"WAAGHALZERIJ IS TOCH HET MOOISTE'

Plotseling was daar weer een Amerikaanse skiër. Acht jaar na Bill Johnson, de spectaculaire afdaler, meldde zich in Val d'Isère AJ Kitt (23). Hij won vóór de Zwitserse en Oostenrijkse specialisten. De Amerikanen zien in hem de man die de Winterspelen van Albertville kleur kan geven. Snelheid, daar gaat het om bij Kitt.

In Colorado wemelt het van de fraaie ski-gebieden. Sneeuw is gegarandeerd in plaatsen met namen als Beaver Creek. Amerikanen skiën graag gezien de mensenmassa's op de pistes van de Rocky Mountains. Op de Universiteit van Colorado behoort skiën zelfs tot de major sports. De studenten kunnen beschikken over de beste trainingsmethoden. Maar veel internationale successen hebben ze niet behaald, de leden van het US skiteam.

Sinds vorige week is daarin verandering gekomen. In de afdalingsrace om de World Cup in het Franse Val d'Isère was AJ Kitt alle Zwitserse, Oostenrijkse en Italiaanse specialisten te snel af. Sinds de legendarische gek Bill Johnson in de winter van 1983-'84 zich van hellingen stortte, was dat niet meer voorgekomen.

Johnson skiet al jaren niet meer. "Bad Billy' kwam tijdens een training zo zwaar ten val dat hij zich niet meer op latten van de helling kan laten glijden. De man met de grote mond stond zaterdag in Val Gardena Kitt bij de finish op te wachten. Hij sloeg zijn opvolger hard op de schouders bij wijze van een wat verlate felicitatie. Johnson was er weer, spontaan en luidruchtig. De aanwezigheid van Johnson moet indruk hebben gemaakt op Kitt. Maar meer dan een vierde plaats zat er in de tweede afdalingsrace van dit seizoen niet in voor de Amerikaan. Franz Heinzer, de Zwitser, Leonard Stock, de Oostenrijker, en Atle Skaardahl, de Noor, lieten zich niet voor de tweede maal door een bluffende Yank verslaan.

Kitt is niet helemaal van het soort Johnson. Al vertoont zijn winnersinstelling gelijkenis. Johnson voorspelde na zijn eerste zege in een afdaling (op de Lauberhorn van Wengen in 1983) dat hij een paar maanden later de gouden medaille in Serajevo zou grijpen. “I'm going for gold”, plegen Amerikanen met overslaande stem te zeggen. Gevolgd door strijdlustige cowboy-kreten. Maar Johnson maakte dat nog waar ook. Een paar weken later versloeg hij opnieuw de Zwitsers en Oostenrijkers, nu in Whistler Mountain, Canada. Het zou Johnsons laatste overwinning zijn.

In de Verenigde Staten wordt verwacht dat Kitt Johnsons voorbeeld zal volgen. Op 9 februari, een dag na de opening van de Winterspelen, moet Kitt zich de gouden medaille op de afdaling toeeigenen. Wat is er immers anders dan kunstrijden op de schaats en schaatssprinter Dan Jansen voor de wanhopig naar adverteerders zoekende tv-maatschappij CBS om zijn kijkers voor te schotelen? De wedstrijden van het veredelde studentenijshockeyteam tegen de veel te sterke Zweden, Russen en Canadezen? Amerikaanse kijkers willen winnaars, alleen Amerikaanse wel te verstaan. De promotie van Kitt in de Amerikaanse media heeft CBS hard nodig.

Maar deze Amerikaan is wat minder blufferig dan zijn voorganger. Goed, hij won vorige week in Val d'Isère, dezelfde plaats waar de Olympische race wordt gehouden. Maar, laat Kitt vanuit Europa zijn landgenoten weten, zijn overwinning boekte hij op een andere helling dan waar over anderhalve maand de afdaling wordt gehouden. Bovendien is de Olympische piste, ontworpen door de oud-Olympische kampioenen Russi en Killy, lang niet zo snel. Met meer bochten. Een soort Super G. En dat is Kitts specialisme niet. Hij is een glijder. Kitt - met 1 meter 80 en 87 kilo het postuur van een footballspeler - houdt van rechtdoor naar beneden op zijn 2.30 meter lange ski's.

Kitt vindt het een slechte ontwikkeling in de skisport dat de afdaling om veiligheidsredenen minder snel worden gemaakt. Een afdaling spreekt de toeschouwers alleen aan als de skiërs risico's moeten nemen. Eén fout en je valt. Dat hoort bij dit onderdeel, vindt hij. “Als ik naar sport kijk wil ik formule 1-races zien. Snelheid, waaghalzerij. Dat is toch het mooiste.” Maar hij heeft zich tijdens de voorbereiding op de Olympische winter toch maar geprepareerd op een bochtige afdaling. Onder leiding van trainer Bill Egan, een oud-footballcoach, heeft hij in trainingskampen in Noorwegen en Zwitserland veel Super G's en reuzenslaloms geskied. En volgens Egan maakt Kitt met zijn techniek vorderingen. “Wat wil je?”, zegt Kitt. “Met Egan als coach wil je altijd skiën. Van die man gaat zo'n stimulerende werking uit. Je kunt merken dat hij veel met sporters als football-spelers heeft gewerkt. Altijd maar gaan. Go, go, go.”

AJ Kitt. “Wat betekent AJ?”, vroeg verslaggever Bob Lochner van de Los Angeles Times de talentvolle skiër. “Niets”, antwoordde Kitt. “Mijn moeder gaf me die naam, geloof ik, toen ik twee maanden oud was. Het is geen afkorting. En er horen ook geen puntjes tussen de A en de J. Gewoon AJ. Spreekt wel lekker uit, moet m'n moeder hebben gedacht.” Het zou niettemin de afkorting kunnen zijn van Angel Jesus, geeft hij toe. Zijn ouders zijn namelijk mormonen. Maar hij heeft het zich eigenlijk nooit afgevraagd.

Kitt werd op vrijdag 13 september 1968 geboren in Rochester, staat New York. Al op zijn vierde stond hij op ski's. Op de hellingen van het Swain Mountain Ski Center bij New York kreeg hij zijn eerste lessen. En iedereen zou toen al hebben geroepen dat AJ te hard ging. “Ik vond het leuk. Ik wilde echt niet hard gaan. Maar ik voelde me altijd vrij als ik op de ski's stond. Heerlijk, met de wind in je gezicht. Dan zweef je. Ik zag geen gevaar. Nou zie ik het nog niet. Als ik geen risico's meer durf te nemen gaat het mis. Dan val ik. Ik kan genieten van een skiër als Frans Heinzer. Die skiet in balans, op techniek. Die kán gewoon niet vallen. Dat is de perfectie die ik nog niet heb.”

Op zijn veertiende ging hij naar de Green Mountain Valleyschool in Vermont, een gerenommeerde Highschool voor skiërs, een opleiding waarvoor zijn ouders diep in de buidel moesten tasten. Het is zijn drijfveer geweest om een goede skiër te worden, verklaart Kitt. “Mijn ouders hebben ervoor gezorgd dat ik de beste opleiding heb gekregen.” Kitt woont nu in Boulder, Colorado, waar hij een huisje heeft gekocht. Daar leeft hij op bijna 2000 meter hoogte, een goede gelegenheid om te kunnen trainen. Volgend jaar wil hij naar de universiteit van Colorado. Daar kan hij zich laten onderwerpen aan de sportmedische begeleiding van de universiteit.

Sinds hij in 1987 werd opgenomen in het US skiteam vordert de ontwikkeling van Kitt langzaam. Op de Winterspelen van Calgary, waar hij als 19-jarige mocht deelnemen, reikte hij in de afdaling van Mount Allan niet verder dan de 26e plaats. Teleurstellend, vond hijzelf. Pas in de winter van 1990-'91 kwam zijn talent tot uitdrukking. Hij werd zesde in de World-Cuprace van Are in Zweden, negende in Cortina d'Ampezzo, negende in Val Gardena en uiteindelijk vierde in Lake Louise, Canada. “Daar”, vindt hijzelf, “heb ik het vertrouwen gekregen dat ik tot de beste afdalers kan behoren.”

Kitt is geen eendagsvlieg. Na zijn overwinning in Val d'Isère, vorige week, liet hij tijdens de trainingen in Val Gardena zien dat hij gelijke tred kan houden met Heinzer, Mahrer, Stock en Ghedina. In de laatste trainingsrace van vrijdag maakte hij zelfs de snelste tijd. Zaterdag werd hij in de World-Cupwedstrijd vierde. Op het laatste stuk van het parcours nam hij te veel risico. Hij ging te snel langs het poortje, bleef met zijn stok hangen en verloor hem. Ruim een halve seconde moest hij prijsgeven op winnaar Heinzer. Maar Kitt toonde zich tevreden. Hij heeft zich voorgenomen de World Cup te winnen. En dat kan, want hij staat na twee races derde.

Geld is nog bijzaak, zei Kitt nadat hij Val d'Isère 15.000 dollar had gewonnen. “Ik ski voor de lol. Al is er geen geld te verdienen of staan er geen toeschouwers, ik ski toch wel.” Een opmerkelijke opvatting voor een Amerikaanse sporter. Want zonder prijzenbedrag is geen uitslag in de Amerikaans media volledig. Kitt geeft toe dat een van de redenen waarom Amerikanen zich niet wensen toe te leggen op wedstrijdskiën is dat er nauwelijks geld mee te verdienen is. “Misschien kan een overwinning van mij in Albertville de Amerikaanse bedrijven interesseren. In de Verenigde Staten worden al veel wedstrijden gesponsord. Maar het prijzenbedrag is te laag omdat de deelnemers niet interessant zijn en de wedstrijden te saai.” Kitt wijst op de koppelslaloms, twee skiërs tegen elkaar, als een onderdeel dat enige aantrekkingskracht uitoefent. “Dat is spectaculair. Daarom pleit ik ook voor supersnelle afdalingen.”