Wereldbank: Rente hoger door hulp aan vroegere Sovjet-Unie

WASHINGTON, 16 DEC. Ontwikkelingslanden zullen moeten rekenen op een hoge rente voor leningen, als gevolg van de grote vraag naar steun door landen uit het Golfgebied, Oost-Europa en door de Unie-republieken.

De schuldenlast van de vroegere Sovjet-Unie is niet precies bekend, maar bedraagt volgens de Wereldbank tussen 57 en 71 miljard dollar. Dat blijkt uit het vandaag gepubliceerde jaarverslag van de Wereldbank.

De vroegere Sovjet-Unie schaart zich tussen de middelgrote schuldenlanden. De Wereldbank verwacht dat de Unie haar schulden kan afbetalen uit exportinkomsten. De komende twee jaar zal een liquiditeitsprobleem ontstaan door de instabiele situatie van de economie. Vorige maand kwamen vertegenwoordigers van de republieken met de onderministers van financiën van de groep van rijkste industrielanden, de G-7, overeen om de schuldbetalingen van de Unie met één jaar uit te stellen. De totale schuld van de Derde Wereld is dit jaar voor het eerst sinds tien jaar iets gedaald.

De bank waarschuwt echter dat het schuldenprobleem van ontwikkelingslanden verre van opgelost is en dringt er bij rijke landen op aan om meer schulden kwijt te schelden. Volgens de Wereldbank bedraagt de buitenlandse schuldenlast van de ontwikkelingslanden aan het eind van dit jaar 1351 miljard dollar, tegen 1355 miljard dollar eind 1990. Aan het begin van de schuldencrisis in 1981 bedroegen de verplichtingen van ontwikkelingslanden nog 751 miljard dollar.

De verbeterde positie van een aantal schuldenlanden met een middelgroot inkomen, zoals Mexico, Chili en Venezuela camoufleert echter de sterk verslechterde positie van landen met een laag bruto binnenlands produkt. Het rapport geeft aan dat voor deze landen alleen verlichting of kwijtschelding van schulden uitkomst kan bieden. Dat geldt vooral voor landen met een zeer zwakke economie, zoals Mozambique, Somalië en Soedan.

De schuld van een land wordt aan de hand van groei van de economie en de export geclassificeerd. De grootste schuld hebben Brazilië (116,2 miljard dollar), Mexico (96,8 miljard dollar) en Argentinië (61,1 miljard dollar).

Andere schuldenaren zijn Polen (49 miljard dollar), Venezuela (33,3 miljard), Algerije (27 miljard dollar) en Marokko (23,5 miljard dollar), Peru (21,1 miljard), Syrië (16,4 miljard), Ivoorkust (18 miljard), Ecuador (12,1 miljard), Bulgarije (10,9 miljard) Nicaragua (10,5 miljard), Congo (5,1 miljard) en Bolivia (4,3 miljard). Dit zijn de getallen van 1990, maar de bank verwacht weinig verschil met 1991. (Reuter,Upi)