Milieubewust per donderpreek

Nederlanders staan tegenover het verschijnsel "natuur' zoals Amerikanen tegenover "cultuur': ze bezitten er weinig van, leven er niet echt mee, maar kunnen je er alles over vertellen. Het is een tweeslachtige houding, met een fraai gepolijste façade van betrokkenheid en een interieur van onwetendheid. Nederland heeft geen bossen, de Nederlander heeft meer affiniteit met een hardhouten kozijn of tropenhouten parketvloer dan met een perceeltje Braziliaans oerwoud, maar in zijn liefde voor de boom-in-het-algemeen laat hij zich niet overtreffen. Het één voelen, maar het ander zeggen en daar vervolgens in gaan geloven. Wat de psychiater "overdekken door het tegendeel' noemt. Nederlanders lijken te kampen met een natuur-neurose.

Vanzelfsprekend kan zoiets gecompliceerds niet tot een tv-spotje van twintig seconden worden verwerkt; vandaar de grote verscheidenheid aan Postbus 51-mededelingen en drukwerkcampagnes rond het thema "natuur en milieu'.

Gescheiden afval, geluidshinder, straling, zure regen, auto met katalysator, energieverspilling, chemisch afval, ga zo maar door. Het lijkt of de overheid ons wil vertellen dat alles wat we doen onherroepelijk leidt tot milieuvervuiling en natuurvandalisme. De natuur is heilig en wij, zondaars, vreten haar uit. Systematisch worden we gekastijd met de eigentijdse dogma's "gij zult niet vervuilen' en "gij zult de natuur liefhebben als u zelve', en op onze beurt slaan we er de rest van de wereld mee om de oren. Vanaf de milieu-kansel slingeren we de apocalyptische profetieën met zoveel overgave de wereld in dat zelfs de directeur van het Instituut voor Milieu- en Systeemanalyse heeft gewaarschuwd tegen "totalitair ecologisme', de tendens om natuurbehoud belangrijker te vinden dat wàt dan ook.

De zorg om het milieu wordt ons ingepeperd met alle middelen. En - volgens reclamebureau-directeur Karel van Doodewaard - niet in de laatste plaats door te appelleren aan gevoelens van schuld en angst. Zo zien we in een van de betere Postbus 51-spotjes het onheilspellende beeld van een man, keurig in het pak, die opgesloten zit in een transparante plastic zak. Onder een broeierig licht wellen zweetdruppels uit zijn gespannen gezicht; angstig speurt hij naar een uitweg uit dit ongezonde klimaat, waar het zienderogen warmer en benauwder wordt. De stropdas gaat los, de haren worden nat, de paniek wordt voelbaar. Wacht hem een dood door angst, verstikking, oververhitting? Vertwijfeld vecht hij zich een uitweg door de plastic barrière en snakt naar adem. Oef, de kijker voelt als het ware de frisse lucht door zijn longen gieren. Dat was op het nippertje! "Een beter milieu begint bij jezelf'. Het is een "awareness'-campagne met de overtuigingskracht van een donderpreek; het Rapport van Rome als Oude Testament en het Nationaal Milieubeleidsplan als Nieuwe Testament.

Waar komt dat Nederlandse natuur-fundamentalisme uit voort? Natuurlijk is er geen mens te vinden die zich het ruïneren van de natuur tot doel stelt, en iedereen zal het eens zijn met de reclameboodschap: "We moeten wat beter nadenken als we energie gebruiken', maar hoe geloofwaardig is het als tv-spotjes suggereren dat de wereld als een nachtkaars uitgaat als je het licht in de badkamer vergeet uit te doen, of dat de natuur gered wordt als Maartje van Weegen haar notitieblok wat beter vol schrijft? Waarom zijn we zo collectief ontvankelijk voor een dergelijke mengeling van kneuterigheid en fanatisme?

Waarschijnlijk wordt onze groene motor aangedreven door twee soorten brandstof: een romantisch natuursentiment en een overspannen emancipatie-drang. Bekijk Nederland vanuit de lucht en je ziet een grote stad met wat groenstroken, vijvers en parken. Wat wij een bos noemen, blijkt een ruim uitgevallen boomgaard te zijn waar je binnen een half uur dwars doorheen kuiert. Deze schaarste leidt tot een romantische verliefdheid op de paar bomen die we nog over hebben, met als merkwaardig gevolg dat enerzijds maar weinigen protesteren tegen tropische ontbossing en woestijnvorming, terwijl anderzijds het voorstel over te gaan tot het kappen van een kapotgepieste boom in een Amsterdams perkje leidt tot een buurtopstand. In dit soort gevallen speelt onze emancipatie-drang ons parten.

Betekende emancipatie oorspronkelijk, dat binnen een bestaande maatschappelijke orde een juridische rechtspositie wordt verleend aan een groep die deze positie nog niet had, (gelijke beloning voor vrouwen, stemrecht voor allochtonen), in Nederland heeft emancipatie de radicalere betekenis gekregen: verander de bestaande orde. Niet de mensen npassen, maar de orde àànpassen. Als volwassenen naar de rechter kunnen stappen, waarom kinderen dan niet? De baas mag in een dure auto rijden, waarom de werknemers dan niet? Mogen alleen mannen bokswedstrijden houden? Iedereen is gelijk, verschillen komen voort uit het systeem, en alles kan anders.

Vanuit deze gedachte is het een kleine stap naar de rechten van dier, plant en boom. Als de mens recht heeft op leven, respect en privacy, waarom het dier dan niet? Vorige week werd op deze pagina melding gemaakt van Pro Primates, een organisatie die opkomt voor de rechten van de aap. Voor ons Nederlanders is daar weinig vreemds aan; wij koesteren warme gevoelens voor de aap, de noot, desnoods voor de meervoudig gehandicapte eik.

Onze romantisch-emancipatorische verhouding tot de natuur is een karikatuur.

Neem de innige verhouding tot het huisdier. Buitenlanders kijken hun ogen uit: zo sober ons natuurbezit is, zo rijk het huisdierenbestand, zo stroef we zijn tegenover de medemens, zo hartelijk zijn we tegenover hond en kat. Rentes de Carvalho: “De liefde, het comfort, de goede behandeling, en het hele scala van voorzieningen van speciale winkels voor voedsel, verzekeringen, dierenartszorg, kleding, kerkhoven, ambulances, hotels, asiels en euthanasie maken van de Nederlandse dierensamenleving bijna een replica van de mensenmaatschappij.” Bijna? Meer dan dat. Nederlanders houden meer van hun huisdieren dan van hun buren. Ze praten er tegen, en laten zich ongeremd besnuffelen, bespringen of in het gezicht likken. In een tv-commercial voor kattevoer heeft een aantrekkelijke vrouw een serieuze relatie met haar kat; "bijna erotisch' zegt men, maar in feite is het bijna scabreus. Onze verhouding tot het huisdier is zo mogelijk nog gestoorder dan die tot de vrije natuur, maar het levert wel mooie staaltjes lokale folklore op. We praten met huisdieren, discussiëren over bomen, en de overheid is er trots op, dat de campagne "Een beter milieu begint bij jezelf' tot stand is gebracht door verschillende ministeries, die onder leiding van een onafhankelijke voorzitter via ingewikkelde vergaderprocedures hebben samengewerkt met vijf verschillende reclamebureaus. Onze zorg voor de natuur vraagt om een gecompliceerde overlegstructuur. En om een hotel vol dure jongens die dagen lang met elkaar in de clinch liggen. Lekker vergaderen. Kan het Hollandser?