Bestuurder R&R ontkent beslaglegging "woonhuis'

ROTTERDAM, 18 DEC. Mr R.G.F. Meier Mattern, voorzitter van de R&R group of companies, bericht ons dat er geen beslag is gelegd op zijn woonhuis. Dit in tegenstelling tot wat wij op 12 december publiceerden.

Meier Mattern is president-commissaris bij VHS onroerend goed, het beursfonds dat vorige week door De Nederlandsche Bank onder curatele is gesteld. R & R is grootaandeelhouder in VHS.

Het pand waaraan wij refereerden was de woning aan de Koning Willem III laan te Blaricum. Hier was Meier Mattern woonachtig. Volgens opgave van de Gemeente Blaricum heeft hij zich op 28 december 1989 daar uit laten schrijven uit het bevolkingsregister “richting Zuid-Afrika.”

In het pand is sindsdien officieel een bedrijf gevestigd. Meier Mattern noemt het desgevraagd zijn woning. Het pand staat op naam van King William III Holding. Op dit pand zegt de Haarlemse advocaat mr R. Middendorf beslag te hebben laten leggen ten behoeve van een aannemer, Van Effrink, die een vordering op Meier Mattern zegt te hebben. De aannemer heeft tevens beslag laten leggen op de nabij gelegen woning van de moeder van Meier Mattern, die hij had verbouwd. Volgens Meier Mattern is alleen op dat laatste pand beslag gelegd, maar “dat is weer opgeheven of zal spoedig opgeheven worden.”

Banque de Suez heeft vorderingen van enkele miljoenen op R&R. Deze zijn volgens de bank gedekt door eerste hypotheken.

Meier Mattern verzocht ons de passage “Meier Mattern heeft weer in Zuid-Afrika domicilie gekozen. Op zijn huis hier is beslag gelegd. Banque de Suez zou grote vorderingen op R&R hebben, die niet geheel gedekt worden door in Nederland aanwezige zekerheden, zo gaat het gerucht in de markt,” te rectificeren daar deze beweringen “volstrekt onjuist zijn” en “schade toebrengen aan zijn zakelijk functioneren.”