Kwestie Joegoslavië maakt Bonn boos

BONN, 17 DEC. Is Duitsland geïsoleerd in de kwestie Joegoslavië nu het alsnog onder druk van zijn EG-partners heeft moeten afzien van zijn besluit om Kroätië en Slovenië voor Kerst en desnoods eenzijdig te erkennen? Heeft voortzetting van de binnenlandse politiek met andere middelen, het toegeven aan de grote druk van de publieke opinie, van de Bildzeitung tot Die Welt en de Frankfurter Allgemeine Zeitung, minister Genscher nu onder zijn EG-collega's in verlegenheid gebracht?

Geen sprake van, vindt zijn ministerie van buitenlandse zaken. De politici in Bonn zijn boos, ook die van de oppositionele SPD trouwens, die in de aanpak van de zaak steeds achter Genscher hebben gestaan, ook toen de Duitse regering op 27 november aankondigde vóór Kerst, en als het moest zonder haar EG-partners, Kroatië en Slovenië te zullen erkennen. Er wordt nu in regeringskring, zij het achter de hand, stevig over de buitenwereld geklaagd. Waarmee, langs een omweg, onbedoeld het eigen isolement wordt bevestigd.

Boos is Bonn op president Bush, die zich in de kwestie eerst "drukte' en haar maandenlang zwijgend aan de EG overliet om, te laat wat de Duitse regering betreft, daarna met een luide openbare waarschuwing tegen erkenning te komen.

Boos is Bonn ook op zijn partners in Londen en Parijs, met wie was afgesproken dat zij als leden van de Veiligheidsraad zouden aandringen op een spoedzitting over Joegoslavië, maar daarvan geen werk maakten. Toen nam Genscher daarvoor tenslotte zelf het initiatief, hoewel Duitsland (dat zelf immers geen lid is van de Veiligheidsraad) daartoe eigenlijk het recht mist. Omdat de Roemeense raadsvoorzitter in New York daarbij echter niet stilstond, werd dat Duitse initiatief toch gehonoreerd. De VN-missie van de Amerikaanse oud-minister Cyrus Vance volgde.

Bonn is boos. Had de Nederlandse minister Van den Broek, dit half jaar EG-voorzitter en in de Duitse media praktisch alom erkend als "kwade pier', niet al op 10 oktober in Den Haag gezegd, op grond van een Duits initiatief in het kader van de Joegoslavische vredesconferentie, dat er voor erkenning van Kroatië en Slovenië “één, hoogstens twee maanden” resteerden?

Nauwelijks onderdrukte woede bestaat er in de Duitse hoofdstad ook daarover dat VN-secretaris-generaal Perez de Cuellar ook, net als president Bush, pas na maanden zwijgen met bedenkingen kwam tegen een snelle erkenning van de beide republieken. En dat dan, zo wordt aangenomen, vooral onder druk van "zijn' blokvrije leden, bijvoorbeeld India, die zelf hevig worstelen met interne afscheidingsbewegingen.

Grote ergernis is er voorts omdat hij, na een briefwisseling met Genscher, zijn samenvattende brief naar EG-voorzitter Van den Broek stuurde en de de inhoud daarvan binnen de kortste keren op straat lag. Natuurlijk zegt niemand in Bonn zoiets hardop, maar de verdenking dat de Nederlandse minister met een opzettelijke lekkage zijn Duitse collega en diens Joegoslavië-beleid wilde treffen, heerst bijna alom. Een jaar geleden keek de wereld naar het trotse, juist verenigde Duitsland van kanselier Helmut Kohl en Hans-Dietrich Genscher. Een jaar later kijkt Duitsland wegens “Joegoslavië” beledigd en bezeerd naar de rest van de wereld.