Athene juicht EG-besluit erkenning toe

ATHENE, 18 DEC. Griekenland kwam gisteren in feeststemming na de vergadering van de twaalf EG-ministers van buitenlandse zaken over de voorwaarden waaronder republieken uit Joegoslavië kunnen worden erkend.

Een daarvan houdt in dat zo'n republiek in haar grondwet moet vastleggen dat zij geen aanspraken heeft op grondgebied van een EG-staat, een andere dat zij geen vijandige propaganda, inclusief naamgeving, mag aanwenden waaruit zulke aspiraties kunnen worden afgeleid.

Volgens premier Mitsotakis, die glunderend voor de televisie verscheen, betekent dit dat de "republiek van Skopje', zoals zij hier wordt genoemd de naam Macedonië niet zal mogen voeren en ook moet ophouden met haar beweringen over een “onderdrukte Macedonische minderheid” in Noordwest-Griekenland.

De naam Macedonië houdt in Griekse ogen zulke aspiraties al in, omdat zij sinds Alexander de Grote deel uitmaakt van de Griekse geschiedenis. Of alle andere EG-landen dit ook zo zullen voelen, moet worden afgewacht. De regering in Skopje zegt dat "Macedonië' slechts een geografisch begrip is en dat zij geen territoriale aspiraties heeft. Maar het parlement heeft in de nieuwe grondwet wel een artikel laten opnemen dat “uitbreiding van het grondgebied” mogelijk maakt en een ander, waarin “belangstelling” voor Macedoniërs buiten de grenzen wordt beleden.

In ieder geval is het toevoegen van de woorden “inclusief naamgeving” een groot succes voor minister van buitenlandse zaken Samarás, waarmee de overige elf wellicht zijn toestemming tot erkenning van Kroatië en Slovenië hebben “gekocht”. Athene had daar namelijk als historisch bondgenoot van Servië grote bezwaren tegen.