Randstad: voorbeeld van mannelijk machtsdenken

Achteraf bezien is het erg jammer dat KLM-grondlegger, Albert Plesman zo'n zestig jaar geleden dicht bij het raampje zat toen zijn vliegtuig Schiphol naderde voor de landing. Had hij toen maar gewoon geslapen, want dan zou hij de krans van steden in het landschap beneden hem niet op suggestieve wijze hebben samengevat als een "randstad'. Plesman heeft het echter uitgeroepen en sindsdien zit Nederland opgescheept met een onhandelbaar concept. Een andere boosdoener is de Britse planoloog Peter Hall, die in de jaren zestig de Randstad de hemel in prees als een metropolitane vorm die verre te prefereren was boven compacte metropolen als Londen en Parijs.

Door de jaren heen zijn tal van Randstadstudies uitgebracht, meestal in opdracht van een ministerie of overheidsdienst, die hoopte het verlossende woord te vinden voor een zinvol Randstadbeleid. Het doen van Randstad-onderzoek en het schrijven van studierapporten over de Randstad, het organiseren van congressen over de Randstadproblematiek is inmiddels een bloeiende tak van industrie en dienstverlening geworden. En toch, die stad bestaat (nog) niet. Dat is een conclusie die dit jaar werd getrokken in het kader van een van de grootste Randstadonderzoekingen die ons land heeft gekend.

Waarom blijven we ons dan zo druk maken om iets wat eigenlijk niet bestaat? Natuurlijk, er ligt in West-Nederland, verspreid over drie provincies, wel een stedelijk "verdichtingsgebied' dat de naam Randstad heeft gekregen. Maar het bestaat niet echt, zoals een provincie of een gemeente of stad wel echt bestaan. We weten niet eens waar de Randstad precies begint of ophoudt. In de afgelopen weken hebben diverse auteurs op de opiniepagina hun visie op de Randstedelijke problematiek geleverd. Waar de één pleit voor een Randstadprovincie stelt de ander dat de Randstad een hersenschim is. Gevreesd mag worden dat de toekomst beide opvattingen zal verenigen. Maar waarom zou een eventuele Randstadprovincie de realisatie van een anachronistische hersenschim zijn?

Door de jaren heen heeft het denkbeeld van de Randstad polariserend gewerkt binnen Nederland. Er werd een tegenstelling mee gevoed tussen het dominante en florerende westen en het afhankelijke en achterblijvende restant van het land. Die tegenstelling is al heel oud, traceerbaar vanaf de vijftiende eeuw. De Hollandse Waterlinie en de ring van vestingsteden in de buitengewesten hebben tot in de twintigste eeuw eeuw deze tegenstelling concreet in het landschap uitgedragen. De ring van vestingsteden diende de vijand uit het zuiden of oosten te verhinderen de Hollandse supervesting, binnen haar waterlinie, binnen te dringen. Toen Plesman over Holland vloog, had de waterlinie haar functie al verloren, maar Plesman creëerde een nieuwe scheidslijn: de stedenring. Beleidsmakers hebben later deze ring in onze hoofden gedreven, zodat we de werkelijkheid alleen nog maar via deze conceptie kunnen beschouwen. De Randstad bestaat dus wel, maar alleen in onze hoofden.

Dat betekent wel dat we er naar gaan handelen. Zo zien we dat buiten de Randstad door sommige provinciale leiders wordt geijverd voor een coalitie tegen de Randstad. De noordoostelijke provincies moeten samenwerken, misschien samengaan, om onder andere in Brussel beter een vuist tegen de Randstad te kunnen maken. En als de zuidelijke provincies niet meedoen, dan moeten die ook maar samen iets maken. Dergelijke pleidooien krijgen veel aandacht, vooral als ze gehouden worden door voormalige Randstedelijke politici die een bestuurlijke functie in de provincie hebben gekregen.

In het licht van de Europese integratie zou het aanscherpen van de regionale tegenstellingen binnen Nederland wel eens minder gewenst kunnen zijn dan de nieuwe regionalisten zich realiseren. Mogelijk zal inderdaad in de toekomst aan de regio's meer en aan de staten minder functie en politiek gewicht kunnen worden gehecht. De kaart van Europa gaat er anders uitzien en er zullen meer regio's naar voren komen. Voorstanders van de Randstad-provincie hanteren in dit verband het argument dat de Randstad moet concurreren met andere regio's, met name Brussel en het Roergebied. Op zich is dat al een dubieus argument, maar is het een Nederlands belang te streven naar een splitsing van het land in twee of drie onderling concurrerende regionale blokken, zoals in België? Nederland is erg klein, te klein om zich de luxe van opsplitsing in regionale blokken, toegespitst op de tegenstelling Randstad - overig Nederland te kunnen permitteren. In de toekomst zal Nederland als geheel één der Europese regio's moeten zijn, naast Noordrijn-Westfalen, Beieren, Catalonië, Lombardije, enzovoort. Daarom moeten we voorkomen dat de Randstad nog verder wordt geïsoleerd van de rest van het land. Zo er al sprake is van concurrentie tussen regio's, dan zal niet de Randstad, maar Nederland als geheel moeten concurreren.

Er is nog een reden waarom we zeer terughoudend moeten zijn met het Randstadconcept. Door zijn cirkelvorm suggereert het een beslotenheid, die er in werkelijkheid niet is. De Randstad is wel een cirkelvormige zone van stedelijke bebouwing, waarbinnen zich een ingewikkeld en moeilijk beheersbaar woon-werkverkeer afspeelt. Het is echter geen milieu waarbinnen een autonoom krachtenveld kan worden ontwikkeld of bevorderd. De processen en factoren die de stedelijke ontwikkeling bepalen, zijn niet langer binnen regionale kaders te vatten. Er is een toenemende internationalisering en globalisering, waarin steden als een uitgebreid netwerk functioneren.

Denken in termen van regio's als de Randstad levert een eindmentaliteit op, die de verbondenheid met de buitenwereld verdoezelt. Het is een ordeningsconcept dat is gericht op afzondering, overheersing en competitie. Het is als zodanig een typisch masculien ordeningsconcept, dat tegenover het meer feminiene - op communicatie gerichte - ordeningsconcept van netwerken kan worden gesteld. In onze Westerse cultuur heeft het masculiene regiodenken tot dusverre gedomineerd. Dat heeft geleid tot territoriale afzondering, ongewenste competitie en tragische geweldexplosies. Het wordt tijd meer ruimte te bieden aan netwerkconcepten, die grensoverschrijdend zijn. Ook in het Randstadbeleid.

Er zou daarom eens een vrouw naar Schiphol moeten vliegen. Als haar vliegtuig al boven België de landing inzet, dan zal zij zien hoe dicht bij elkaar de steden Brussel, Antwerpen, Rotterdam en Amsterdam liggen. Ze zou op het idee van een Lijnstad kunnen komen en - vervolgens - een strategische alliantie tussen deze steden kunnen bevorderen. De niet bestaande Randstad zou voor goed uit haar conceptuele isolement zijn gehaald.

Foto: De structuur van de Hollandse Waterlinie waar het sluizencomplex bij Dalem deel van uitmaakte, diende ertoe binnen- en buitenlandse binnenring, de Randstad te houden (foto NRC Handelsblad-Leo van Velzen)