Rechter uit kritiek op advocaat van Bruinsma

AMSTERDAM, 18 DEC. De advocaat mr. J. Engelsma en zijn kantoor Engelsma & Korvinus hebben zelf de suggestie gewekt van betrokkenheid bij de activiteiten van de in juni neergeschoten topcrimineel K. Bruinsma. Die conclusie trok gisteren de president van de Amsterdamse rechtbank, mr. B.J. Asscher, in een door Engelsma aangespannen kort geding tegen het dagblad Het Parool. Het Parool moet niettemin de beschuldiging terugnemen dat Engelsma deel uitmaakte van het criminele netwerk van Bruinsma.

Hoewel de krant een artikel van die strekking van 14 december moet rectificeren, had de rechtbankpresident gisteren vooral kritiek op de eiser. Asscher meende dat Engelsma, gezien de reputatie van Bruinsma, zich beter had kunnen beperken tot “het geven van juridische adviezen en het voeren van juridische procedures”. Engelsma had zich niet aan die beperking gehouden, gezien zijn betrokkenheid bij de aankoop van een boerderij in Texel voor Bruinsma, een transactie rond 15 andere panden en de medewerking van de boekhouder van zijn kantoor in een constructie om twee historische schepen van Bruinsma buiten bereik van de fiscus te brengen.

Deze feiten waren volgens de rechtbankpresident in het Parool-artikel echter gemengd met suggesties, onder andere over de vorstelijke behandeling die Bruinsma bij het advocatenkantoor van Engelsma zou genieten. Daardoor ontstond het beeld van Engelsma als "consiglieri', de adviseur en rechterhand van een mafiabaas. Dat de advocaat “achter de schermen zodanig actief was dat hij feitelijk deel uitmaakte van de Bruinsma-organsatie”, zoals het Parool stelde, achtte Asscher een onrechtmatige conclusie.

Mr. Korvinus, kantoorgenoot en raadsman van Engelsma, meende dat er sprake was van een hetze tegen zijn cliënt. Engelsma had in juli namens de pornogroothandel Scala het Parool een rectificatie afdwongen, nadat het dagblad had geschreven dat Scala kinderpornografie verspreidde en dat Bruinsma financiële belangen had in het bedrijf.