Mobiliteit & Migratie

Debatteren is een nationale kunst waar Nederland zich snel Europese bekendheid mee verwerft. Het Britse dagblad The Guardian zond onlangs zelfs een ervaren sportverslaggever naar het Binnenhof om de eerste aflevering te verslaan van het vernieuwde vragenuurtje van de Tweede Kamer. “My, the excitement”, noteerde Matthew Engel spottend.

Hij beschreef hoe de minister van economische zaken ("Wim Andriessen') minutenlang antwoordde op een bijna even uitvoerige vraag van het Kamerlid Broos van Erp over het midden- en kleinbedrijf. En dat was een poging tot een levendiger gedachtenwisseling - een “Westminster style question time”, voor het gemak van de Britse lezer.

Rondkijkend in de omgeving van het Kamergebouw (''ter grootte van een gemiddeld Engels gemeentehuis'') zag de reporter twee vlaggen wapperen die de positie van Nederland in de wereld zijns inziens treffend illustreerden: de Europese met de twaalf gele sterren en de rode banier met de gouden bogen van McDonald's, het hamburgerparadijs dat op een toplocatie in de residentie wereldvoedsel in piepschuim serveert.

Hij moest de volgende dag naar Dublin, ook al zo'n speelgoed-parlement waar een vooruitstrevende verslaggever zich chauvinistisch bij voelt worden. Engel miste daardoor een nog veel Nederlandser debatspektakel: het fluisterzachte debat over de integratie van minderheden.

Hij zou hebben kunnen vaststellen dat men hier een paar maanden geleden heeft afgesproken zich niet door ondemocratische politici te laten weerhouden van het bespreken van de werkelijkheid. En dat het er sindsdien vooral over gaat of de discussie al begonnen is, of zij wel wenselijk is, waar zij over mag gaan, wie mee mag doen en wanneer het gepalaver voorbij moet zijn.

Met de pijnlijke terugzending van Vietnamezen en Russische Joden is de vrijblijvendheid opeens voorbij. Die uitzetting heeft in één keer duidelijk gemaakt dat het menens is. Nederland is geen immigratieland. Humaan voor asielzoekers wil de regering nog steeds zijn, maar wie niet in aanmerking komt voor asiel kan zich geen medelijden kopen door eten te weigeren. Een bom geplaatst door een raadselachtige beweging helpt evenmin.

Dat is een verdienste van staatssecretaris Kosto, begenadigd met één van de penibelste politieke baantjes in dit land. Hij gaat over gevangenissen, delinquentenzorg, misdaadpreventie, kansspelen, notarissen en vreemdelingen, onderwerpen waarmee men moeilijk eer kan inleggen. Alleen wie op een aardige manier koppig is, heeft een kansje. De huidige ambtsdrager slaagt daar steeds beter in. Het nationale hulstgevoel - goed voor 166 miljoen gulden aan door alle secretaresses ondertekende kerstkaarten - machtigt hem even de adem in te houden.

Het immigratiedebat is op gang gekomen, al een tijdje. We zijn wat preuts in het openbaar, en dus later dan de meeste andere volkeren van West-Europa om dit element er bij te betrekken. Aanvoer van "nieuwe' en integratie van "oude' minderheden hebben zo veel met elkaar te maken, dat juist geslaagde integranten zich nog wel eens tegen soepele entree-regels zouden kunnen verzetten. De volte van het land en de eventuele stromen vreemdelingen die in aantocht zijn, worden hardop besproken. Dat markeert in ieder geval een volgende fase.

Nu heeft ook good old Roel van Duijn van Groen Amsterdam zich in de Amsterdamse gemeenteraad over de zaak uitgelaten. Dat leidde tot misverstanden, ervoer hij. Daarom vatte hij in Het Parool van gisteren nog maar eens samen wat hij wel had bedoeld.

Hij wil geen immigratiestop, hij juicht de vorming van een multiculturele hoofdstad zeer toe - in vorige eeuwen heeft de stad van vluchtelingenstromen ook geprofiteerd. Maar Van Duijn constateert ook “dat Amsterdam een verzadigingspunt aan het naderen is, waar we geen grote aantallen nieuwkomers meer kunnen opnemen”.

Hoe lost hij dat op, met open deuren zorgen dat het binnen niet te vol wordt? Niet door de jacht op illegalen te verscherpen. Eerder door iets te doen aan de oorzaken van de wereldwijde migratiestromen, door de kansarmen van de wereld ginds te helpen. En door weer een emigratie-politiek te gaan voeren. “Er zijn toch nog genoeg landen, zoals Canada en Nieuw-Zeeland, waar de ruimte niet schaars is?”

Ten slotte ziet de ex-Kabouter Nederland als een nuttige "kenniscentrale', een plaats waar autochtonen en allochtonen tijdelijk een vak en-of een taal kunnen leren om vervolgens door te reizen naar bestemmingen met meer ruimte.

Na de uiting van vreemdelingen-vrees door de Vlaamse kiezers en de xenofobe rellen in Duitsland, klemt de vraag hoe het staat met dat legioen rondtrekkende werk- en welvaartszoekers in de Europese ruimte.

De demograaf prof. D.J. van de Kaa heeft gisteren op een studiebijeenkomst van vakgenoten in Amsterdam betoogd dat Europa een zodanige zuigkracht uitoefent op migranten dat waarschijnlijk niet te ontkomen valt aan invoering van een vorm van punten- of quota-systeem dat ook rekening houdt met noden op de arbeidsmarkt. De Verenigde Staten, Canada en Australië werken daar al mee.

Europa zal zich niet onder de voet laten lopen, verwacht Van de Kaa. Vooral omdat Europa zich de komende vijf à tien jaar zal aanpassen en de administratieve machinerie zal inrichten op grotere selectiviteit bij het toelaten van vreemdelingen. Suggesties dat Europa de komende jaren door vele miljoenen migranten zal worden overstroomd, noemde hij mede om die reden “zeer overdreven”.

Toen hij 26 november de Cleveringa-leerstoel aan de Leidse universiteit aanvaardde, heeft Van de Kaa becijferd hoe de migratiestromen zullen lopen en hoe groot zij zijn. Uit de derde wereld, Oost-Europa, de Sovjet-Unie en Noord-Amerika zouden wel eens 300 à 500 duizend mensen per jaar naar West-Europa kunnen komen. Daar zouden in tien jaar nog eens twee miljoen oorspronkelijke Duitsers richting Heimat aan kunnen worden toegevoegd.

Maar zelfs een dergelijke stroom, die naar verwachting op zijn sterkst zal zijn tussen nu en 1995, hoeft geen rampzalige gevolgen te hebben. In 1950 bevatte Europa, inclusief de Sovjet-Unie, bijna 23 procent van de wereldbevolking; in 2025 zal dit tot tien procent zijn geslonken.

Ook Nederland zal voller worden, maar afgaande op de recente ervaring, zullen andere landen - Duitsland voorop - de grootste klappen opvangen. Bij het voeren van een humaan, maar terughoudend vreemdelingen-beleid hoeft Nederland niet voorop te lopen. Een hele opluchting.