EMU zorgt voor problemen

“Het staat voor mij vast dat onze verkiezingsoverwinning in 1994 staat of valt met de vraag of wij dan de partij zullen zijn van de stabiele D-mark en een solide budgettaire en economische politiek. Men miskent de ernst van dit probleem gemakkelijk, maar ik zeg u dat - afgezien van het buitenlands beleid - alles daaraan ondergeschikt moet worden gemaakt.”

Met deze woorden waarschuwde kanselier en partijvoorzitter Helmut Kohl gisteren op het driedaagse CDU-congres zijn partijgenoten voor wat er de komende jaren te wachten staat. De opbouw van de vroegere DDR, waar tot 1994 nog eens honderden miljarden mark ingepompt moet worden, dwingt tot een drastische herziening van uitgaven en politieke prioriteiten in West-Duitsland. Uitgaven voor subsidies en sociale zekerheid zullen niet ongemoeid blijven. Kohl: “Niemand hoeft zich te verbazen als we daarover de komende jaren hevige discussies zullen krijgen.”

De almachtige partijvoorzitter zal voor zo'n debat in de CDU niet zó benauwd zijn. Maar als kanselier weet Kohl zich aan het begin van een lange meer-frontenoorlog. Sommige directe belastingen (benzine, tabak, drank, verzekeringen) zijn 1 juli jl. tot woede van het Westduitse publiek verhoogd, hoewel Kohl zoiets nog praktisch had uitgesloten in zijn campagne voor de Bondsdagverkiezingen van december 1990.

Dat enkele verhogingen tijdelijk zijn heeft die woede niet kleiner gemaakt, temeer omdat voor 1 januari '93 al een BTW-verhoging (van 14 naar 15 procent) gepland is. Na regionale verkiezingsnederlagen (in Kohls thuisstaat Rijnland-Palts bijvoorbeeld) nemen nu nemen ook “natuurlijke bondgenoten” als werkgevers, banken en een flink deel van zijn eigen regeringscoalitie de kanselier onder vuur. Zij hebben een kater overgehouden aan “het weggeven van de D-mark”, op de EG-top in Maastricht. Het gaat er nu niet om in hoever die kritiek terecht is, zij is er, en massaal. Süddeutsche Zeitung: “Gulliver nu ligt in de boeien geslagen”; Bildzeitung: “Blijf van onze D-mark af”; Der Spiegel: Schnappchen, Schnäppchen auf Kosten der Steuerzahler.

Dat Kohl zijn concessies voor een verdrag over de Europese economische en monetarie unie (EMU) bovendien deed zonder voldoende binnen te halen op het terrein van de Europese politieke unie (EPU), is een algemeen punt van kritiek. Blijkens een enquête, deze week afgedrukt in het blad WirtschaftsWoche vreest 54 procent van de Duitse ondernemers dat de EMU-afspraken van Maastricht straks tot minder stabiel geld zullen leiden.

Voor de psychologie in het “verwende” Duitsland is ook van belang dat Duitse media er bijna dagelijks lacherig-kwaad op wijzen dat de rijke Bondsrepubliek vandaag (en morgen) zelf niet eens voldoet aan de toekomstige EMU-eisen, die nota bene onder haar impuls zijn gesteld. Want het begrotingstekort van de Bondsrepubliek ligt nu boven 3 procent, haar staatsschuld is groter dan 60 procent van het nationaal inkomen en de inflatievoet is tot boven vier procent gestegen. De Duitse overheden steken zwaar in de schuld, hun geaccumuleerde schuld is op weg naar 1500 miljard mark.

Al zijn die schulden dan gedeeltelijk gemaakt - soms in buiten de officiële begroting gehouden aparte categorieën als het Fonds voor de Duitse eenheid - om de enorme kosten van de opbouw in Oost-Duitsland te financieren“,daarachter” wacht grote hulp aan Oost-Europa als volgende, vooral Duitse taak. De strenge Bundesbank-president Schlesinger, die naast een krappe geldpolitiek nu tegen opkomende ongerustheid in Duitsland ook psychologische middelen moet hanteren, steunt Kohls compromis van Maastricht. Maar hij maakt ook al maanden duidelijk dat het mes in de overheidsuitgaven moet en de opnieuw hoge CAO-eisen (ca. 10%) zowel de export als het fundament van de Duitse economie bedreigen.

Daar ligt een ander “oorlogsfront” voor Kohl. Zijn regering en zijn persoon zijn niet populair bij de vakbeweging, die trouwens vindt dat haar leden zich in acht jaar economische hoogconjunctuur sinds 1982 heel braaf hebben gedragen en veel winst bij hun werkgevers hebben “laten zitten”. Daarbij komt dat de grote vakbonden juist nu in West- en Oost-Duitsland vechten, respectievelijk om leden te houden en te krijgen. Dit belang stimuleert natuurlijk niet tot groot enthousiasme voor de pleidooien van Kohl, Schlesinger en de werkgevers om “in het belang van de nationale zaak” in het CAO-overleg terughoudend te zijn. Het is een cliché, maar er komen aan het loonfront harde maanden aan, meent vrijwel iedereen.

Dat is nog niet alles. De Bondsrepubliek begint als vestigingsplaats te duur en daardoor wat minder aantrekkelijk te raken. Dat is al langer zichtbaar. Voorbeeld: In het eerste half jaar van 1991, nog voor de wolken zo donker waren als nu, investeerde Duitsland onverminderd veel in het buitenland, namelijk ruim 3 miljard mark. Maar tegelijkertijd liepen de buitenlandse investeringen al terug met bijna 1100 miljoen mark. Uit de grote investeerder Nederland kwam alleen al 555 miljoen minder.

Ook de toegangsprijs zal wel als een rem op het bezoek gaan werken. Een kaartje voor het Egyptisch Museum kost nu tien Egyptische ponden (ongeveer zes gulden). Wie een kijkje in zaal 52 neemt zal daar straks vijftig ponden extra voor neertellen. Toch even het vijfentwintigvoudige van de bakshish die de "gids' in Deir el Medina aannam. Mopperend weliswaar, maar die lui mopperen altijd.