor) en Catherine Edwards (piano). Programma: Schumann, Dichterliebe; Britten, On this Island, Liederen op teksten van Shakespeare gecomponeerd door Vaughn Williams, Roger Quilter, Herbert Howells, Michael Tippett en Geoffrey Bush. Gehoord: 17-12 in Kleine Zaal Concertgebouw, Amsterdam.

De Engelse tenor Anthony Rolfe Johnson behoort tot de begenadigde zangers die de indruk wekken, op elk gewenst moment een pakkend, melodieus geluid te kunnen produceren. Zulke fenomenen hoeven niet via gemakkelijke inzingers op temperatuur te komen. Ze kunnen zodra ze hun mond openen, de moeilijkste technische problemen aan. Gisteren speelde helaas Anthony Rolfe Johnson juist dit gemak van zingen hem in het eerste deel van zijn recital enigszins parten.

Als men zoals hij Schumanns Dichterliebe met prachtig lyrisch geluid en eerlijk sentiment brengt, is succes hoe dan ook verzekerd. Hij baseerde zijn voordracht echter te veel op zijn eigen aangenaam klinkend geluid en Schumanns wonderschone melodieën. Door een gebrek aan innerlijke concentratie ging hij te veel voorbij aan de dramatische verscheurdheid van Schumanns muziek en de kwetsbare ironie van Haydns teksten.

Catherine Edwards bewees al direct in Dichterliebe een pianiste van formaat te zijn. Zij en Rolfe Johnson vormden bij Schumann echter te weinig een eenheid.

Over Rolfe Johnsons muzikale verrichtingen en die van zijn begeleidster in het tweede deel van het recital, dat geheel aan Engelse liederen was gewijd, kan slechts in superlatieven worden gesproken. Afwisselend komisch-babbelend, lieflijk en bezwerend met een stem als een klok vertolkte de zanger eerst Brittens recreaties van W.H. Audens cyclus On this Island, een bizar mengsel van verhevenheid en alledaagsheid. Indrukwekkend was de wijze waarop Catherine Edwards Brittens begeleidingen en complementaire tegenmelodieën perfect afstemde op het muzikaal-poëtische geheel.

Aangezien Shakespeare zelf al elk wat wils biedt, wekt het geen verbazing dat de zes muzikale interpreten van zijn poëzie die Rolfe Johnson achtereenvolgens de revue liet passeren, er ieder iets van hun eigen gading in vonden. Verheven classicistisch interpreteert Vaughn Williams in Orpheus with his lute zijn Shakespeare. Roger Quilter laat in twee liederen diens sombere doodsverlangen aan bod komen. Michael Tippett geeft uiterst persoonlijk in Songs for Ariel gestalte aan Shakespeare's soms bizarre humor. En voor Geoffrey Bush vormt diens waarschuwing aan vrouwen zich te hoeden voor het verraad van mannen aanleiding tot een kostelijke vocale uitsmijter. Bij de voordracht van al deze zo uiteenlopende composities onderscheidde Rolfe Johnsen zich steeds weer door een warmbloedige en intelligente weergave van muziek en tekst. Met haar gevariëerd pianospel vormde Catherine Edwards hier steeds een volstrekte twee-eenheid met de zanger.