Relatie tussen Gabor en zijn medewerkers is "uitstekend'

DEN HAAG, 17 DEC. Staatssecretaris Gabor heeft “een uitstekende verhouding” met zijn medewerkers op het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij. Dit zei hij gistermiddag in de Tweede Kamer nadat de VVD-fractie nog eens haar kritiek had geventileerd op de uitspraken van de bewindsman in een vraaggesprek in NRC Handelsblad van 30 november.

Gabor verweet daarin sommigen van zijn ambtenaren dat ze aan “puur sectordenken” deden en dat ze traag opereerden. “Ik betreur dat artikel in hoge mate”, zei de staatssecretaris gistermiddag. Hij wees erop dat zijn uitlatingen slechts “op een heel klein onderdeel” van het departement sloegen.

Al kort na de publikatie van het interview had Gabor zijn ambtenaren excuses aangeboden in een brief waarin hij overigens ook erkende dat het gesprek met hem correct was weergegeven. Nadien lieten premier Lubbers na afloop van de ministerraad en minister Bukman, als eerst-verantwoordelijke bewindsman van landbouw, natuurbeheer en visserij, vorige week in de Tweede Kamer op vragen van de VVD weten de uitspraken van de staatssecretaris “niet verstandig” te vinden.

Het Kamerlid Kamp van de VVD kwam gisteren op het incident terug in een vergadering waarin het natuurbeleid van Gabor aan de orde was. Zij noemde het interview “politiek niet acceptabel”. De andere fracties deden er op dit punt het zwijgen toe. “Ik beschouw deze kwestie als gesloten”, zei Gabor. Op vragen van hetzelfde Kamerlid liet hij verder weten dat zijn relatie met de minister-president en minister Bukman ook “uitstekend” is.

De Tweede Kamer had gisteren kritiek op de bezuinigingen die Gabor op het natuurbeleid voor de komende jaren heeft doorgevoerd, zonder dat er overigens een meerderheid bestaat die daarin substantiële wijzigingen aanbrengt. De bezuinigingen (“minder meer”, zei Gabor) ten opzichte van het eerder voorgenomen beleid bedragen zo'n 18 tot 20 miljoen gulden per jaar. De Kamer drong er bij Gabor op aan in het kabinet harder te strijden voor het op peil houden van de uitgaven voor natuurbehoud en zich minder defensief op te stellen.