"Vrije EG-markt ook nodig voor energie'

DEN HAAG, 17 DEC. Een van de grootste voorstanders van het plan-Lubbers voor samenwerking op energiegebied met Oost-Europa, dat vandaag in Den Haag door bijna 50 landen werd ondertekend, is de Britse minister voor energiezaken John Wakeham. Het Energie-Handvest moet echter niet alleen de markt in Oost-Europa openen, maar ook een vrije interne energiemarkt binnen de Europese Gemeenschap naderbij brengen, vindt hij.

Ook de vertegenwoordiger van de Europese Commissie, energiecommissaris Antonio Cardoso e Cunha, legde die verbinding gisteren in zijn toespraak voor de ministersconferntie in de Haagse Ridderzaal.

“Ik steun de commissaris daarin volledig”, zegt Wakeham in een toelichting. Vrije concurrentie is essentieel voor de interne markt in 1993, en je kunt absoluut geen interne markt hebben als energie daarop een uitzondering vormt.”

Maar met een Europees energiebeleid is nog nauwelijks een begin gemaakt. Dat komt door de nationale monopolies waaraan verscheidene Europese regeringen waaronder de Nederlandse, vasthouden, aldus Wakeham.

Plannen van de Europese Commissie voor meer doorzichtigheid in de prijsvorming voor elektriciteit en aardgas en de nieuwe richtlijn die lidstaten verplicht gas en elektriciteit voor elkaar door te voeren, acht hij belangrijke middelen om het doel te bereiken. Maar ook het omstreden plan van commissaris Cardoso voor "third party access' (toegang van derde partijen, zoals ondernemingen) tot de aardgaspijpleidingen hebben zijn steun. Het gaat hierbij om een verplichting voor beheerders van pijpleidingen om hoeveelheden gas die door grootverbruikers in het buitenland tegen een aantrekkelijke prijs worden aangekocht, te transporteren, mits daarvoor capaciteit bestaat.

Wakeham: “Dat is duidelijk in het voordeel van de consument. Het leidt tot meer concurrentie en lagere prijzen.” Hij illustreert zijn opvatting met de daling van de elektriciteits- en gasprijzen met ruim 10 procent in het Verenigd Koninkrijk sinds deze sectoren werden geprivatiseerd. “De prijzen zijn sterk achtergebleven bij de inflatie en dat betekent in ons land nogal wat.”

Nederland is fel tegen third party access (TPA) en houdt vast aan de monopoliepositie van de Gasunie die het pijpleidingennet beheert en zelfstandig beslist over het transport van gas uit het buitenland. Een Europese richtlijn zou het beleid om de kleine gasvelden te ontwikkelen, doorkruisen, zegt minister Andriessen (economische zaken) keer op keer.

Andriessen wil de gasbel in Groningen als buffervoorraad bewaren voor perioden waarin de vraag plotseling sterk stijgt, zoals in lange, strenge winters. Produktie van gas in de kleine velden is veel duurder dan in Slochteren en de minister stimuleert de betrokken oliemaatschappijen door ze afnamecontracten voor een lange termijn aan te bieden. Vrije prijsconcurrentie zou die contracten in gevaar kunnen brengen.

Minister Wakeham erkent dat Nederland een “unieke positie” op de gasmarkt inneemt, maar hij blijft erbij dat in een vrije interne EG-markt monopolieposities zullen moeten verdwijnen. “Ik denk dat we daarover nog heel wat overleg moeten voeren, ook met uw regering.”

Wakeham heeft zelf de consequenties van de interne markt al getrokken voor de Britse kolenindustrie. Na een herstructurering zullen de kolenmijnen net als de elektriciteitsproduktiebedrijven worden geprivatiseerd. In 1990 is Wakeham akkoord gegaan met voorzieningen om de verliezen van British Coal, tot een totaal van 5 miljard pond sterling, weg te werken. Daarmee besteedde hij meer overheidsgeld aan de mijnindustrie dan alle na-oorlogse kabinetten samen, die het laatste kabinet-Thatcher voorgingen, zegt hij niet zonder trots.

“De voorwaarde was dat we volledig stoppen met elke subsidiëring. Het gaat er mij nu om van British Coal een concurrerende onderneming te maken, zo groot als economisch verantwoord, om het bedrijf vervolgens te privatiseren”, aldus Wakeham. Daarom is hij ook tegen een plan van de Europese Commissie voor nieuwe financiële steun uit Brussel aan British Coal, om de kolenvoorziening zeker te stellen. “Ik heb dat bij geruchte vernomen en meteen aan Brussel geschreven dat British Coal dat niet nodig heeft. Het zou economisch niet gezond zijn en bovendien: wie wil er nu een bedrijf kopen dat gesubsidieerd wordt?”