"Alleen de jeugd kan aids ontvluchten'

MICHAEL MERSON, directeur van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO), denkt dat de aidsepidemie zich nog in zijn volle kracht moet tonen, maar nu al ligt in sommige Afrikaanse ziekenhuizen in acht van de tien bedden een aidspatient. “Aids komt voort uit armoede en aids maakt arm.”

DAKAR, 17 DEC. De Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) schat het aantal Afrikanen dat is besmet met het aids-virus (HIV) op zes miljoen. “Dat wil zeggen dat één op elke 40 Afrikanen nu het virus bij zich draagt”, zegt dr. Michael H. Merson, directeur van het aids-programma bij de WHO. Merson presenteerde de cijfers gisteren op de eerste dag van de zesde internationale conferentie over aids in Afrika, die deze week in Dakar, de hoofdstad van Senegal, wordt gehouden.

Wereldwijd zal het aantal HIV-geïnfecteerden nu rond de tien miljoen zijn, een aantal dat binnen acht jaar zal verdrievoudigen, zo niet verviervoudigen. In 1988 ging de WHO nog uit van twintig miljoen aidsinfecties aan het eind van deze eeuw.

“Centraal- en Oost-Afrika zijn zonder twijfel het zwaarst getroffen”, zegt Merson, “maar het virus verspreidt zich heel duidelijk snel naar het zuiden, het westen en het noorden van het continent. Aan het eind van deze eeuw zullen hier veertien miljoen mensen zijn geïnfecteerd en vijf miljoen zullen echt aids ontwikkeld hebben. In dezelfde periode zullen zo'n vier miljoen met HIV geïnfecteerde kinderen geboren zijn. Het ergste staat duidelijk nog te gebeuren.”

De resultaten van de epidemie zijn goed zichtbaar. Oudere mensen staan op grote schaal alleen voor hun verzorging, omdat hun kinderen ziek zijn of gestorven. In Centraal- en Oost-Afrika zijn complete dorpen uitgestorven.

“In Afrika zijn vrouwen de spil van het gezin”, zegt Merson, “ze voeden de kinderen op en vervullen op het platteland een sleutelpositie bij het werk. Hoe kunnen die vrouwen daarbij ook nog hun zieke man verzorgen, terwijl ze zelf ook veelal verzwakt zijn? Een steeds groter wordende zorg is de onmogelijkheid voor wezen en weduwen hun bezit bijeen te houden na de dood van de vader”, aldus Merson.

Het aantal kinderen dat een of beide ouders verliest zal de komende achttien jaar vertienvoudigen, schat Merson. Wereldwijd zullen er dan tien tot vijftien miljoen aids-wezen zijn. Veel van die kinderen zullen door grootouders moeten worden opgevangen, die al nauwelijks in staat zijn voor zichzelf te zorgen.

Of ze zullen helemaal aan hun eigen lot worden overgelaten. “Hoe deze kinderen moeten worden gevoed, gehuisvest, gekleed, opgevoed en geschoold is een compleet raadsel” zegt Merson. “En dan heb ik het nog niet over de vreselijke angst en het verdriet en de armoe, die ze te wachten staan.”

Volgens Merson zijn ook de economische gevolgen gigantisch. In sommige Afrikaanse steden is 80 procent van de ziekenhuisbedden nu bezet door een aids-patiënt. De kosten zijn enorm, omdat ze medicatie nodig hebben voor allerlei infecties die een gevolg zijn van het verzwakte immunsysteem. De ernstigste van deze infecties is tuberculose. Vaak lijdt meer dan de helft van de HIV-geïnfecteerden in Afrika aan tbc - “een epidemie binnen een epidemie als het ware.”

“De kosten aan gezondheidszorg zijn dan nog niets vergeleken bij de bedragen die verloren gaan aan verlies aan inkomen en produktiviteit. Er zullen miljoenen boeren, onderwijzers, mijnwerkers, fabrieksarbeiders en ja, ook artsen, politici en wetenschappers ziek worden en sterven in de jaren '90. Geen sector blijft gespaard. In stedelijke gebieden zal de industrie deels komen stil te liggen, op het platteland zal arbeidsintensieve landbouw niet langer mogelijk zijn”, zegt Merson. “Waarom wordt Afrika zo hard getroffen kun je je afvragen. Wegens de armoede, dat is een reden. Armoede heeft dit continent kwetsbaar gemaakt, maar ook de politieke onstabiliteit en allerlei conflicten, waardoor mensen uit hun gebied worden verjaagd zijn een oorzaak. Mensen worden gedwongen hun huis te verlaten op zoek naar werk. Prostitutie wordt een manier om te overleven voor vrouwen en kinderen. En tragisch genoeg”, zegt Merson, “eenmaal boven de armoedegrens uitgegroeid, komt aids in deze mensen hun leven, waarmee de vicieuze cirkel compleet is. Aids komt voort uit armoede en aids maakt arm.”

Hij wijst erop dat Afrika niettemin werk maakt van het probleem. Daarbij geholpen door andere regeringen en organisaties. Er is een sterke dialoog tussen onderzoekers uit noord en zuid. In 52 Afrikaanse landen zijn preventieprogramma's opgezet.

Volgens Merson zouden de politieke leiders hun steun moeten geven aan deze strijd tegen aids. “Preventie en zorg kunnen alleen slagen als de politiek er op het hoogste niveau achter staat. Politieke steun maakt verschil tussen aangemoedigde, van harte gedragen campagnes en programma's die nog net getolereerd worden. We moeten nog een manier vinden om de leiders in Afrika ervan te overtuigen dat hun landen werkelijk met het leven bedreigd worden.

“De hoop van Afrika is de jeugd van vandaag, die nog de kans heeft te vluchten voor de infectie. Dat betekent heldere voorlichting en de mogelijkheid om aan condooms te komen. Er hoeft ook nergens voor te worden gevreesd: uit onderzoek blijkt dat kinderen die vroeg seksuele voorlichting krijgen niet eerder gaan vrijen dan anderen, sterker: ze wachten er langer mee en nemen betere voorzorgsmaatregelen, zo is gebleken. Ik vind dat religieuze leiders hierin ook een taak hebben.”

De WHO is nu begonnen met trainingsprogramma's en de opbouw van goede laboratoria in ontwikkelingslanden, zodat die onderzoeken zonder oponthoud ook in ontwikkelingslanden kunnen worden gedaan. “Dat is ook nodig, want het virus verschilt sterk van land tot land. Bovendien schept dit soort onderzoek een sterke solidariteit tussen de noordelijke en de zuidelijke landen. En naar ik hoop is er tegen het eind van deze eeuw voor iedereen een vaccin.”