Samenwerkingsschool versnelt einde van verzuiling

DEN HAAG, 16 DEC. Afschaffing van het naar stand en geloof ingerichte onderwijs in Nederland. Dat was een van de idealen van de maatschappelijke elite die tijdens de Tweede Wereldoorlog gevangen zat in St. Michielsgestel.

Na zeventig jaar verzuiling komt het misschien nog eens zover. Uitvoering van het zaterdag uitgelekte advies aan staatssecretaris Wallage over de positie van zogeheten samenwerkingsscholen betekent in elk geval opheffing van het belangrijkste onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs. Het rapport, dat vanmiddag openbaar werd gemaakt, verwijst niet voor niets naar de "Gijzelaars' van St. Michielsgestel.

De onafhankelijke commissie onder leiding van de Hilversumse burgemeester Kraaijeveld-Wouters (CDA) wil de mogelijkheid voor openbare scholen openen om, net als bijzondere, door particuliere stichtingen bestuurd te worden. Die zijn volgens haar heel goed in staat om de doelstellingen van het openbaar onderwijs, zoals toegankelijkheid voor alle leerlingen en levensbeschouwelijke neutraliteit, te verwezenlijken. Gemeentelijk bestuur van openbare scholen zoals nu gebeurt, is daarvoor niet altijd nodig volgens de commissie.

Aanleiding voor deze conclusie is een onderzoek dat de commissie van voornamelijk onderwijsjuristen deed naar de positie van de samenwerkingsscholen. Deze meer dan 200 scholen in basis-, voortgezet en beroepsonderwijs opereren op het breukvlak tussen de zuilen, omdat confessionele en niet-confessionele groepen hierin samenwerken. De scholen kwamen soms uit hetzelfde soort idealisme voort als dat van de gijzelaars van St. Michielsgestel. Vaker vormden ze het pragmatisch resultaat van fusies van scholen in dorpen waar door leegloop niet meer elk geloof met een eigen school kon worden bediend.

De stichting van dergelijke scholen liep vaak uit op een onderwijspolitiek en -juridisch steekspel tussen de onderwijskoepels, omdat niet duidelijk was of ze tot de openbare of bijzondere zuil behoorden. Het VVD-Kamerlid J. Franssen vergeleek de ongrijpbaarheid van de samenwerkingsschool ooit met “palingen in een pot groene zeep”. Na de zoveelste fikse ruzie rond het samengaan van een openbare en bijzondere school in Maassluis besloot Wallage vorig jaar september dan ook om een onafhankelijk advies te vragen.

De commissie wil duidelijkheid scheppen door aan te sluiten bij de praktijk en samenwerkingsscholen te laten besturen door particuliere stichtingen. Bij ongeveer zeventig procent van de samenwerkingsscholen gebeurt dat nu ook al. De commissie wil het van de situatie ter plaatse laten afhangen hoeveel kenmerken van het openbaar onderwijs de betreffende school krijgt. Die moeten in de statuten worden vastgelegd. Op grond van eerdere analyses van staatsrechtgeleerden concludeert de commissie dat de grondwet zich niet verzet tegen een dergelijke optie. Wel zouden de onderwijswetten in dit opzicht moeten worden verruimd.

Het provinciaal bestuur krijgt een belangrijke rol toebedeeld in het advies. Aan de hand van landelijke richtlijnen moet de provincie beoordelen of bij een omzetting van openbaar naar bijzonder onderwijs nog wordt voldaan aan de grondwettelijke plicht van de overheid om voor voldoende openbaar onderwijs te zorgen. Om dat mogelijk te maken wil de commissie dat de registratie van de hoeveelheid scholen per richting wordt verbeterd.

Met deze aanbevelingen houdt de overeenstemming binnen de commissie overigens op. Een belangrijke reden voor het feit dat de commissie meer dan een jaar over haar werk deed, was de grote verdeeldheid over de vraag of de privaat-rechtelijke vorm alleen voor samenwerkingsscholen moest gelden of voor openbaar onderwijs in het algemeen. De richtlijnen voor de provincies moeten er voor zorgen dat het openbaar onderwijs zich niet en masse laat privatiseren en het toch al flink gegroeide algemeen-bijzonder onderwijs de dominante schoolsoort wordt. Leden in de commissie zoals de Tilburgse staatsrechtgeleerde prof.mr. A.K. Koekkoek waren er niet van overtuigd dat van de algemene verruiming maar beperkt gebruik zal worden gemaakt. Koekkoek wilde daarom de mogelijkheid beperken tot de samenwerkingsschool.

De commissie kwam er niet uit en besloot beide opties, voorzien van respectieve voor- en nadelen, in het rapport te zetten en de politiek te laten kiezen. Gezien de vroegere uitlatingen van staatssecretaris Wallage over dit onderwerp is het hoogst twijfelachtig dat hij een van beide opties tot de zijne zal maken. Wallage heeft nooit verder willen gaan dan verzelfstandiging van het openbaar onderwijs binnen het publieke recht ("Onderwijsschap'), naar analogie van de waterschappen. Privatisering van het openbaar onderwijs betekent vrijwel automatisch een nieuwe schoolstrijd met het CDA. Deze partij heeft het onderscheid openbaar-bijzonder altijd fel verdedigd om staatsinvloeden in het bijzonder onderwijs tegen te gaan.