Prettige feestdagen!

Hoe komen we toch aan belastingwetten waarmee bij tijd en wijle niet te werken valt? Ziet niemand die problemen tijdig aankomen? Wat er werkelijk aan de hand is, weten slechts weinigen en die praten er niet over. Tijdens een vorige week gehouden symposium van hoge belastingambtenaren, gebeurde dat geheel onverwacht wel. De nieuwe president van de Algemene Rekenkamer, mr. H.E. Koning vond dit namelijk een geschikte gelegenheid om zijn politieke testament op te maken.

Als VVD-politicus heeft hij zich ongekend intensief met de fiscaliteit bezig gehouden, ondermeer als staatssecretaris van financiën. In die functie was hij verantwoordelijk voor het grootste misbaksel van de laatste tien jaar: de tweeverdienerswetgeving. Een belastingregeling die samenwonenden fiscaal min of meer zelfstandig aanpakt. Koning, die zelf helemaal niet zo ontevreden is over de regeling, wilde wel iets kwijt over de wordingsgeschiedenis.

De oorsprong ziet Koning in 1982 bij de formatie van het CDA-VVD-kabinet. Kabinetsformaties vormen een zwak punt in onze democratie. Enkele personen timmeren in afzondering een kabinet in elkaar, dikwijls zonder hun fractiespecialisten te raadplegen.

In dit geval gebeurde dat ook op een punt waarover VVD en CDA verschillend dachten: de belastingheffing van samenwonenden. De VVD wilde ieder van de partners afzonderlijk belasten voor het door hen verdiende inkomen (de individualiseringsgedachte). Het CDA wilde beide inkomens bij elkaar tellen en vervolgens ieder over de helft belasting laten betalen. Dat is het voor gezinnen voordelige splitsingsstelsel.

Achter de gesloten deuren van de kabinetsformatie besloot men dat het iets tussenin moest worden, zonder na te denken over de uitwerking. Politiek handig; fiscaal fout. Die ondoordachtheid kreeg extra gewicht doordat het kabinet het compromis misbruikte om een financieringsgat van minister Ruding te dichten. Het ging dus niet langer alleen maar om de politiek wenselijke verdeling van de belastingdruk over de bevolking. De financiering van het kabinetsbeleid kwam aan de draad van de tweeverdienerswetgeving te hangen.

De Tweede Kamer, met handen en voeten gebonden aan het Regeerakkoord ging akkoord met de complexe voorstellen. De Eerste Kamer dreigde het voorstel te verwerpen vanwege de uitvoeringsproblemen. Naar Koning onthulde, was het kabinet klaar om zijn ontslag aan te bieden, als de Eerste Kamer niet door de bocht zou gaan. De toenmalige CDA-fractieleider Christiaanse liet het niet op dat machtswoord aankomen. Dat was voor hem een zware beslissing, want Christiaanse was tevens hoogleraar in het belastingrecht en hij wist donders goed dat de wet catastrofaal zou uitwerken.

Geïnspireerd door de openhartigheid van Koning, luchtte ook de Directeur-generaal der belastingen, C. Boersma, op het symposium zijn hart. Zijn belastingdienst kon met de regeling ook heel moeilijk uit de voeten. Veel ambtenaren legden de Zwarte Piet bij Boersma, die geen hand zou hebben uitgestoken om zijn dienst voor de uitvoering van de regeling te behoeden.

Boersma onthulde dat hij daar inderdaad de kans voor had gehad. In de laatste dagen van 1983 kreeg hij van Ruding en Koning de vraag of hij de regeling kon uitvoeren. Boersma hield het lot van het kabinet in zijn hand; men kon geen kant uit zonder de opbrengsten van de tweeverdienersregeling. In het besef welke problemen zijn dienst zou krijgen, ging Boersma toch door de knieën. Kabinetten vallen niet door het machtswoord van een ambtenaar. Vervolgens boog ook Christiaanse, hoewel bekend met de slechte uitvoerbaarheid, het hoofd. Kabinetten vallen ook niet snel door de Eerste Kamer. Al enkele dagen nadat die de wet had aangenomen, gold zij voor iedere Nederlander.

De afloop van het drama is enkele jaren later beschreven in een evaluatierapport. De belastinginspecteurs bleken door de nieuwe wet volstrekt overvallen. Zij konden het eveneens met de handen in het haar zittende bedrijfsleven, dan ook onvoldoende ondersteunen. Belastingadviseurs en wetswinkels waren evenmin in staat de wet goed uit te leggen. Voor de werkgevers en hun adviseurs duurde het bijna een jaar voor ze hun draai met de regeling hadden gevonden. Drie extra rechters moesten worden aangetrokken om de geschillen over de belasting te beslechten. Veel vrouwen in de verpleging en de gezinshulp gaven hun baan op vanwege (vermeend) nadeel door de tweeverdienerswet.

Alle ellende had tot resultaat dat de Tweede Kamer de instelling van een belastingvereenvoudigingscommissie forceerde: de commissie Oort. Die haalde de meeste pijn weg uit de regeling. Dat deed niets af aan de kloof tussen de wetenschap - die de ellende had zien aankomen - en de politiek die niet luisterde. Ook de verhouding tussen de belastingdienst en de centrale leiding op het ministerie van financiën raakte verstoord.

De tweeverdienerswetgeving heeft littekens achtergelaten die nog steeds voelbaar zijn. Dit alles omdat de belastingwetgeving zo cruciaal is voor het huishoudboekje van de staat, dat er over wordt beslist door fractieleiders en kabinetsformateurs en niet door belastingdeskundigen.