Drions utopie over zelfdoding is nog ouder dan de weg naar Rome

Bij de Ethiopische "Trogodyten' bonden degenen die wegens hun leeftijd de kudden niet langer konden bijhouden, de staart van een os om hun nek en maakten zo uit vrije wil een einde aan hun leven.

De Sardiniërs wierpen hun ouden van de rots. Ze deden dat volgens de antieke bron onder gelach. Sardonisch neem ik aan. Bij de Heruli liet men een oud of ziek iemand op een brandstapel plaatsnemen. Hij werd dan doodgestoken (door een niet-verwant). De Herulische vrouw die om haar goede naam gaf, verhing zich naast het graf van haar dode man. Bij de Cantabri in Spanje... Zo bericht de antieke etnografie graag over gemeenschappen van net over de horizon waar (zelf)doding voor bejaarden een instituut is.

Geheel nieuw is Drion dus niet als hij van staatswege een zelfdodingspil wil verstrekken aan alle solitaire vijfenzeventig-plussers. Drion zou zich hebben thuisgevoeld op het antieke Keos. Op dat Egeïsche eiland bestond de gewoonte (nominon) dat mensen van zeventig scheerlingsap dronken. In Marseille moest men - ook dit volgens de antieke sterke verhalen - aan de overheid toestemming vragen om het leven te beëindigen. Na goedkeuring kreeg men toegang tot de gifvoorraad die op het stadhuis werd bewaard.

Steeds stellen mensen het voor dat ooit, in een utopisch land, de ideale omgang met de vrije dood is gevonden. Op een noordelijk eiland van de Japanse archipel zouden oude mensen vrijwillige de dodelijke bestijging van een heilige berg maken. Oude Eskimo's die ervoor bedanken alleen nog meeëter te zijn, drijven, zo heet het, vrijwillig op een schots af naar de eeuwige ijsvelden.

Hoe zal het gaan als de utopie van Drion werkelijkheid wordt? Iedere ochtend moet de senior kiezen voor het leven sinds het letale potje op de wastafel hem aangrijnst. Hoe zal zijn omgeving reageren? Hij wordt misschien wel in het nauw gebracht door subtiele sociale druk, te vergelijken met de "meelevende' opmerkingen waaraan een potentiële VUT-ter onderhevig is: zo werk jij nog? Langzaam begint de 55-jarige zich een parasiet te voelen. Neemt hij inderdaad niet een plaats in van een jongere? Op gelijke wijze kan de pastille van Drion de vijfenzeventigplusser blootstellen aan het verwijt van voortbestaan: zo buurman, nog niet aan de pil?

Indrukwekkend in Drions visie is zijn zorg om de ontluistering. Maar zorgelijk is wel de druk waaraan hij ongewild de oude mens prijsgeeft. Zal de gemeenschap door distributie van een dodelijk medicijn de onwaarde van het oude leven bezegelen? Moet een samenleving het ooit willen zulke kwesties van zijn en niet-zijn bevredigend te regelen? Waarschijnlijk is de typisch Nederlandse cocktail van officieel verbod en sluikse tolerantie de beste maatschappelijke medicijn, ook voor zelfdoding bij bejaarden.

Een ideale toestand bestaat niet. Ook de oudheid wijst ons niet de weg. Hoe reëel waren trouwens de antieke "teletopische' berichten? Eén keer werd de Keïsche zede zeker in praktijk gebracht. Valerius Maximus vertelt ervan in zijn potpourri van Gedenkwaardige feiten en gezegden. Hij maakte deel uit van een Romeins gezelschap dat op doortocht het eiland bezocht. Een bejaarde dame was er niet van af te brengen de bezoekers te vergasten op een staaltje insulaire folklore. Zij sprak haar waardering uit voor de aanwezigheid van zulk hoog gezelschap dat haar het laatste voornemen (ultimum propositum) liet uitvoeren. Ze verdeelde de erfenis, spoorde haar familie tot saamhorigheid aan, belastte haar oudste dochter met de zorg voor haar nagedachtenis en “greep met vaste hand de beker, waarin het gif was gedoseerd. Zij verrichtte daarop plengingen voor Mercurius en riep zijn goddelijke bescherming aan om haar in een veilige tocht naar het beste deel van de onderwereld te brengen. Toen nam ze met een gretige slok de dodelijke drank in en beschreef welke lichaamsdelen achtereenvolgens door verstijving werden bevangen. Toen ze zei dat deze al in de buurt van haar buik en hart was, riep ze de handen van haar dochters te hulp voor de laatste dienst van het toedrukken der ogen. Wij Romeinen echter waren verbijsterd door het ongehoorde schouwspel. Ze verliet ons met onze ogen vol tranen”.

Deze enige historisch getuigenis maakt terloops duidelijk dat het Keïon nomimon echt een zede en geen wet was. De vrouw in kwestie was namelijk veel ouder dan de "voorgeschreven' zeventig: twintig jaar had ze zich niets aangetrokken van de geldende gewoonte. Op Keos werd het gif niet zo grif gegeten als het werd opgediend. Mag het ook zo zijn bij het Drionon nomimon.