Commissie in O-Timor bevestigt officiële lezing

JAKARTA, 17 DEC. De Indonesische commissie die in opdracht van president Soeharto een onderzoek instelt naar de schietpartij van vorige maand in Dili, Oost-Timor, heeft ter plaatse slechts achttien dode lichamen aangetroffen. De voorzitter van de commissie, opperrechter Djaelani, verklaarde na terugkeer in Jakarta dat zijn team “geen bewijzen heeft kunnen vinden voor de sterke geruchten” dat het dodental beduidend hoger ligt dan de negentien waaraan het leger vasthoudt. Een van de slachtoffers, die de Nieuw-Zeelandse nationaliteit had, is inmiddels begraven in zijn geboorteland Maleisië.

Tijdens een verblijf van zeventien dagen in Oost-Timor heeft de commissie meer dan 140 mensen geïnterviewd, onder wie legerofficieren, de provinciale gouverneur, de bisschop van Oost-Timor en een groot aantal getuigen. In Hera, een plaatsje op elf kilometer van Dili, waar volgens het leger alle Timorese slachtoffers liggen, heeft de commissie in aanwezigheid van journalisten het gekiste lijk laten opgraven van een van de slachtoffers.

Het bleek te gaan om het lichaam van een jongeman in spijkerbroek, die nog overdekt was met bloed. De commissie heeft zijn identiteit niet kunnen achterhalen. “Gezien de berichten dat er onder de kisten nog meer lichamen zouden liggen, hebben we doorgegraven, maar niets gevonden,” aldus Djaelani.

Op aanwijzing van getuigen heeft de commissie ook naar slachtoffers gezocht in de naburige plaatsen Tasitolu, Tibar en Pasirputih. Op de vraag of dit betekent dat de commissie twijfelt aan het officiële dodencijfer antwoordde Djaelani: “Zo is het niet, maar we nemen de stemmen uit de Timorese samenleving serieus. Op die andere plaatsen blijken echter geen lichamen te liggen.” De commissie liet weten binnen tien dagen verslag uit te zullen brengen aan president Soeharto.