"Akkers verpauperen door vreemde genen'

RILLAND, 18 DEC. Een grijze nevel ligt over Zuid-Beveland. De geploegde akker strekt zich uit tot aan de dijk. Daarachter liggen de schorren en slikken van de Westerschelde.

“Het land dreigt te verpauperen”, stelt M. Boonman bitter vast. “Het begon met het vergelingsvirus, waardoor onze suikeropbrengsten achterblijven. Inmiddels wil het ook met erwten en bonen niet meer lukken. En als ze doorgaan met die veldproeven met genetisch gemanipuleerde planten, dan weet je helemaal niet waar het eindigt.”

Boonman is akkerbouwer in Rilland. Die "ze' waar hij op doelt, is het kweekbedrijf Van der Have, dat in de streek een kleine duizend proef- en kweekveldjes heeft. Het bedrijf heeft opnieuw vergunningen aangevraagd voor veldproeven, waarbij genetisch gemanipuleerde planten in de open lucht worden geteeld. Vorig jaar ging het om maïs en koolzaad, voor het komend seizoen is ook een vergunning aangevraagd voor suikerbieten.

“Ik wil de goede bedoelingen van kweekbedrijf Van der Have helemaal niet in twijfel trekken”, zegt Boonman. “Maar de mensen die indertijd Softenon ontwikkelden, hadden ook de beste bedoelingen. En we weten waar dat op uit is gedraaid.”

Evenals vorig jaar hebben zes Zeeuwse akkerbouwers bezwaar aangetekend tegen de vergunningaanvragen van het bedrijf voor veldproeven. De vorige reeks veldproeven van het kweekbedrijf werd overigens voortijdig geoogst door de actiegroep De Razende Rooiers.

De betrokken boeren menen dat zij al jaren schade lijden door de activiteiten van het bedrijf. Zo zou Van der Have een bron van besmetting zijn van het vergelingsvirus, die de suikerbieten aantast. Boonman laat cijfers zien waaruit blijkt dat de opbrengst per hectare vanaf halverwege de jaren zeventig regelmatig onder het streekgemiddelde is gedoken, en dat terwijl de grond van de boeren volgens Boonman beter is dan het gemiddelde in de streek. Zavelige klei, die bij uitstek geschikt is voor bieten.

Het bedrijf Van der Have erkent volmondig, dat in 1987 als gevolg van hun activiteiten schade is ontstaan aan de opbrengst suikerbieten “We hebben toen ook een in onze ogen alleszins acceptabele schadevergoeding voorgesteld. De meeste akkerbouwers hebben die vergoeding geaccepteerd, alleen deze zes niet,” aldus dr. C. Noome, directeur research van het bedrijf.

Noome ontkent dat er sprake is van systematisch lagere opbrengsten door de activiteiten van het bedrijf. “Na die ene keer hebben wij onze maatregelen genomen”, zegt hij. “En met succes. De druk van het vergelingsvirus is in deze streek lager dan het landelijk gemiddelde.”

Boonman bestrijdt dat. “Wij moeten vijf tot tien keer per seizoen spuiten tegen het vergelingsvirus. Elders in Nederland is dat een keer of twee.”

De ervaringen met het vergelingsvirus hebben Boonman en zijn collega's benauwd gemaakt voor andere activiteiten van het bedrijf. Ze vrezen vooral de mogelijke gevolgen van experimenten met genetisch gemanipuleerde planten. Een angst, die nog wordt aangewakkerd door het voorstel van Van der Have om de huidige strenge beperkingen bij het telen van de gemanipuleerde planten te laten vallen. Zo wil het bedrijf geen bloemen meer plukken van de genetisch gemanipuleerde planten en wil men het zaad op de gewone wijze winnen.

De boeren zijn bang dat "vreemde' genen zich daardoor in het milieu zullen verspreiden, met als gevolg schade voor hun bedrijf en voor het milieu. Een dergelijke verspreiding kan volgens akkerbouwer Boonman op verschillende manieren gebeuren. Zo kan het stuifmeel, getransporteerd door wind of insecten "gewone' planten bevruchten. Daarnaast kan ook het zaad zich via de wind of via vogels over grote afstanden verspreiden. De verspreiding van "vreemde genen' hoeft bovendien niet beperkt te blijven tot de planten zelf, maar kan zich via kruising ook uitstrekken tot in het wild voorkomende soortgenoten.

Noome erkent dat Van der Have af wil van de beperkingen op de teelt van genetisch gemodificeerde gewassen. Volgens hem ligt dat ook voor de hand: “Als zaadveredelingsbedrijf zijn wij vooral geïnteresseerd in het zaad van de planten. Dat verkopen we. Dan moeten we de planten natuurlijk wel laten bloeien en zaad laten zetten.”

Uiteindelijk is het de bedoeling, zo vervolgt Noome, dat er honderden hectaren van deze gemodificeerde gewassen worden geteeld, namelijk gewoon bij de boeren op het land. “Om nu alle bouwland in Nederland onder glas te zetten, gaat toch wat ver”, meent Noome.

Dat er risico's kleven aan de veldproeven, ontkent Noome niet. De risico's zijn echter zo gering, dat ze zeker niet opwegen tegen de potentiële voordelen. Die voordelen hebben volgens Noome vooral betrekking op het milieu. Zo zouden de genetisch gemodificeerde planten beter bestand zijn tegen ziektes, waardoor er niet of minder gespoten hoeft te worden.

De geruststellingen van de kant van Van der Have maken bij de zes boeren geen enkele indruk. Na hun ervaringen met het vergelingsvirus hebben ze weinig vertrouwen meer in het bedrijf. Ook de controle op de experimenten schiet volgens Boonman ernstig tekort. “Voor heel Nederland is er één man die de veldproeven met genetisch gemanipuleerde planten moet controleren”, zegt hij. “Dat is natuurlijk veel te weinig.”

Om de onrust onder boeren weg te nemen heeft Van der Have met het Landbouwschap een convenant gesloten. Een boer, die vermoedt dat er sprake is van schade als gevolg van de experimenten van Van der Have, kan dit nu laten onderzoeken door een commissie. Volgens Boonman en de zijnen is het convenant en de bijbehorende commissie een wassen neus, met name omdat een lid van de commissie wordt aangewezen door Van der Have. Dat er ook iemand van het Landbouwschap in komt te zitten is volgens hen geen garantie voor onafhankelijkheid, want het Landbouwschap zou tot nu toe aan het handje van Van der Have lopen. “Zo'n convenant vertraagt alleen maar de normale rechtsgang”, stelt Boonman vast.

Op zich heeft Boonman geen bezwaar tegen experimenten met genetische manipulatie. “Alleen niet bij ons voor de deur. Waarom doen ze die experimenten niet in Wageningen”, zegt Boonman. “In het laboratorium of in een gesloten kas. Tot ze zeker weten, dat het in ieder geval geen kwaad kan.”