Prangende vraag aan Bush over Gorbatsjov

Het heengaan van Michail Gorbatsjov als belangrijke politieke persoonlijkheid werpt de vraag op die George Bush in de campagne voor de presidentsverkiezingen van 1992 tegen beter weten in hoopt te ontlopen. Namelijk: wie heeft Gorbatsjov laten vallen?

Zoals de meeste als slogans geformuleerde vragen is ook deze in wezen onrechtvaardig. Gorbatsjov is het slachtoffer geworden van sterke en ingewikkelde krachten buiten de Amerikaanse invloedssfeer. Eén daarvan was zijn eigen gebrek aan inzicht in de revolutie die hij zelf had ontketend. Maar die onrechtvaardigheid zal Bush en minister van buitenlandse zaken Baker niet vrijwaren van de taak om tijdens de campagne uit te leggen waarom hun reacties op de ineenstorting van de Sovjet-Unie zo traag en klungelig overkwamen en waarom ze zo weinig konden doen voor de man die ze zelf hebben geprezen voor de vreedzame beëindiging van de Koude Oorlog.

Er bestaat op dit moment in Amerika geen overeenstemming over de vraag wat er met de ex-Sovjet-Unie moet gebeuren en Bush en Baker aarzelen zelf actie te ondernemen. De presidentskandidaat die kans ziet een nieuwe consensus over Amerika's benadering van Rusland & Co te formuleren en daaraan leiding te geven, zal een waardevolle bijdrage leveren, niet alleen aan zijn eigen electorale kansen maar ook aan de rol van de Verenigde Staten in een veranderende wereld.

Bush en Baker hebben zich in hun eerste campagnetoespraken krachtig uitgesproken tegen het isolationisme. Maar ze hebben nog nagelaten duidelijk te maken waar het nieuwe politieke zwaartepunt ligt voor een Amerikaans antwoord op de desintegratie van een met kernwapens uitgerust totalitair superrijk. De reactie van Washington op het uitroepen in Minsk van het Gemenebest van Soevereine Staten illustreerde voortdurende nationale verwarring over het beleid dat in de plaats moet komen van het concept van containment dat tijdens de Koude Oorlog zoveel succes had. De Amerikaanse ambassadeur bij Gorbatsjov, Robert Strauss, haastte zich niet naar Minsk maar naar Washington, waar hij zich van de ene spreekbeurt naar de andere spoedde, als iemand die de aandacht van zijn bazen wil vestigen op een probleem dat ze liever nog even zouden ontkennen.

In regeringskring heeft Baker onlangs gesnauwd: “dat we moeten ophouden met het gedonderjaag over hulp aan de ex-Sovjet-Unie”. Maar zijn eerste verklaring in maanden over dat onderwerp, vorige week in Princeton, kwam zeker een half jaar te laat om Gorbatsjov nog van nut te zijn. Bakers voorstel voor een conferentie over hulp en een actievere rol van Amerika in een hulpoperatie zou nut hebben gehad vlak voor of direct na de ontmoeting van Gorbatsjov met de leiders van de G-7 in Londen, in juli. Maar de regering heeft de zaak uiteindelijk vertraagd omdat Bush' "schip van staat' bij gebrek aan duidelijke consensus geen wind in de zeilen kreeg.

Bakers voorstellen voor een collectief programma zijn op zichzelf zinvol. Maar ze moesten worden gepresenteerd met een nauwelijks verholen lofrede op zowel Gorbatsjov (“zijn plaats in de geschiedenis is verzekerd”) en de Nieuwe Wereldorde. Baker moest impliciet toegeven dat deze Bushiaanse versie is ondergegaan met de verdwijning van een betrouwbare Sovjet-Amerikaanse samenwerking bij de leiding over de wereld.

Baker stak de loftrompet op de al te late instemming van de regering met het voorstel om van de Pentagon-begroting vierhonderd miljoen dollar te besteden aan de vernietiging van Sovjet-kernwapens en honderd miljoen dollar aan voedselhulp.

Die instemming was Bush en Baker afgedwongen; ze hadden niets van zich laten horen toen de Republikeinse leiders in het Congres aanvankelijk een stokje staken voor deze (Democratische) voorstellen. Baker heeft zijn belangrijkste adviseur, Lawrence Eagleburger, benoemd tot coördinator van de Amerikaanse hulp. Dat is een bureaucratische poging om te garanderen dat het ministerie van buitenlandse zaken controle houdt op een programma waar het zelf onverschillig tegenover staat.

Baker had één groot voordeel toen de Sovjet-crisis begon. Hij was geen lid van het traditionele establishment in de buitenlandse politiek. Hij was geen gevangene van machtsevenwicht-theorieën. Hij had manoeuvreerruimte en hij genoot het vertrouwen van zijn chef. Maar hij bleek bezeten te zijn van de noodzaak de controle in eigen hand te houden. Hij was niet in staat zich aan te passen aan zich snel wijzigende omstandigheden. Met maar een stuk of zes stafleden van zijn ministerie, wier carrière hij in de hand heeft, voert hij zinvolle discussies. En zijn relatie met buitenstaanders, inclusief de pers, is gebaseerd op zijn behoefte aan controle over wat ze over hem zeggen of schrijven. Oog in oog met een escalerende revolutie die hij in de verste verte niet in de hand kon houden, trok Baker zich terug.

Wie heeft Gorbatsjov laten vallen? In principe heeft Gorbatsjov dat zelf gedaan, net zoals de sjah van Iran (Perzië) en Chiang Kai-shek verantwoordelijk waren voor hun eigen ondergang. Maar Bush en Baker hebben op het verkeerde paard gewed.Als ze niet in staat zijn overtuigend een nieuwe Amerikaanse post-containment-consensus te formuleren, zullen ze veroordeeld worden heel wat tijd te besteden aan het geven van uitleg over hun aanpak van het dossier-Gorbatsjov.

The Washington Post