Grootste gevaar is export nucleaire kennis

WASHINGTON, 17 DEC. In een recent vraaggesprek met een Moskouse krant klaagde V.N. Michailov, hoofd van het nucleaire programma van het Rode Leger, over de steeds slechtere levensomstandigheden van kerngeleerden in de voormalige Sovjet-Unie. Hij onderstreepte dat zijn collega's “patriotten” waren en dat “niemand in het buitenland kernwapens zou willen gaan maken”, maar, zo vroeg hij zich tegelijkertijd af, “hoe kan iemand leven van 400 roebel per maand?”

Die vraag raakt de kern van de steeds vaker geuite bezorgdheid over het ontmantelingsproces van de Sovjet-kernmacht. In de Verenigde Staten en vele andere landen vraagt men zich af in hoeverre de deskundigen, nucleaire kennis en misschien zelfs een deel van het arsenaal van de omstreeks 27.000 Sovjet-kernwapens in de verkeerde handen zou kunnen vallen. Tegelijkertijd menen hoge diplomaten dat de huidige politieke woelingen voor het Westen een ongeëvenaarde kans bieden om de opkomende republieken en het Rode Leger te helpen bij het buiten gebruik stellen, ontmantelen en vernietigen van grote aantallen kernwapens. Leiders van de opkomende republieken als de Russische president Jeltsin en president Kravtsjoek van de Oekraïne hebben zich immers, althans in principe, vastgelegd op nog ingrijpender reducties dan die van het laatste strategische wapenakkoord.

De VS dringen erop aan de Sovjet-wapens op korte termijn in een klein aantal opslagplaatsen te concentreren. Daaraan bestaat vooralsnog een groot tekort. Hoewel de Amerikaanse regering formeel nog geen besluit heeft genomen over de manier waarop de 400 miljoen dollar die het Congres heeft vrijgemaakt besteed zal worden, tracht minister van buitenlandse zaken James Baker het daarom onder meer voor de bouw van dergelijke opslagplaatsen beschikbaar te maken.

Hoge ambtenaren denken dat de politieke en economische woelingen grote problemen veroorzaken op het gebied van de proliferatie. Daaronder valt ook de kans dat Sovjet-kerngeleerden het land verlaten en hun diensten aanbieden aan "schurkachtige regimes', en de kans dat technologie of materiaal "weglekt' of wordt verkocht.

Zij menen tevens dat de emancipatie van zelfstandige republieken de vraag wie het bevel over de Sovjet-kernmacht voert heeft vertroebeld. Deskundigen menen dat het oude bevels- en beheerssysteem van de Sovjet-Unie zwaar was beveiligd tegen sabotage en het per abuis lanceren van een kernraket. Die beveiligingen blijven waarschijnlijk intact, maar het nieuwe Gemenebest, dat drie van de vier republieken met strategische raketsilo's omvat, zorgt voor nieuwe onzekerheden, evenals het mogelijke aftreden van Gorbatsjov die tot nu toe, althans formeel het sleutelstuk in de nucleaire commandoketen is.

Tegen deze achtergrond zei de directeur van de CIA, Robert Gates, vorige week in een hoorzitting van het Congres: “Vooralsnog controleert de centrale regering die wapens met een doordacht en effectief systeem waarvan het beheer wordt gevoerd door het Sovjet-ministerie van defensie en de generale staf. Maar het centrum verdampt nu voor onze ogen. De ontwerpers van het systeem hebben dát nooit voorzien. Het systeem moet het hebben van discipline en nauwomschreven procedures op bevelsniveau, maar die mensen staan bloot aan dezelfde economische problemen en separatistische aspiraties als de rest van hun landgenoten. De beste beveiliging verliest zijn betrouwbaarheid wanneer de bewakers en bevelhebbers tegengewerkt worden, corrupt worden of gewoon verdwijnen.”

De auteur van een binnenkort te verschijnen studie van het Brookings-instituut in Washington, Bruce Blair, stelt dat de krachten die zich nu in de Sovjet-maatschappij ontwikkelen het systeem van checks and balances dreigen te verstoren. Een studie van het Center for Science and International Affairs aan de John F. Kennedy School of Government van de universiteit van Harvard komt tot dezelfde conclusie. De vier auteurs schrijven dat het nucleaire controlesysteem van de Sovjet-Unie “in wezen een sociale en politieke constructie” is, waarvan “niet mag worden aangenomen dat de huidige woelingen er geen invloed op hebben”.

Een van de belangrijkste vragen aan Westerse zijde blijft daarom wat er gebeurt met het "eenhoofdige bevel' waarover het Gemenebest-akkoord spreekt. Vlak na de augustus-coup sprak Jeltsin nog van een "dubbele knop', waarbij hijzelf en de Sovjet-president hun verantwoordelijkheid zouden koppelen. Sinds de oprichting van het Gemenebest zijn onderhandelingen gaande over een "driedubbele knop'. Maar inmiddels laten de Oekraïne en Kazachstan dissidente geluiden horen. President Kravtsjoek zei weliswaar te streven naar een kernwapenvrije Oekraïne, maar heeft tevens laten doorschemeren de kernwapens op zijn gebied als wisselgeld te willen gebruiken in onderhandelingen met de machtige buur Rusland.

Weinig specialisten geloven dat op korte termijn het gevaar bestaat dat een afgelegen republiek of muitende militairen een intercontinentale raket op scherp kunnen zetten en lanceren. De 15.100 strategische raketten liggen opgeslagen in Rusland, de Oekraïne, Wit-Rusland en Kazachstan. Ook een poging om een van de 12.200 tactische kernwapens te bemachtigen - deze liggen verspreid over een groter gebied en worden goed bewaakt - acht men hoogst onwaarschijnlijk. Het grootste risico lijkt nog dat nucleair materiaal, technologie en sommige atoomgeleerden tijdens het uiteenvallen van de Sovjet-Unie verdwijnen. Volgens een regeringswoordvoerder hebben degelijke exportcontroles “de hoogste prioriteit”. In de oude Sovjet-politiestaat was een effectieve controle op het goederenverkeer misschien eenvoudig, maar nu zou die onmogelijk kunnen blijken.

The Washington Post