Optiebeurs schermt met geniaal plan

Een werkgroep van de Optiebeurs heeft met opvallende ijver onderzocht wat de voor- en nadelen zijn van de huidige wijze van handelen - een centrale handelsvloer en een voor iedereen te volgen prijsvorming. De beurs twijfelt of zo'n systeem niet te kostbaar is en een volledige computerbeurs misschien de financiële voorkeur verdient.

De werkgroep rondde vorige week de werkzaamheden af met een niet openbaar rapport waarover de beursleden nu moeten oordelen. De conclusie van de werkgroep is wèl bekend: “Er bestaat (met name gezien vanuit het belang van de particuliere en institutionele beleggger) een lichte voorkeur voor beeldschermhandel. Evenwel uit een kosten-efficiency oogpunt lijkt de keuze voor een beeldschermhandelssysteem onvermijdelijk.”

Personeelsleden van de beurs, handelaren en andere mensen die op de vloer werken, hebben heftig gereageerd op de onafwendbaar lijkende vervanging van het centrale en luidruchtige hart van de beurs (hun werkplaats) door een handjevol geruisloze chips in een blikkie. Die commotie lijkt voorbarig, want het is de vraag of de leden van de beurs die fundamentele beslissing op eigen houtje mogen en willen nemen en als dat wel zo is, of de werkgelegenheid in optieland juist niet zal toenemen.

Waar gaat het om? Alle aandelen van Optiebeurs nv zijn in handen van de European Options Exchange, een belangenvereniging van een paar honderd banken, commissionairs en handelaren. Zij mogen, met toestemming van de minister van financiën, de enige optiebeurs in ons land organiseren. Beleggers, de voedingsbron van de beurs, hebben niets te vertellen bij die beurs. Om deze zwakste beurspartij te beschermen houdt de minister, indirect, de beurzen op hoofdpunten in de gaten. Een sterk punt van de Optiebeurs is de handelsvloer met zijn openbare prijsvorming. Iedereen kan iedereen controleren en dat wekt, hoe vreemd dat ook mag klinken, vertrouwen. Als de Optiebeurs die hoeksteen van het controlesysteem wil opdoeken, dan zou men eerst bij de minister moeten bewijzen of een computerbeurs ook te controleren is. Dat is een lastige opgave, want er is weinig ervaring met een beurs die zich volledig via computerschermen met optiehandel bezig houdt. Bovendien zal het uiterst moeilijk zijn om een computerbeurs, bestaande uit honderden schermen in binnen- en buitenland, afdoende te beveiligen tegen manipulatie en misbruik. Er is wel al jaren ervaring met effectenbeurzen die via een computer all zaken afhandelen, maar die toepassing is minder gecompliceerd dan in het geval van de optiehandel.

Een tweede essentieel punt is het omruilen van een centraal concept voor een decentrale toepassing op honderden plaatsen. Nu is alle routine, ervaring en kennis van de handel en orderuitvoering op één plaats samengetrokken. De periferie op duizenden (bank)kantoren kan zich daarom, op die twee punten, beperken tot routineuze werkzaamheden. Het duurde desondanks jaren voordat bemiddelaars zo ver waren. De decentralisatie gooit alles overhoop en vernietigt ten dele de investeringen van banken en commissionairs. Op vele kantoren moeten als alles doorgaat beursjes in het klein bemand worden met dezelfde power als de huidige centrale organisatie. De vraag naar ervaren optie-mensen zal daardoor sterk toenemen. Geen reden tot klagen dus. Maar wie durft zich zonder kromme tenen in zijn schoenen te wagen aan een becijfering hoeveel die jarenlange revolutie zal gaan kosten?

Maar er is meer aan de hand. Verborgen achter de kostenfaçade van het plan ligt een brutale, bijna geniale, werkelijkheid die bijna niemand zich realiseert.

Wanneer de Optiebeurs er in slaagt om een goed systeem te bouwen of over te nemen van een andere instelling, kan de internationale beurswereld via een personal computer vanaf iedere plek op de wereld in Amsterdam handelen. Niet alleen in opties, maar ook in de meest actieve aandelen. Je kan immers met opties, indirect, aandelen en andere waarden voordelig kopen en verkopen. Zo kan het optiesysteem stiekem uitgroeien tot het internationale handels- en clearingsysteem van de Effectenbeurs en komt de beoogde samenwerking tussen de beide beurzen alsnog van de grond.

Ook zijn "computer'beurzen makkelijker aan elkaar te koppelen dan "vloer'beurzen. In augustus van dit jaar gaf de Optiebeurs al aan te willen gaan samenwerken met de computer-optiebeurs in Stockholm, die een soort filiaalbeurs in Londen heeft. Zo maak je, langzamerhand, een Europees netwerk van beurzen uit de eerste divisie.

Het jongste plan van de Optiebeurs lijkt meer te zijn ingegeven door vage en kostbare internationale aspiraties van de leiding die uiteindelijk door beleggers betaald moeten worden, dan door goed onderbouwde kostenoverwegingen. Op zo'n plan zit geen belegger te wachten.