Stijgende prijzen en geweld in sigarettenoorlog Italië; Onrust in Joegoslavië en Albanië belemmert werk smokkelaars

NAPELS, 17 DEC. Drie pakjes sigaretten liggen, schijnbaar achteloos, op een omgekeerd houten kistje naast een paar dozen met zijden dassen. Het is of iemand ze heeft vergeten. Maar de kleurige dassen zijn voor de sier: de klanten stoppen voor de sigaretten en als ze wat kopen, kijken zowel de verkoper als de roker schichtig om zich heen.

“Ik moet nu extra oppassen dat ze me niet pakken”, zegt Enzuccio, de goedgeklede Napolitaan achter de houten kisten, die alleen zijn voornaam wil geven. “De politie is overal aan het controleren.”

De drie pakjes op het kistje in de drukke via Santa Lucia, vlak bij de haven, staan op de verboden lijst in Italië. Een maand lang mag er geen Marlboro, Merit of Muratti worden verkocht omdat daar teveel van wordt gesmokkeld. Tegelijkertijd heeft de politie duizenden extra manschappen ingezet voor controles.

Zelfs in Napels, het hoofdkwartier van de sigarettensmokkel, moet je nu oppassen. Op deze zonnige decembermorgen heeft Enzuccio een vriend meegenomen, die een paar meter verder op de uitkijk staat. Hij kan hem makkelijk betalen, want de prijs op de zwarte markt voor een van de drie verboden merken is met ongeveer dertig procent gestegen.

Het is een van de paradoxale resultaten van de sigarettenoorlog die zaterdag is uitgebroken. De verkoop van sigaretten is in Italië een staatsmonopolie, in de winkels die te herkennen zijn aan het zwarte bord "Tabacchi'. Maar dat monopolie wordt op grote schaal ontdoken. Vooral in de grote steden zijn overal mensen te vinden die bij een stoplicht of in een drukke straat sigaretten aanbieden tegen een lagere prijs dan in de staatswinkels.

Als een van de maatregelen tegen de smokkel is eind oktober een decreet afgekondigd dat de handel in bepaalde merken voor een maand moet worden verboden als er in een jaar meer dan vijf ton gesmokkelde sigaretten in beslag zijn genomen. Het was meteen raak. In Ravenna ontdekte de financiële politie zeven schepen met in totaal 65 ton sigaretten aan boord.

Sinds zaterdag mogen daarom drie van de populairste sigarettenmerken niet meer worden verkocht. Minister van binnenlandse zaken Scotti zei dat dit besluit is gericht tegen een van de belangrijkste activiteiten van de georganiseerde misdaad in Napels en de regio Puglia, waar de meeste sigaretten het land in komen. De misdaad maakt jaarlijks voor honderden miljoenen guldens winst met de sigarettensmokkel.

De Amerikaanse fabrikant, Philip Morris, heeft beroep aangetekend tegen de maatregel. Die zou in strijd zijn met de regels voor vrije concurrentie. Bovendien vindt Philip Morris dat de regering de producent niet verantwoordelijk mag stellen voor de smokkel, omdat het bedrijf niet in de gaten kan houden wat er precies gebeurt met al zijn sigaretten.

Volgens minister Scotti willen de fabrikanten niet weten dat er wordt gesmokkeld. De schade die ze kunnen lijden als hun sigaretten een maand lang zijn verboden, zal hen er wel toe brengen om harder na te denken over manieren om de smokkel tegen te gaan, zei de minister.

De smokkel is lucratief door de hoge prijs voor sigaretten in Italië. De smokkelaar koopt de sigaretten goedkoop in het buitenland en verkoopt ze weer voor een prijs die zowel voor de roker als voor de smokkelaar voordelig is. Een pakje Marlboro kost in de winkel 3500 lire, ongeveer 5,25 gulden. Tot zaterdag kon je het in Napels voor 2400 lire krijgen, gisteren was de prijs op de zwarte markt 3000 tot 3200 lire.

De meeste gesmokkelde sigaretten worden in belastingvrije winkels elders in Europa gekocht en dan naar Albanese of Joegoslavische havens gebracht. Daarvandaan vertrekt dan een schip en op zee wordt de lading overgeladen in supersnelle motorboten uit Zuiditaliaanse havens als Brindisi en Monopoli, dezelfde havens waar eerder dit jaar duizenden Albanese vluchtelingen Italië probeerden binnen te komen. Vanuit de regio Puglia worden de sigaretten dan in vrachtwagens naar hun bestemming vervoerd, vaak via Napels.

De democratisering in Albanië en vooral de afspraak dat de Italiaanse marine patrouilleert in de Albanese kustwateren om nieuwe bootvluchtelingen tegen te houden, hebben het leven van de duizenden smokkelaars een stuk moeilijker gemaakt. Naast de "Durrës-connection', genoemd naar de Albanese havenstad waar de meeste sigaretten vandaag kwamen, is een onregelmatige verbinding met havensteden in het zuiden van Joegoslavië gekomen, maar hier hebben de smokkelaars weer te maken met de politieke onrust.

Hoe belangrijk de sigarettensmokkel voor Puglia is, blijkt uit de heftige reacties die zijn losgemaakt door de intensievere politiecontrole. Zondagmorgen is een politie-agent zwaar gewond geraakt toen hij door een groep smokkelaars in elkaar werd geslagen.

In het midden van de jaren tachtig leek de smokkel op zijn retour, maar de afgelopen jaren wordt er weer meer gesmokkeld, aldus cijfers van de financiële politie. In 1988 bedroeg de ontdekte smokkel nog 770 ton, dit jaar is dat al gestegen naar bijna tweeduizend ton. Het aantal aanhoudingen is verdubbeld: dit jaar al 25.220. Volgens de Italiaanse federatie van tabakswinkeliers beloopt de werkelijke smokkel tegen de tienduizend ton, een schatting die van officiële zijde niet is tegengesproken.

Een paar honderd meter verder staat Peppe, een sjofele man, achter een leeg kistje met een leeg rood-wit pakje. Hij is niet zo blij met de maatregel, al kan hij nu even wat meer verdienen. “We hebben nog genoeg in de opslag, maar het wordt moeilijk om het spul hier te krijgen”, zegt hij. “Waarom laten ze ons niet met rust? Wat wij doen is beter dan gaan stelen.”

De taxichauffeur die me terugbrengt maakt zich geen zorgen. Hij heeft 's ochtends nog zijn pakje Marlboro kunnen kopen en steekt er demonstratief nog eentje op. “Dat verbod maakt niets uit. Ik moet er alleen wat meer voor betalen.”