Inbrekers zijn vasthoudend, jeugdig en systematisch

UTRECHT, 17 DEC. De meeste inbrekers bedrijven hun beroep uit behoefte aan geld voor de aanschaf van de middelen waaraan ze verslaafd zijn of om “erbij te horen”. Inbrekers zijn over het algemeen jongemannen met een lage opleiding, een weinig florissant arbeidsverleden en verslavingsproblemen. Daarom vallen zij vaak in herhaling. Ze gaan systematisch en vasthoudend te werk, zowel bij de voorbereiding als bij de uitvoering van hun "klus'.

Dat staat in een rapport van het Landelijk Bureau Voorkoming Misdrijven, dat vandaag in een mini-symposium in Utrecht wordt toegelicht. De gegevens voor het rapport kwamen van 106 inbrekers die in politiecellen en in gevangenissen bereid waren over hun werkwijzen te vertellen. De meesten slaan hun slag in de eigen woonplaats, liefst aan de achterzijde van vrijstaande huizen of hoekwoningen, maar niet in de eigen buurt.

Inbrekers laten zich moeilijk afschrikken. Als ze een pand niet direct binnenkomen, proberen ze het op verschillende manieren. Pas als dat niet lukt, wijken ze uit naar een volgend pand.

Met het oog op dit zogenoemde "verplaatsingseffect' wordt in het rapport aanbevolen inbraakpreventie grootschalig aan te pakken, minimaal op het niveau van een hele buurt. Verhoging van de sociale controle, zichtbaarheid en beperking van de toegankelijkheid spelen daarbij een belangrijke rol.

Behalve deze inbraakgerichte preventie moet aan dadergerichte preventie worden gedaan. Dadergerichte preventie is het voorkomen dat inbrekers in herhaling vallen of dat mensen toetreden tot het "gilde'. Volgens het rapport moet in een vroeg stadium, als de misdaden zich nog beperken tot fietsen- of winkeldiefstal, worden ingegrepen.