Tros overweegt nog verzelfstandiging; Kamer bespreekt commerciële tv

Morgen wordt in de Eerste Kamer het wetsontwerp commerciële televisie besproken, dat het bedrijven van Nederlandse commerciële omroep via de kabel mogelijk moet maken. Als belangrijkste gegadigde daarvoor geldt de TROS, de publieke omroep die eind vorige maand bekendmaakte per 1 oktober 1992 uit het bestel te willen stappen om dagelijks tv-uitzendingen op de kabel te gaan verzorgen. Eerst uitsluitend om “met een grote buitenlandse uitgeverij” (naar verluidt het Duitse Bertelsmann-concern) commerciële tv te gaan bedrijven; de radio-afdeling zou volgens TROS-voorzitter H. Minderop worden ontmanteld en het overtollige radio-personeel moest maar bij de televisiedienst komen werken. Na hevig protest van de Ondernemingsraad tegen de plannen met de TROS-radio schreef de leiding van de TROS de Eerste Kamer een brief waarin een middengolf-radiozender voor die omroep wordt bepleit.

Pas aan het eind van het eerste kwartaal van volgend jaar neemt de TROS de definitieve beslissing om commercieel te worden. Eerst wordt de uitslag van het onderzoek van de commissie-Donner afgewacht, waaruit zal blijken in hoeverre het mogelijk is om aan twee (of meer) publieke Nederlandse omroepen na hun verzelfstandiging een ethernet mee te geven. Als dat straks op Europees-rechtelijke gronden inderdaad óók kan, dan staat de TROS voor de keuze om òf door te gaan met haar plannen voor de kabel, òf om met een andere publieke omroep in de ether commerciële televisie te bedrijven. Het voordeel van de eerste optie is dat de TROS dan snel en zonder collega-omroep aan de slag kan; daarmee steekt de omroep potentiële concurrenten de loef af, want een derde commeriële omroep naast RTL4 heeft geen bestaansrecht. Het voordeel van de tweede mogelijkheid is dat de TROS en haar partner dan ook door niet op de kabel aangesloten kijkers (zo'n 5 à 10 procent) kunnen worden ontvangen.

Als alleen de TROS uit het bestel stapt blijven er drie tv-zenders voor de publieke omroep beschikbaar, zo schreef donderdag minister d'Ancona van WVC in een brief aan de Tweede Kamer. Pas als (op zijn minst) twee publieke omroepen de overstap maken wordt de publieke tv teruggebracht naar twee netten. Als de TROS volhardt in haar streven dan waagt deze omroep als eerste de sprong naar de commercie. Daarmee is ook voor de andere aspirant-commerciëlen (Veronica, VARA en KRO, in volgorde van gretigheid) het "point of no return' aangebroken: wie na 1 oktober 1992 nog het publieke bestel omarmt, zal dat voor geruime tijd en van harte moeten doen.

Als het aan d'Ancona ligt, wordt aan de in het publieke bestel achtergebleven omroepen een concessie verleend van op zijn minst vijf jaar. Eerder heeft zij ook al aangekondigd dat die omroepen voor een derde uit de omroepbijdragen, voor een derde uit eigen inkomsten en voor een derde uit reclame moeten worden gefinancierd. De kleine zendgemachtigden mogen wat haar betreft ook worden verbannen naar de kabel; omdat het in NOS-verband opstellen van een goede zenderindeling door alle kerkgenootschappen, educatieve instellingen en andere zendgemachtigde stromingen dermate wordt gecompliceerd, vindt de minister dat die maar via satelliet en kabel moeten uitzenden. Dat "schoont' in de visie van de minister het bestel zodanig, dat - na het eindeloze geharrewar over de zenderindeling - gemakkelijker overeenstemming kan worden bereikt. De Ikon en de Humanisten hebben op dat plan al met verontwaardiging gereageerd.

Hoe het publieke en commerciële bestel er over een jaar uitziet laat zich moeilijk voorspellen. Als de TROS inderdaad als enige omroep voor een commerciële toekomst kiest, dan ontstaan er maar liefst vijf Nederlandstalige zenders, waarvan drie publieke (ether-)netten en twee (RTL4 en TROS) commerciële (kabel-)netten. Er resten voor de drie publieke netten 7 A-omroepen en de NOS, die zendtijd ter grootte van twee A-omroepen vult. Of het NOS-bestuur nu wel of niet met de kleine zendgemachtigden tot een zenderindeling moet komen, die 9 A-omroep-eenheden brengt een min of meer definitieve indeling over drie netten dichterbij. Het voorstel van de VPRO lijkt in dat geval het meest reëel: VARA, Veronica en AVRO op het populaire net, KRO, NCRV en EO op een "identiteitsnet' en VPRO en NOS op een informatief kwaliteitsnet. De inmiddels innige verhouding tussen AVRO, KRO en NCRV moet dan wel in de knop worden gebroken.