Sinaasappelboompjes en wintertuin op het Rokin?

AMSTERDAM, 16 DEC. Nu de "rode loper' van Centraal Station tot aan de Dam is uitgerold, rijst de vraag: hoe nu verder? Wordt ook deze straat ingericht met turkooise lantaarnpalen en "Damrakkertjes', of moet het chiquer stuk voorbij de Dam - vroeger immers de scheiding tussen zoet en zout water - zichtbaar anders? Naar aanleiding van de gemeentelijke plannen die vanaf 1993 hun beslag moeten krijgen organiseerde de Stichting Arcam zaterdagmiddag in kunstenaarssociëteit Arti (aan het Rokin) een publiek debat onder de naam "Ruimte voor het Rokin'.

De vraag wat er met het Rokin moet gebeuren, is in Amsterdam wel vaker gesteld. In 1924 werd er al een prijsvraag gehouden. Historicus Vincent van Rossem liet de inzending van het Amsterdamse hoofd stedebouw Cor van Eesteren zien. Het was een revolutionair plan, omdat Van Eesteren in tegenstelling tot de andere inzenders, zich niet bezighield met het uiterlijk van de gevels, maar met wezenlijke problemen zoals het (toen al) groeiende autoverkeer. Waar nu het ruiterstandbeeld van Koningin Wilhelmina staat, voorzag Van Eesteren hoge torens. Met de opbrengst zouden die de herinrichting financieren.

In de huidige plannen krijgt het Rokin, net als het Damrak eénrichtingsverkeer, van zuid naar noord. Maar Wim Hartman van de Dienst Ruimtelijke Ordening, instigator van het veelbesproken straatmeubilair op de Nieuwmarkt en de Damrak, zet vraagtekens bij het voornemen van het gemeentebestuur om de inrichting van de Damrak naadloos voort te zetten. “Zo wordt de discussie gesloten voordat-ie goed en wel begonnen is.” Het is bovendien de vraag of de Dam als een apart eiland daartussen moet komen te staan. Het al gedempte deel van het Rokin, nu parkeerruimte waar in de toekomst een metrostation is gepland, ziet Hartman liefst een "geciviliseerde groene verblijfsplek' worden, misschien zelfs met sinaasappelboompjes en een wintertuin.

Hartman blikte vooruit op de nota over de inrichting van de openbare ruimte die zijn dienst binnenkort aan het college van B en W zal aanbieden. Het eerste wat moet gebeuren, is "opruimen en aanharken'. Reclame op straat moet opgeruimd (hoewel de gemeente er zelf veel aan de verdient), rolluiken moet op z'n minst doorzichtig worden (“Het is rampzalig hoe de middenstand met zijn eigen milieu omgaat”) en glas- en papierbakken ziet hij het liefst ondergronds gaan (“Niemand wil ze voor z'n deur hebben, dus komen ze op de meest prominente plekken als pleinen en bruggen te staan”).

In antwoord op kritiek vanuit de zaal dat zijn ontwerp voor het Damrak te dirigistisch zou zijn, zei Hartman: “Een collectief ontwerpproces, waarbij idere belangengroep een stukje van de ruimte claimt, levert geen kwaliteit op. Achter een ontwerp moet een ontwerper staan, geen anoniem apparaat.”