EG-besluit zorgt voor extra omzet

GORINCHEM, 18 DEC. Tevredenheid heerst bij de Groeneveld Group in Gorinchem. De beslissing van de EG-ministers voor verkeer om per 1 januari 1996 snelheidsbegrenzers op vrachtwagens en bussen verplicht te stellen, levert de onderneming naar verwachting 135 miljoen gulden extra omzet op.

Vlagvertoon en taarten met kaarsjes kwamen er maandag niet aan te pas, toen het besluit bekend werd. “We namen het voor kennisgeving aan”, zegt directeur-eigenaar Henk Groeneveld. “We hebben al zoveel voorpret gehad...”

Dat bevreemdt niet. De verplichte invoering kondigde zich al jaren aan en is een welkome stimulans voor de verkoop van een produkt dat het einde van zijn levenscyclus nadert. In 1996 worden nieuwe uitlaatgasnormen in de EG van kracht, die een zo preciese aansturing van de zware bus- en vrachtwagenmotoren vergen, dat de hiervoor benodigde geavanceerde elektronische brandstofpompen moeiteloos ook de functie van de huidige generatie snelheidsbegrenzers overnemen. Vrachtwagenfabrikanten bouwen een snelheidsbegrenzer binnenkort standaard in, waardoor de handel in de nu nog afzonderlijk te leveren appararaten zal wegkwijnen.

Voor die tijd hoopt Groeneveld Transport Efficiency, met vestigingen in Nederland, Groot-Brittannië, Frankrijk en Spanje en 145 personeelsleden de grootste van vier groepsmaatschappijen, nog zo'n 150.000 snelheidsbegrenzers te slijten. Die prognose is gebaseerd op de schatting dat tot 1996 500.000 tot 550.000 vrachtwagens en bussen van zo'n apparaat moeten worden voorzien, in combinatie met de wetenschap dat GTE een aandeel van 25 tot 30 procent op de Europese markt voor snelheidsbegrenzers heeft. Met het Duitse VDO rekent Groeneveld zich tot de Europese marktleiders.

Groeneveld heeft de begrenzer zelf ontwikkeld en laat het apparaat in eigen beheer produceren door Nederlandse en Duitse bedrijven. De eigen fabriek in Noord-Italië (Groeneveld Italia, 31 werknemers) maakt onder meer vetsmeersystemen voor de twee andere werkmaatschappijen van de Groeneveld Group: Groeneveld International (20 man, export naar landen zonder eigen vestiging) en Groeneveld Industriële Smeersystemen (30 medewerkers).

Voor nieuwe vrachtwagens en autobussen geldt de verplichte snelheidsbegrenzer al vanaf 1 januari 1994. Pogingen van Groeneveld op die "eerste markt' actief te worden hadden tot dusverre weinig succes. In die nu nog beperkte sector is de hegemonie van het Duitse elektronicaconcern Bosch vrijwel totaal.

Henk Groeneveld kan mede daardoor moeilijk ontkennen dat de zojuist getroffen maatregelen zijn bedrijf van pas komen. De geconsolideerde omzet van de “uitermate winstgevende” Groeneveld Group bedraagt dit jaar circa 65 miljoen gulden, waarvan de helft uit buitenlandse afzet afkomstig is. Automatische vetsmering is Groenevelds belangrijkste produkt. De grote groei van de omzet komend jaar, ten minste tot 83 miljoen gulden, zal echter vooral te danken zijn aan het tweede produkt: de verplichte snelheidsbegrenzer.

Groeneveld hecht eraan suggesties dat zijn bedrijf medeverantwoordelijk is voor invoering van de verplichting in de kiem te smoren. “Dat is een politiek besluit geweest waar niemand ons op mag aankijken”, zegt hij herhaaldelijk.

Liever, zo stelt adjunct-directeur Kok Langerak, verkoopt de onderneming haar begrenzers op basis van hun rendement. “Praktijkproeven hebben aangetoond dat het brandstofverbruik door installatie van een snelheidsbegrenzer tien tot vijftien procent daalt en dat je op banden 36 procent bespaart.”

Ondernemers in het Nederlands wegvervoer, waar de rendementen doorgaans tussen de min twee en plus twee procent liggen, zijn daarvoor gevoelig, weet Langerak. Weerstand van chauffeurs, die zich in hun vrijheid beknot menen, heeft acceptatie door meer dan 9 procent van de Nederlandse en Europese markt echter tegengehouden.

Het ministerie van Verkeer en Waterstaat beproefde in 1990 al veertig begrenzers en ontdekte dat de apparaten een aanzienlijke bijdrage konden leveren aan de reductie van schadelijke emissies (door brandstofbesparing) en aan verhoging van de verkeersveiligheid. De opgelegde uniforme maximum-snelheid verminderde het inhalen met de helft.

Milieu- en veiligheidsnormen hebben uiteindelijk de doorslag gegeven bij het EG-besluit tot verplichte invoering van de snelheidsbegrenzer. Henk Groeneveld mag dan afstand nemen tot de politiek, hij voelde wel haarfijn aan dat de groeiende aandacht voor het milieu hem voordeel kon brengen. Enkele jaren geleden bracht dat hem ertoe de (wegens bezwaarde chauffeurs) in "snelheidsregelaar' omgedoopte snelheidsbegrenzer weer als "begrenzer' te verkopen.

Groeneveld is zich bewust van de tijdelijke aard van de plotselinge sterke omzettoename. Om die reden tracht hij de uitbreiding van zijn personeelsbestand tot een minimum te beperken. “Je moet je onderneming niet opbakken voor het bedienen van een markt die tot 1996 bestaat”, zegt hij. De onderneming zal voor de extra afzet met name een beroep doen op haar dealerorganisatie.