"Restauratie kan nog teruggedraaid'; Goldreyer begint eigen onderzoek tegen "vendetta'

ROTTERDAM, 18 DEC. Daniel Goldreyer, de Amerikaanse restaurateur van het schilderij Who's Afraid of Red, Yellow and Blue III van Barnett Newman, zegt dat hij het doek met een alkyd bevattende sealing heeft bedekt om het “te beschermen tegen de invloed van licht en luchtverontreiniging”. Dat schrijft Goldreyer volgens de New York Times van gisteren in een brief aan directeur Wim Beeren van het Stedelijk Museum. Daarmee reageert hij op het rapport van het Gerechtelijk Laboratorium in Rijswijk, waaruit bleek dat hij het schilderij met alkyd-verf had overgeschilderd. Hij blijft erbij, dat hij het schilderij niet heeft overgeschilderd, maar puntje voor puntje heeft aangestipt met hetzelfde materiaal dat Newman had gebruikt.

Het rapport noemt Goldreyer “niet overtuigend en tegenstrijdig”. Hij heeft zelf contra-expertise gevraagd bij het Newyorkse bureau O'Toole-Ewald Art Associates Inc., dat eerder onderzoeken verrichtte naar vermeende kunstfraude in opdracht van onder andere het Amerikaanse ministerie van justitie en het Canadese departement van financiën. In een brief aan Beeren en het gemeentebestuur zet directeur Elin Lake Ewald van O'Toole-Ewald vraagtekens bij het onderzoek door het Gerechtelijk Laboratorium. Hij wijst op een discrepantie tussen deze bevindingen en die van het Centraal Laboratorium in Amsterdam, dat in 1986 vlak na de vernieling een chemische analyse van de verf maakte. “Deze discrepantie roept grote twijfels op over het vertrouwen dat je moet stellen in wetenschappelijke onderzoeken naar hedendaagse schilderijen”, aldus het bureau.

“Wat mij betreft is er sprake van een vendetta”, zei Goldreyer volgens de New York Times, “omdat de restaurateur van het museum het eigenlijk zelf had willen restaureren, maar daar niet toe in staat was.” Hij doelt daarbij op hoofdrestaurateur Elisabeth Bracht van het Stedelijk, die al voordat de keuze op Goldreyer viel, had verklaard niet in staat te zijn tot een dergelijke ingrijpende restauratie. Een soortgelijke beschuldiging tegen Bracht uitte Goldreyer al eerder in een brief aan Beeren.

Als eerste meldde Bracht in maart dit jaar, drie dagen nadat Beeren het gerestaureerde schilderij had gezien en goedgekeurd, dat het doek was overgeschilderd. Toen het schilderij in augustus terug was in Nederland, kwamen prof.dr. E. van de Wetering en restaurateur IJ. Hummelen tot dezelfde conclusie.

Goldreyer voegt eraan toe dat hij ten minste twaalf of dertien keer bezoek heeft gehad van vertegenwoordigers van het Stedelijk Museum, of anderen, en dat zij nooit bezwaar tegen de restauratie hebben gemaakt. In de periode dat hij net was begonnen met het verven van het gehavende gedeelte van het doek kwam echter niemand van de officiële begeleidingscommissie kijken, zo blijkt uit de rapporten van zowel Goldreyer als Beeren.

De kritiek richt zich op dit moment vooral op het feit dat door het gebruik van alkyd, de restauratie niet kan worden terruggedraaid. Maar Goldreyer zegt: “Alles wat ik doe is terug te draaien. Als ze het schilderij terugsturen naar New York, zal ik met genoegen alles weer verwijderen - op hun kosten - en de restauratie aan het museum overlaten”.

Annalee Newman zegt in een commentaar dat zij nog steeds vindt dat Goldreyer prachtig werk heeft afgeleverd, “hoewel ik het gerestaureerde schilderij alleen in het donker heb gezien”.