Gemengde gevoelens na uitwijzing

ROTTERDAM, 17 DEC. Ze werden meteen Russische joden genoemd: de ongeveer 160 Russen die via Israel begin november naar Nederland kwamen om nooit meer een voet in Israel te zetten. Daar werden ze, naar eigen zeggen, gediscrimineerd, er waren te weinig huizen en een baan vinden was al helemaal een probleem.

En hoewel de meesten van hen na aankomst in Nederland zeiden christelijk-orthodox te zijn, bleven ze aangeduid als "Russische joden'. Gisteren werden 43 van hen op het vliegtuig naar Israel gezet.

De directeur van de stichting Joods Maatschappelijk Werk, W. Stein, noemde de uitzetting “hoewel uiterst pijnlijk” wel “terecht”. Het past volgens haar in het Nederlandse asielbeleid dat onderscheid maakt tussen economische vluchtelingen en diegenen die op politieke gronden om asiel vragen.

Stein had al in een vroeg stadium laten weten verzoeken om hulp bij een asielverzoek niet te zullen honoreren. Sociale hulpverlening, mits daar om gevraagd, zou haar stichting daarentegen wel willen bieden. Maar hulpverzoeken bleven uit.

Zij keerde zich ook tegen het verwijt van de asielzoekers dat Israel hen zou discrimineren. Bij aankomst uit Rusland in Tel Aviv hebben zij meteen het Israelische staatsburgerschap gekregen. Moeilijkheden bij het vinden van een woning en werk ondervindt het gros van de immigranten: 40 procent van de 380.000 Russische immigranten die sinds 1987 naar Israel zijn gekomen is werkloos.

De Raad van Kerken is daarentegen “diep geschokt” door de uitzetting, en de stichting Kunstenaarsverzet zegt “verbijsterd” te zijn door de gebeurtenissen, die pijnlijke herinneringen oproepen aan de jaren van de Duitse bezetting, aldus deze stichting.

Vrijdag nog had de Raad van Kerken een brief aan staatssecretaris Kosto (justitie) opgesteld waarin werd gepleit eerst alle mogelijkheden te onderzoeken waar de asielzoekers naar toe zouden kunnen. De brief werd gistermorgen verzonden, maar toen zat de eerste groep al in het vliegtuig naar Tel Aviv. “Mosterd na de maaltijd”, zegt de secretaris van de Raad van Kerken, ds. W. van der Zee. “Met die brief hadden we uitzetting vooralsnog willen voorkomen.”

Een land waar de asielzoekers mogelijk naar toe zouden kunnen was Suriname, zo zei hun advocaat, mr. J. Hofdijk, eind november. “Tot zijn verbazing” kreeg hij van de Surinaamse autorteiten een positieve reactie op het verzoek deze mogelijkheid te onderzoeken.

Het hoofd van de directie vreemdelingenzaken, H. Nawijn, liet Hofdijk echter op 5 december per brief weten dat hem geen berichten hadden bereikt dat de betrokkenen naar Paramaribo zouden willen vliegen. “Bovendien heb ik uit betrouwbare bronnen vernomen dat een toelatingsverzoek aan de autoriteiten van dit land weinig kans van slagen heeft”, aldus Nawijn, die zich wel bereid verklaarde mee te werken “aan een vrijwillig vertrek uit ons land en toelating tot een ander land”, mits dat op korte termijn kon worden gerealiseerd.