"EG-plan ondermijnt aardgasvoorziening'; Nederland wil bijdrage van kleine velden niet opofferen aan interne energiemarkt

DEN HAAG, 18 DEC. De Europese commissaris voor energiezaken, Antonio Cardoso e Cunha, wil in 1993 beginnen met een experiment voor een gefaseerde toegang voor aardgasafnemers tot de nationale pijpleidingsnetten van de lidstaten, het zogenoemde third party access (TPA). Daarmee wil hij een vrije concurrentie op de Europese energiemarkt bewerkstelligen tussen de verschillende aanbieders van aardgas, een systeem dat in de Verenigde Staten al wordt toegepast en in het Verenigd Koninkrijk op gang komt. Nederland is fel tegen het plan.

Door het afsluiten van zo voordelig mogelijke leveringscontracten kan de gemiddelde gasprijs dalen, meent de commissaris. Het gaat om een systeem waarbij de koper tegen een redelijke vergoeding aparte overeenkomsten sluit met distributiemaatschappijen voor het transport van zijn aardgas. Die overeenkomsten moeten gescheiden zijn van de belangen van de verkoper van het gas, zei Cardoso gisteren. De enige voorwaarde is dat de nationale distributiemaatschappijen capaciteit moeten hebben om het "vreemde' gas te transporteren. In de toekomst zou het systeem ook voor elektriciteit kunnen gelden.

Cardoso beroept zich bij de introductie van zijn systeem op bepalingen in het Verdrag van Rome. Hij lichtte voor deze krant zijn plannen gisteren in de Haagse Ridderzaal toe, en marge van de ministersconferentie over het Energie-Handvest (plan-Lubbers). Begin volgende maand verwacht Cardoso een voorstel namens de hele Commissie - het dagelijks bestuur van de Gemeenschap - aan de Ministerraad te kunnen presenteren.

Drs. Knegt, plaatsvervangend directeur-generaal Energiebeleid van het ministerie van economische zaken, gaf als commentaar: “Dat krijgt Cardoso nooit door de Ministerraad”. Alleen het Verenigd Koninkrijk en Portugal zouden in dit stadium voorstanders zijn van "third party access' tot de gaspijpleidingen.

Al geruime tijd is er een felle discussie gaande tussen een aantal nationale gasdistributiemaatschappijen en de Europese Commissie over de mogelijke invoering van TPA. Gasunie en haar zusterorganisaties in een aantal Europese lidstaten verzetten zich omdat zij vrezen voor aantasting van hun marktaandeel. Gasunie beheert het Nederlandse pijpleidingennet en verzorgt de behandeling van al het in Nederland gewonnen aardgas, de binnenlandse distributie en de export van Nederlands aardgas.

Topambtenaar Knegt meent dat Commissaris Cardoso met zijn experiment het hele Nederlandse aardgasbeleid in de waagschaal stelt en de bestaande zekerheid in de voorziening van gas ondermijnt. “Minister Andriessen heeft een andere kijk op het gasbeleid. Wij willen absoluut niet meewerken aan zo'n probeersel met een vorm van TPA. Een beetje zwanger zijn, kan namelijk niet. Gas is een vitaal belang voor Nederland, daar moet je niet mee experimenteren. Andere lidstaten verdedigen ook bepaalde nationale belangen, wij staan voor dit nationale belang.”

De belangrijkste reden van het Nederlandse verzet tegen "Brussel' is de vrees bij Economische Zaken dat door invoering van TPA de exploitatie van een groot aantal kleine gasvelden in de Noordzee en op het Nederlandse vasteland in gevaar zou komen. Door de relatief hoge kosten moet de produktie uit die velden constant doorgaan. Oliemaatschappijen doen dat alleen als zij de nu bestaande zekerheid hebben dat Gasunie de volledige produktie afneemt. Gasunie sluit daartoe lange termijncontracten met de producenten.

Cardoso gelooft er niets van dat hij met zijn plan de exploitatie van kleine gasvelden in de wielen rijdt. “Dat moet eerst worden bewezen, vandaar het experiment”, zei hij. Minister Andriessen daarentegen meent dat de Europese Commissie bewijslast moet leveren dat haar voorstel beter zou werken dan het Nederlandse systeem.

Het Nederlandse beleid voor de exploitatie van kleine gasvelden is de afgelopen jaren zo succesvol geweest dat ze nu zorgen voor meer dan de helft van de jaarlijkse afzet van de Gasunie: 38 van de 72 miljard kubieke meter in 1990. Dat is bijna het gehele binnenlandse verbruik in Nederland. Daarbij wordt de gasvoorraad in het grote veld bij het Groningse Slochteren zoveel mogelijk gespaard als buffervoorraad, die gebruikt wordt als de vraag plotseling sterk toeneemt, bijvoorbeeld in een lange strenge winter. 's Zomers wordt de Groningse gasbel helemaal gesloten. “Dat garandeert volledige voorzieningszekerheid, Gasunie kan altijd leveren. Slochteren is uniek in de wereld en die unieke positie geven wij niet prijs”, aldus drs. Knegt.

Verlies op de omzet van de kleine velden die in 1990 ruim 9 miljard gulden per jaar beliep, zou ook verlies op het staatsaandeel (8 miljard gulden op de totale omzet van Gasunie van 15,3 miljard in 1990) betekenen en daar voelt de regering niets voor.

Commissaris Cardoso wil in zijn voorstel echter geen uitzondering voor Nederland maken. “The option out is only for the British”, zei hij gekscherend en verwijzend naar de Europese topconferentie in Maastricht. “Het Nederlandse gasdistributiesysteem is àf en lijkt wel ontworpen voor het ideaal van de Europese interne energiemarkt. Men hoeft geen regels te veranderen, ik vraag alleen maar om aanpassing van de praktijk.”

Achtergrond van Cardoso's streven is mede het opblazen van nationale monopolieposities die nu nog in belangrijke mate een Europees energiebeleid frustreren. Nederland kent in zijn aardgasbeleid geen wettelijk, maar wel een de facto monopolie. Al het in Nederland geproduceerde gas moet immers aan de Gasunie worden aangeboden.

Als eerste fase in de ontwikkeling van zijn plan heeft Cardoso een rondgang gemaakt langs alle Europese hoofdsteden om zich bij de energieministers te oriënteren. In de tweede fase, die in 1993 moet ingaan, wil de Commissaris eerst de nog bestaande wettelijke monopolies in de lidstaten, die hij "onwettig' (in strijd met het Verdrag van Rome) acht, opgeheven zien. Als voorbeeld noemde hij de Franse wetgeving, die Electricité de France een monopolie over de verkoop en distributie van elektriciteit verleent. Ook moeten in de tweede fase de activiteiten van "verticaal' georganiseerde energiemaatschappijen (ondernemingen die zowel de produktie als distributie van elektriciteit en gas verzorgen) worden "ontbundeld'.

Daarmee bedoelt Cardoso een zodanige verandering van hun organisatie dat de kostenstructuur duidelijk wordt en inzicht ontstaat in de prijsvorming. Ten slotte behelst de tweede fase een beperkte vorm van "third party access': alleen grote bedrijven die een bepaalde hoeveelheid energie (tot een vastgesteld plafond) omzetten zijn verplicht aan dit experiment mee te doen. “Daarmee krijgen zowel consumenten als producenten het recht op transport van gas en elektriciteit tegen een redelijke prijs en bevorderen we de concurrentie”, aldus de Commissaris.

Door die open cuncurrentie zullen de de facto monopolies in de EG vanzelf vervallen, zegt Cardoso. Deze tussenfase, het experiment met TPA, wil de comissaris zo kort mogeljk houden. In de derde fase van zijn plan vervalt het plafond en worden alle energiebedrijven verplicht TPA toe te passen.

Tijdens de persconferentie over het Energie-Handvest zei Cardoso het plan-Lubbers als een steun in de rug en de voormalige Sovjet-republieken als bondgenoten te beschouwen voor zijn streven naar een vrije energiemarkt in Europa.