"Servië drong ons eigen weg op'; "Toen er bommen vielen, werd er een punt gezet achter Joegoslavië'

JANEZ DRNOVSEK, de laatste Sloveense "president' van Joegoslavië, voelt zich door "de Europese staatslieden' niet begrepen. "Ze dachten dat het met het uiteenvallen van het land wel zou meevallen.'

LJUBLJANA, 17 DEC. Slovenië, zegt Janez Drnovsek, heeft nooit zelf gekozen voor zijn onafhankelijkheid, het heeft die onafhankelijkheid opgedrongen gekregen: niet wij, de Slovenen, hebben het graf van de Joegoslavische federatie gegraven, maar Slobodan Milosevic, de Servische leider, heeft dat gedaan.

Janez Drnovsek is een magere man met een rond hoofd met weinig haar en een dun snorretje. Hij was tot voor kort Sloveniës vertegenwoordiger in het Joegoslavische staatspresidium. Van 1989 tot 1990 fungeerde hij als voorzitter, als president van Joegoslavië dus. In die hoedanigheid was hij direct ooggetuige van het oprukkende Servische nationalisme, dat uiteindelijk heeft geleid tot het tegendeel van wat Milosevic beoogde, het uiteenvallen van het land.

Al in die periode, zegt Drnovsek, waren de tekenen van de naderende desintegratie van Joegoslavië zichtbaar. “Ik heb geprobeerd die desintegratie te bestrijden door te ijveren voor aansluiting van Joegoslavië bij Europa. Ik heb de Europese staatslieden vaak gewaarschuwd: ze moesten voortmaken met die integratie, Joegoslavië had geen tijd, het Servische nationalisme rukte op. Alleen een snelle integratie in Europa, zei ik, zou een uiteenvallen van het land kunnen voorkomen.”

Je zag het aankomen, met de massademonstraties waarmee de Serviërs een eind maakten aan de autonomie van Kosovo en die van Vojvodina en waarmee ze de regering van Montenegro ten val brachten en vervingen door marionetten van Milosevic. “Ik moest dat in de contacten met die Europese staatslieden notabene verdedigen. Ik moest hen overtuigen dat een integratie in Europa ons in staat zou stellen dat probleem op te lossen.”

Het mocht niet baten, zegt Drnovsek: “Ze geloofden me niet. De Europese leiders namen me niet serieus, ze dachten dat het met het uiteenvallen van het land wel zou meevallen.”

Het is moeilijk, zegt Drnovsek, achteraf te beoordelen of een actiever Europees beleid in die jaren het uiteenvallen van Joegoslavië had kunnen verhinderen. “Zeker is in elk geval dat Kroatië en Slovenië zich anders zouden hebben gedragen als het buitenland zich actiever had opgesteld en zich bijvoorbeeld voor het lot van de Albanezen in Kosovo had geïnteresseerd. Het zou de Kroaten en Slovenen het idee hebben gegeven dat er nog kansen waren binnen de federatie. Vergeet niet: voor die tijd dacht niemand hier aan onafhankelijkheid. Onafhankelijkheid was een academisch thema, er werd wel over gepraat, maar niemand dacht er serieus over na.”

Dat veranderde dankzij Milosevic, heel langzaam: “We wisten dat Europa ons niet accepteerde. Maar we zagen ook hoe machteloos we waren in onze pogingen, Milosevic te stuiten en de Joegoslavische problemen op te lossen.”

Zelfs op 25 juni van dit jaar, toen de Slovenen hun onafhankelijkheid uitriepen, was het point of no return niet bereikt, zegt Drnovsek: zelfs toen nog zagen de Slovenen een mogelijkheid, binnen een Joegoslavische confederatie te blijven. Twee dagen later echter vervloog ook die laatste hoop: toen het leger de Slovenen aanviel, toen er bommen vielen en mensen werden gedood, werd er wat de Slovenen betreft een punt gezet achter het Joegoslavië van vroeger. Voor de Slovenen was de militaire agressie van het federale leger het point of no return.

De aanval, zegt Drnovsek, was een cruciale fout van het leger: “Als ze niet hadden aangevallen, had Slovenië geen poot gehad om op te staan. We zouden in een vacuüm terecht zijn gekomen, we zouden door iedereen zijn genegeerd en tot onderhandelingen zijn gedwongen. De generaals dachten dat we ons zouden bedenken als ze ons eens goed lieten schrikken, ze dachten dat het Westen een oogje zou dichtknijpen als de oorlog maar een paar dagen zou duren.”

Het pakte anders uit: het leger kreeg klop en de Slovenen hadden hun point of no return gepasseerd. Nog steeds vraagt Drnovsek, zegt hij, zich af of alles had kunnen worden verhinderd. “Misschien wel, als Milosevic er niet was geweest. Hij heeft de structuren binnen de federatie veranderd, hij verstoorde het evenwicht, door zijn optreden in Kosovo, Vojvodina en Montenegro. Hij bedreigde ons. We wilden helemaal geen onafhankelijkheid. Toen ik in het staatspresidium werd gekozen, gebeurde dat op een programma van democratische hervormingen en integratie in Europa. Dat was alles wat we wilden, voor Joegoslavië, niet meer. Geen onafhankelijkheid.”

Milosevic' optreden, zegt Drnovsek, radicaliseerde de Slovenen en Kroaten, bij de verkiezingen van begin vorig jaar hadden de nationalisten de wind in de zeilen. “Dat vonden we niet leuk, maar we konden dat niet verhinderen. Hoe zouden we? Ik was toen president. Wat had ik moeten doen? Ik had de opkomst van de nationalisten alleen met geweld, met het leger, kunnen verhinderen en dat kon niet.”

Na de tiendaagse oorlog tegen Slovenië, in juli, was Janez Drnovsek de man die als lid van het staatspresidium het leger Slovenië uitpraatte, een prestatie die hem in zijn land zeer populair heeft gemaakt. “Ik kende de generaals. Ik wist dat sommigen bezeten waren van wraakgevoelens en wilden doorvechten, maar dat anderen vonden dat men Slovenië moest laten gaan: Joegoslavië kon Slovenië wel missen, en als het bondgenootschap tussen Slovenië en Kroatië kon worden gebroken door Slovenië te laten vertrekken, zouden ze de Kroaten makkelijker de baas kunnen.” De generaals, zegt Drnovsek, waren onzeker, emotioneel en ongelukkig, ze moesten een besluit nemen, want de Slovenen belegerden hun kazernes, ze moesten iets doen: doorvechten dan wel inbinden.

Het werd inbinden: op 18 juli stemde het federale leger in met de ontruiming van Slovenië. Het betekende impliciet, zegt Drnovsek, dat het leger zich had neergelegd bij de afscheiding van Slovenië. Velen in Slovenië zijn daar nog steeds niet gerust op en verwachten dat het leger, als het eenmaal met de Kroaten heeft afgerekend, Slovenië alsnog kan aanvallen. Drnovsek: “Dat gebeurt niet. Er is geen gevaar meer. Sinds 18 juli staat onze onafhankelijkheid vast - de onafhankelijkheid die we aanvankelijk niet eens hebben nagestreefd. In die zin is de onafhankelijkheid ons opgedrongen. Maar de oorlog maakte haar onvermijdelijk. Als lid van het staatspresidium en als president van Joegoslavië was ik niet gelukkig met wat er zoal in Slovenië werd gezegd, maar toen de bommen vielen wist ik: dit is het eind, je kunt niet praten over een confederatie met mensen die op je schieten.”