Simons verlaagt tarieven artsen "zonder overleg'

DEN HAAG, 17 DEC. Staatssecretaris Simons (volksgezondheid) stevent af op een conflict met de huisartsen. Zonder overleg met de beroepsgroep heeft hij besloten de tarieven voor de huisartsenhulp volgend jaar te verlagen, omdat in 1990 voor deze sector enkele tientallen miljoenen guldens meer is uitgegeven dan WVC had geschat. De Landelijke Huisartsenvereniging (LHV) stelt gerechtelijke stappen in het vooruitzicht.

Over het "redresseren' van de overschrijding - WVC-jargon voor het terughalen van het te veel uitgegeven bedrag - zei Simons in september dat er “reëel en verstandig overlegd zal moeten worden hoe dat in de komende periode structureel te compenseren valt. Een lijn die het kabinet altijd kiest bij overschrijdingen”. Van zulk overleg is volgens de vice-voorzitter van de LHV, W.L. Bogtstra (huisarts te Sneek) geen sprake geweest. “Terwijl Simons mij dat persoonlijk heeft toegezegd.”

Volgens een woordvoerder van het ministerie van WVC is er wel ambtelijk overleg geweest. “Uiteindelijk liet de LHV ons begin november weten dat zij geen oplossing konden vinden voor het compenseren van de overschrijding.”

Bogtstra's hoop is nu gevestigd op de Tweede Kamer. De staatssecretaris zou door Tweede-Kamerleden naar de overlegtafel moeten worden gedirigeerd. Vorige week vroeg het LHV-bestuur in een brief aan de parlementariërs, ook die in de Eerste Kamer, de tariefverlaging tegen te houden. “Op dat verzoek is geen enkele positieve reactie ontvangen”, zegt Bogtstra, zojuist teruggekeerd van zijn patiëntenronde door Sneek. Als Simons niet alsnog met de huisartsen om de tafel gaat zitten, stapt de LHV naar de rechter. De voorbereidingen voor een juridische procedure zijn in volle gang.

Sinds zijn aantreden in het najaar van 1989 heeft Simons het belang van de "spilfunctie' en de rol die een huisarts speelt bij het doelmatiger maken van de zorg onderstreept. Bogtstra: “Nu gaan de tarieven omlaag. Dat is toch een merkwaardige manier van handelen.” De tariefverlaging die Simons voor ogen heeft moet hem 33 miljoen gulden opleveren; het verschil tussen de raming (1.926 miljard gulden) en de werkelijke kosten (1.959 miljard) van de huisartsenhulp in 1990. De maatregel kost de gemiddelde huisarts volgend jaar ruwweg 5.150 gulden.

Steeds meer mensen bezoeken de huisarts. In 1981 kwam 71,2 procent van de ziekenfondsverzekerden in contact met de huisarts, en in 1990 was dat gestegen tot 77,8 procent. Ook steeds meer particulier verzekerden brengen een bezoek aan de huisarts of ontvangen hem voor een visite aan huis: 65,3 procent in 1981, en 72,3 procent in 1990. Die stijging ging dit jaar verder. Bogtstra: “Je kunt er donder op zeggen dat ook dit jaar de medische consumptie weer fors is toegenomen en dat die zal uitstijgen boven de raming van WVC. Dat zou betekenen dat de tarieven over een jaar weer omlaag gaan.” De LHV-voorman wijst erop dat de huisartsen in tegenstelling tot de medische specialisten niet aan een vast, jaarlijks budget zijn gebonden. Simons wil dat daar nu verandering in komt.

De geplande tariefsverlaging is voor de LHV onaanvaardbaar. Bogtstra verwijt Simons zelfs onbehoorlijk bestuur. “Van de huisartsen wordt verlangd dat zij meer werk leveren, zonder dat daar enige geldelijke beloning tegenover staat. Van rechtvaardigheid is geen sprake.” Meer werken voor hetzelfde geld of net zo hard werken voor minder geld; daar voelen de ongeveer 6.400 huisartsen in Nederland niks voor. “Bovendien hebben we in jaren dat er minder aan huisartsenhulp werd uitgegeven dan geschat, het verschil ook niet uitbetaald gekregen.”

Door de tarieven te verlagen, wordt de relatie tussen de huisartsen en de staatssecretaris er niet prettiger op, meent Bogtstra. Hij wijst erop dat de huisartsen niet behoren tot de meest fervente tegenstanders van de omwentelingen in de gezondheidszorg die onder meer in 1995 moeten leiden tot een voor iedereen verplichte ziektekostenverzekering. Stap voor stap verdwijnt het onderscheid tussen particuliere verzekering en ziekenfondsverzekering. Op 1 januari 1993 wil Simons, door politieke en maatschappelijke druk een jaar later dan de bedoeling, de huisartsenhulp vanuit de particuliere polissen en het ziekenfondspakket onderbrengen in de volksverzekering AWBZ. Een maatregel waarmee de huisartsen onder voorwaarden instemmen.

Of er als gevolg van de tariefverlaging alsnog breed verzet tegen de stelselwijziging zal ontstaan bij de huisartsen, is volgens Bogtstra maar zeer de vraag. “Het ligt niet in mijn aard om dwars te gaan liggen, omdat je het uiteindelijk toch uitspeelt over de rug van de patiënt”, zegt Bogtstra. “Maar als je in je achterban onwil krijgt, is dat niet gunstig.”