VNG bepleit souplesse voor kunstenaars in de bijstand

AMSTERDAM, 17 DEC. Het onderzoek van Sociale Zaken naar de positie van kunstenaars in de bijstand deugt niet. Het is "ongenuanceerd' en geeft geen antwoord op essentiële vragen. Met deze scherpe kritiek, verwoord in een brief aan de ministers van WVC en Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mengt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zich nu ook in het debat over kunstenaars in de bijstand, dat is ontstaan na het verschijnen van een rapport van Sociale Zaken.

Daarin wordt geconcludeerd dat sommige gemeenten "te soepel' met kunstenaars omspringen die van de bijstand gebruik maken. Daar hoeven kunstenaars als ze toneelspelen, musiceren of schilderen niet te solliciteren; wel worden inkomsten uit die activiteiten, ook subsidies, in mindering gebracht op hun uitkering.

De onderzoekers van Sociale Zaken noemen die aanpak "onaanvaardbaar'. Ze vinden dat kunstenaars daardoor bevoordeeld worden boven andere uitkeringsgerechtigden. Kunstenaars die niet van hun kunst kunnen leven, ook al krijgen ze subsidie van WVC, moeten maar ander werk zoeken, net als andere werklozen, luidt kort gezegd het standpunt van Sociale Zaken.

Hoofdpunten waarop het Sociale Zaken-onderzoek volgens de VNG geen antwoord geeft, zijn de volgende:

Hoeveel kunstenaars in Nederland maken gebruik van de bijstand?

Is het steeds dezelfde groep, of verandert die (in- en uitstroom)?

Wat zijn de verschillende inkomsten van kunstenaars (opbrengst uit verkoop, individuele subsidie, beroepskostenvergoeding, etc.) en wat betekent dit voor de verrekening met de uitkering?

Wat is de huidige positie (zowel arbeidsmarktmogelijkheden als beroepsactiviteiten) van kunstenaars die in het verleden lange tijd gebruik hebben gemaakt van de beeldende-kunstenaarsregeling (BKR)?

Voordat tot ander beleid wordt besloten, moet eerst antwoord op deze vragen gevonden worden, vindt de VNG.

Niet bekend

Dat kunstenaars in de bijstand niet onmiddellijk sollicitatieplicht hebben, heeft volgens de VNG niet te maken met een uitzonderingspositie van de kunstenaars, maar met de pogingen van de sociale diensten om maatwerk te leveren: voor ieder individueel geval wordt bekeken welke de beste "arbeidsmarktmogelijkheid' is, gezien zijn capaciteiten (en rechten en plichten). De VNG vindt dat de centrale overheid de gemeenten de ruimte moet laten om dergelijk maatwerk te ontwikkelen.

Opmerkelijk is, dat de Kamer en minister d'Ancona het in grote lijnen met de kritiek van de VNG op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid eens zijn. Dat bleek afgelopen week tijdens het mondeling overleg over cultuur tussen de minister en Kamerleden. Een nader onderzoek, om antwoord op de bovengenoemde vragen te krijgen, lijkt de minister een goed idee.

Dat de Kamer Sociale Zaken ooit in een motie vroeg om in zijn algemeenheid scherper te letten op de uitvoering van de bijstandswet (aanleiding voor het onderzoek van SZW), betekent nog niet dat nu de kunstenaars in de bijstand op deze manier aangepakt moeten worden, vindt de Kamer: Ter Veld gaat te rigide te werk. Begin dit jaar moet de regering met een standpunt komen over wat ze van plan is met kunstenaars in de bijstand, want op dit moment werken Sociale Zaken en WVC elkaar tegen, vinden de Kamerleden.

Bovendien gaat het niet aan om oudere kunstenaars, die na de afschaffing van de beeldende kunstenaarsregeling (BKR) in 1987 in de bijstand terecht kwamen, nu ineens de arbeidsmarkt op te sturen. “Er zijn door de staatssecretaris van sociale zaken, destijds Lou de Graaf, afspraken gemaakt over deze kunstenaars. Die mochten doorwerken in de bijstand”, zegt de cultuurspecialist van de Tweede-Kamerfractie van D66, Aad Nuis. Hij vindt het ook te gek voor woorden dat kunstenaars die van WVC erkenning en subsidie krijgen, vervolgens van Sociale Zaken maar ander werk moeten doen.

Volgend voorjaar moet de regering duidelijkheid scheppen over de positie van kunstenaars in de bijstand. Kunstenaars hebben overigens volgend jaar ook te maken met een aanzienlijke verlaging van het subsidiebudget voor beroepskostenvergoedingen. Het lijkt wel alsof de overheid heeft afgesproken om "het ooit zo kunstenaarsvriendelijk klimaat (in dit land) om te bouwen tot een kunstenaarsvijandig klimaat', schrijft Roel Mulder van het Voorzieningsfonds voor Kunstenaars over al deze ontwikkelingen in het decembernummer van informatieblad voor kunstenaars BK.