Citaat

In "Dezer Dagen' van 10 december citeert J.L. Heldring uit Carry van Bruggens "Prometheus' de volgende zin: “De liefde van de mens tot de mensen, het gevoel van broederschap, dat verschillen haat, waarin de persoonlijkheid zich één met allen voelt.”

Ik heb getracht deze zin te ontleden, maar het lukte niet. Voelt de persoonlijkheid zich één met allen in haat of in verschillen of in het gevoel van broederschap? Kan een gevoel haten of moet er staan: het gevoel van broederschap die verschillen haat en waarin... etc.? Kan Van Bruggen niet schrijven of Heldring niet citeren? Het eerste is niet onmogelijk; het tweede niet voorstelbaar.

Op pag. 19 van de vierde druk van "Prometheus' lees ik: “De liefde van de mens tot de mensen, het gevoel van broederschap, dat verschillen haat, tot communisme drijft, waarin de persoonlijkheid zich één met allen voelt.”

Omdat Heldring het antecedent "communisme' weglaat, slaat het betrekkelijk voornaamwoordelijk bijwoord "waarin' op "verschillen'. Hierdoor raakt de zin met zichzelf in tegenspraak.

Ook Carry van Bruggens oorspronkelijke zin is niet correct. De persoonsvorm van de hoofdzin ontbreekt en ook haar bijzinnen zijn niet symmetrisch opgebouwd. Zij had begrijpelijker kunnen schrijven: De liefde van de mens tot de mensen - dit gevoel van broederschap - haat verschillen en drijft tot communisme, waarin de persoonlijkheid zich één met allen voelt.

Carry van Bruggen mag dan last hebben gehad van woordenballast, ook haar syntaxis is niet altijd helder. Heldring moet haar echter wel volledig citeren. Zijn wijze van aanhalen heet bij mij op school sprokkelen. En sprokkelhout is per definitie brandhout.