Blank en zwart in Zuid-Afrika herdenken nog een keer apart

JOHANNESBURG, 17 DEC. Zuid-Afrika is nog drie dagen verwijderd van wat de grote verzoening moet worden. Blank en zwart vierden gisteren in de lome zomerzon van een nationale vrije dag hun eigen feestjes vol symboliek en rituelen van het oude Zuid-Afrika.

Voor blank Zuid-Afrika is 16 december, Geloftedag, vanouds een hoogtepunt in de mythologie van het Afrikaner nationalisme. Het is de herdenking van de Slag bij de Bloedrivier in 1838, toen 530 blanke Voortrekkers in één dag in een ongelijke strijd van speer tegen geweer duizenden Zulu's vermoordden.

Alle toespraken, kerkdiensten en herdenkingen ten spijt, deed Geloftedag wat achterhaald aan. Vrijdag aanstaande schuift de Afrikaner met de Zulu zijn stoel aan de onderhandelingstafel aan. Dan begint de Conventie voor een Democratisch Zuid-Afrika, die het grondwettelijke fundament moet leggen voor een nieuw, non-raciaal Zuid-Afrika.

Veel Afrikaners hadden zich bij het Voortrekker-monument in Pretoria, dat in zijn granieten wanstaltigheid wedijvert met de somberste staaljes van stalinistische sculptuur, geposteerd. Ze wachtten op het moment dat de zonnestraal om twaalf uur 's middags de sarcofaag belichtte met de tekst: “Ons vir jou, Suid-Afrika”.

Vijftig kilometer verderop, in het Orlando Stadion in Soweto, vierden vijfduizend zwarten het 30-jarig bestaan van Umkhonto we Siszwe (Speer van de Natie), de militaire vleugel van het ANC. Oliver Tambo, Nelson Mandela, en de militaire leider Chris Hani, stonden op het podium. Maar in plaats van een professionele vertoning van geharde guerrillastrijders bleef het bij een parade in ongelijke pas van achttien jongeren in uniform. Ook elders in het land overtroffen de ordehandhavers in aantal de strijders.

In een land dat geen natie kon worden, is de geschiedenis groepseigendom. Menige blanke is geleerd de Slag bij de Bloedrivier (in werkelijkheid Ncomberivier geheten) te zien als een teken van Gods bescherming van een uitverkoren volk. Met een laager van 57 ossewagens, in cirkelvorm opgesteld, pareerden de blanke kolonisten destijds, aangevoerd door Andries Potgieter, aanvallen van tienduizend krijgers van de Zulu-koning Dingaan. Er sneuvelden drieduizend zwarten in het geweervuur. Volgens de overlevering raakten drie Boeren licht gewond.

Voor de ANC-aanhang markeert de oprichting van Umkontho in 1961 de overgang van geweldloosheid naar de gewapende strijd tegen de apartheid. De leiders van het ANC waren tot de conclusie gekomen dat strategie van geweldloosheid niets had uitgehaald tegen een regime dat wel geweld gebruikt. De Speer van de Natie pleegde aanslagen op postkantoren en overheidsgebouwen. Veel leden belandden in de gevangenis. Nu ligt de toekomst van Umkontho waarschijnlijk in een samensmelting met het Zuidafrikaanse leger.

In Afrikaner kring klonk in toespraken het ongemak door over de lading van Geloftedag in 1991. Een aantal sprekers deed een oproep tot herbezinning. Zo zei prof. Christo Viljoen, voorzitter van de SABC (de Zuidafrikaanse NOS), in een rede in Johannesburg: “Feit is dat de geschiedenis een merkwaardige draai heeft gemaakt en dat de Afrikaner in zijn voortgezette strijd om voortbestaan en vrijheid zich in hetzelfde kamp bevindt als een zwarte bevolkingsgroep met wie hij voorheen de krachten heeft gemeten.”