Brinkman overdenkt zijn werk in Den Haag

DEN HAAG, 18 DEC. De beoogd opvolger van premier Lubbers, Elco Brinkman, sinds twee jaar fractievoorzitter van het CDA en oud-minister van WVC, vraagt zich in een interview met HP-De Tijd af of hij niet al veel te lang in Den Haag werkzaam is. Brinkman: “Soms denk ik wel eens: zou er nog een andere wereld bestaan waarin ik me thuis zou kunnen voelen? (-) Om maar eens wat te noemen, op het moment dat wordt besloten van Goeree, mijn geboortegrond, een nationaal park te maken en als ze tevens de Maasvlakte zouden uitbreiden voor werkgelegenheid en industrie, en men zou zeggen: iemand moet daaraan leiding geven.. ja, dat zou iets voor mij zijn.

Dat zou een geweldige uitdaging zijn, zoals ook zoiets als het burgemeesterschap van Rotterdam mij dat lijkt. Rotterdam vind ik een schitterende stad, veel mooier dan Amsterdam.” Of de mijmerende CDA-politicus hiermee op bedekte wijze het traditioneel voor de PvdA bestemde burgemeesterschap van Rotterdam voor zijn partij wil opeisen of niet, hij blijkt in ieder geval grootse plannen voor de kustregio te hebben. “Ik denk dat we in de toekomst de zee op moeten gaan. Ja, het wordt voller en voller in ons landje. Voor de kust zijn talloze zandplaten die geschikt gemaakt kunnen worden voor industrie, woningbouw en recreatie. Zo'n enorm project is niet alleen pure noodzaak, het is ook goed voor het gevoel van eigenwaarde van de burgers in ons land. In het nieuwe Europa zullen kleine landen toch al het gevoel hebben dat ze ondergesneeuwd raken. De behoefte zich te profileren zal dan vermoedelijk groter zijn. Er zal een nieuwe uitdaging nodig zijn, we hebben een nieuwe Nationale Trots nodig.”

Brinkman ziet in het interview ook buiten het bestuur een mogelijke toekomst voor hem weggelegd. “Ach, misschien is het ook ontzettend aardig om na al die slopende jaren in de politiek er helemaal uit te stappen en me verder alleen nuttig te maken in het vrijwilligerswerk. (-) Misschien begin ik dan aan een boek, want dat zal er toch ook een keer van moeten komen. (-) Er zijn mensen die vinden dat ik beter tot mijn recht kom wanneer ik schep, creëer. Weet u, ik ga graag om met kunstenaars. Dateert nog uit mijn WVC-tijd. (-) Misschien is het een gewaagde opmerking, maar soms voel ik mezelf ook een beetje een kunstenaar. Als ik bijvoorbeeld in de tuin aan het werk ben; dat kneden van de grond, heerlijk is dat. Je voelt dezelfde verwantschap wanneer je een toespraak moet schrijven.”