EG erkent Kroatië en Slovenië in principe

BRUSSEL, 17 DEC. De Europese Gemeenschap zal Slovenië en Kroatië in principe erkennen, maar stelt de feitelijke uitvoering daarvan tot 15 januari uit. Dit bleek vanmorgen vroeg na afloop van een vergadering van de ministers van buitenlandse zaken van de EG.

Voor de erkenning is een lijst met voorwaarden vastgesteld. De Joegoslavische republieken die de vredesconferentie in Den Haag voor 23 december kunnen bewijzen democratisch en vredelievend te zijn, mogen op erkenning rekenen. De Bondsrepubliek behoudt zich echter het recht voor om Kroatië en Slovenië ook te erkennen als zij nog niet aan die voorwaarden voldoen.

De ministers raakten gisteravond in grote moeilijkheden toen zij probeerden om een gezamenlijk standpunt te formuleren. Duitsland, gesteund door België en Denemarken, wilde Kroatië en Slovenië nog voor Kerstmis erkennen. Andere landen, waaronder Groot-Brittannië en Nederland, vreesden dat de recente pogingen van de Verenigde Naties om een vredesmacht naar Joegoslavië te sturen, daardoor zouden worden gefrustreerd. Eergisteren deed secretaris-generaal Perez de Cuellar een oproep om geen politieke beslissingen te nemen die het vredesproces zouden belemmeren. De Veiligheidsraad heeft gewaarschuwd tegen “stappen” die een burgeroorlog zouden kunnen verergeren.

's Middags waren de twaalf ministers wel tot overeenstemming gekomen over een lijst met criteria voor erkenning van republieken en regio's in Oost-Europa en de Sovjet-Unie die zich onafhankelijk verklaren. Nieuwe staten moeten vredelievend zijn en democratisch. Rechten van minderheden moeten worden erkend en grenzen gerespecteerd. Staten die zich hebben gevormd door agressie worden niet erkend. De EG houdt bovendien nadrukkelijk rekening met het effect dat erkenning op naburige landen zal hebben.

Toen de lijst was vastgesteld brak er een conflict uit over de vraag of toepassing van de criteria op Joegoslavië een "automatische' erkenningsbeslissing moest opleveren, of dat er nog een aparte politieke beslissing genomen moest worden. De arbitragecommissie van de vredesconferentie zal de aanvragen van de Joegoslavische republieken beoordelen en daarover advies uitbrengen. Over de vraag welke conclusie de EG uit dat advies moet trekken zijn de ministers het niet eens geworden. “Niet alle lidstaten zijn bereid zich neer te leggen bij een negatief oordeel van de arbitragecommissie”, aldus minister Van den Broek. Hij beoordeelde de uitkomst van het overleg toch als positief omdat er volgens hem tijdwinst is geboekt voor een VN-vredesmacht. Ook denkt Van den Broek dat met deze beslissing druk kan worden uitgeoefend op de strijdende partijen.