Vrede in het Midden-Oosten is Israels beste verdediging tegen atoomwapens

De vernuftigheid van Ariel Sharons argumenten tegen de door premier Yitzhak Shamir schoorvoetend ingeslagen vredesweg kent geen grenzen. Tot Israels Arabische buurlanden en de Palestijnen besloten via Madrid naar Washington te gaan, verdedigde de Israelische minister van bouwnijverheid als welbespraaktste leider van het nationalistische weigeringsfront, Israels greep op de bezette gebieden met de woorden “dat er aan de andere kant niemand is om mee te praten”. Nu dat wel het geval is, zijn er twee nieuwe Sharonistische anti-vredesstellingen komen bovendrijven.

Het eerste argument tegen vrede in ruil voor land, luidt dat met ondemocratische Arabische regimes gesloten vredesverdragen geen knip voor de neus waard zijn. Iedere Arabische dictator kan na het binnenhalen van de territoriale buit het vredesverdrag met de zionistische staat verscheuren, zonder zich voor zijn volk te hoeven verantwoorden. Israel, zo zegt Sharon, heeft om die simpele redenen geen andere keus dan het betalen van een vredesprijs op te schorten totdat in de Arabische hoofdsteden de democratische vlag wordt uitgestoken.

Het is een benadering van de vredesproblematiek die het nationalistische kamp uit het hart is gegrepen en ook een geliefd onderwerp is van symposia op Israels universiteiten. Deze opvatting, die alleen ruimte overlaat voor "vrede tegen vrede', hangt samen met de steeds urgenter wordende atoom- en rakettenproblematiek in het Midden-Oosten. Misschien zou Sharon zich nog met atoombezit door Arabische democratieën kunnen verzoenen. Vrede tussen democratieën is immers één van de stabielste verschijnselen in de moderne geschiedenis. Nog nooit heeft een democratie een andere democratie aangevallen is het stokpaardje van Abba Eban, de oud-minister van buitenlandse zaken, dat nu door Sharon wordt bereden.

Maar een atoombom in handen van een Arabische dictator ? Het is voor Sharon en voor de overgrote meerderheid van de Israelische bevolking sinds de Golfoorlog een gedachte om van te gruwen. Wat voor zin heeft het, vraagt Sharon zich af, om op een vergelijk met de buren, inclusief de Palestijnen, aan te sturen als Iran, Libië of Irak in het bezit komen van een atoomwapen.

De vraag waar Sharon natuurlijk met reuze stappen aan voorbij gaat, is wat de strategische waarde van de bezette gebieden is als een vijand in de regio Israel de komende tien jaar met atoomwapens kan bedreigen. Zou het niet verstandiger zijn voor vrede met Arabische buurlanden en Palestijnen een pijnlijke territoriale prijs te betalen, om althans het westelijke deel van het Midden-Oosten zoveel mogelijk te stabiliseren ?. Dat argument komt natuurlijk niet uit de mond van Sharon maar ligt wel voor op de tong van Shimon Peres, de vader van het Israelische atoomprogramma. Hij voorziet een "ramp' voor zijn land en het Midden-Oosten als wegens het uitblijven van een aanvaardbare oplossing van de Palestijnse kwestie er door de Arabische wereld een wervelwind van haat tegen zijn land zal razen.

Het Midden-Oosten zou inderdaad een veiliger toekomst tegemoet gaan als het hele gebied in het kader van een vredesregeling tot een van atoomwapen-vrije zone zou worden uitgeroepen. Maar met Iran, Pakistan en zelfs Irak als potentiële atoommogendheden buiten het huidige vredescircuit, is een atoomvrij Midden-Oosten een droom. Israel ziet in ieder geval de toekomst nogal somber in. De minister van defensie Moshe Arens heeft onlangs zijn landgenoten gewaarschuwd dat het Midden-Oosten het atoomwapen-tijdperk ingaat.

Daarbij dacht hij niet aan het nooit officieel door Jeruzalem vermelde eigen atoom-potentieel maar aan de snelle voortgang op dit gebied in de Arabische wereld.

Nog steeds zit bij Israel de schrik erin over het na de Golfoorlog onthulde Iraakse atoomwapenprogramma. De Israelische inlichtingendiensten hadden er geen idee van dat Irak, tien jaar na het Israelische bombardement op de atoomreactor bij Bagdad, in 1991 nog maar twee jaar nodig had voor het vervaardigen van een atoombom. Shimon Peres heeft onlangs uitgelegd waarom hij indertijd het besluit van Menahem Begin om Israelische straaljagers op de Iraakse reactor af te sturen, heeft veroordeeld. Volgens hem versnellen dergelijke aanvallen het Iraakse atoomwapenprogramma in plaats van dit te vertragen. Volgens Peres had de vernietigde atoomreactor bij Bagdad eigenlijk geen militaire betekennis. Hij wijst erop dat Irak daarna pijlsnel met andere technieken aan de produktie van splijtmaterialen voor atoomwapen is begonnen. Waarom zouden Iran en Syrië dat ook niet kunnen en evenals Irak hun atoomwapenprogramma's in het geheim uitvoeren ?

Voor Israel is het in ieder geval beangstigend dat het zijn atoomwapenmonopolie in het Midden-Oosten hoogstwaarschijnlijk binnen tien jaar kwijt zal zijn. Wat in Irak aan verborgen vervaardigingstechnieken van de "bom' boven water is gekomen heeft de Israelische doctrine niet te tolereren dat een Arabisch land over atoomwapen zal beschikken, op losse schroeven gezet.

Nu het Arabische en Iraanse atoompotentieel meer reliëf heeft gekregen, heeft Sharon het atoomwapen naar voren gebracht als argument tegen territoriale concessies. Het psychologische effect van het Arabische atoomspook op de Israelische bevolking is groot, temeer daar de openbare discussie over Israels atoombewapening, waarover in het buitenland breeduit wordt gerapporteerd, hier nog taboe is. Die discussie is in ieder geval vanaf het moment dat David Ben Gurion in de jaren vijftig besloot dat zijn land de "bom' moest hebben, buiten het democratisch beslissingsproces gebleven. “Israel zal niet het eerste land zijn dat het atoomwapen in het Midden-Oosten zal introduceren”, is de officiële dooddoener op vragen over Israels atoompotentieel.

Toen Ben Gurion voor de Sinaï-campagne in 1956 Peres opdroeg de bijzondere betrekkingen met Frankrijk uit te bouwen tot nucleaire samenwerking, stond hem het atoomwapen voor ogen als Israels ultieme verdediging tegen de numerieke Arabische overmacht.

De herinneringen aan de holocaust waren toen nog vers en speelden een belangrijke rol in het nucleaire denken van Ben Gurion. Afgaande op buitenlandse bronnen kan ervan worden uitgegaan dat het Israelische atoomwapen in twee oorlogen - de Grote Verzoendag-oorlog in 1973 en de Golfoorlog begin dit jaar - de rol heeft gespeeld die Ben Gurion de "Israelische bom' had toebedacht. In 1973 zetten de Syrische en Egyptische troepen na hun aanvankelijk spectaculaire successen de aanval niet door uit vrees voor het Israelische atoomwapen. Tijdens de Golfoorlog vielen er geen met chemische koppen geladen Scuds op Tel Aviv omdat Irak bang was voor een Israelische atoomrepressaille.

De afschrikwekkende werking van het Israelische atoomwapen heeft de joodse staat dus tweemaal voor een ramp behoed. Zal dat een derde maal ook gebeuren als de Arabieren over een lanceerbaar atoomwapen beschikken? Het Arabische numerieke overwicht in manschappen en conventionele wapens, zelfs van de modernste soort, kon dertig jaar lang door het Israelische atoomwapen worden gecompenseerd. Maar zelfs met de bezette gebieden erbij kan het Israelische atoomwapen het enorme geografische overwicht van de Arabische wereld op Israel niet goedmaken. Israels kwetsbaarheid moet voor de beste strategen in het militaire hoofdkwartier te Tel Aviv in een tijdperk van atoomwapens en raketten een nachtmerrie zijn. Een atoombom op Tel Aviv voor of in het begin van een oorlog in het Midden-Oosten zal het lot van de zionistische onderneming hoogstwaarschijnlijk bezegelen tegen een prijs die voor leiders van het type Saddam Hussein aanvaardbaar zou kunnen zijn, tenzij Israel kan aantonen dat zijn ondergang ook het einde van de Arabische wereld betekent.

De Israelische angst voor het Arabische atoomwapen heeft diepe Europese wortels. De door de nazi's aangerichte massa-slachting van het Europese jodendom geeft Israeliërs nog altijd het gevoel door de wereld vogelvrij te zijn verklaard. Waarom zou een Arabische dictator het voorbeeld van de uit de hoogbeschaafde Europese cultuur voortgekomen Adolf Hitler niet volgen ? Toen ik voor de zes-daagse-oorlog in 1967 naar Israel ging, vroeg een Israelische vriend me met een serieus gezicht: “Wat kom jij hier eigenlijk doen ? Besef je niet dat Israel na de holocaust de enige plek ter wereld is waar joden worden gedood omdat ze joden zijn”?

Ook al zijn zijn conclusies onjuist, het is goed dat Sharon het Arabische atoomwapengevaar in het Israelische politieke debat probeert te introduceren. Voor hem is het een politieke wapen tegen Israelische concessies. Wie echter goed op de kaart van het Midden-Oosten kijkt, moet wel tot het inzicht komen dat de onevenwichtigheid in geografie tussen joden en Arabieren zo overweldigend is, dat er geen beter wapen tegen het atoomwapen is dan vrede met de buurlanden. Het territoriale risico voor Israel is klein vergeleken bij de gevaren die Israel bedreigen als het de kans, hoe klein ook, op stabilisering van een belangrijk deel van het Midden-Oosten mist. Bominslag in Tel Aviv tijdens de Golfoorlog. (Foto Teun Voeten)